Nemo tenetur in belastingzaken
Einde inhoudsopgave
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/17.6.2.5:17.6.2.5 HR 8 augustus 2014, nr. 13/00933; erkenning niet-meewerkrecht door belastingkamer
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/17.6.2.5
17.6.2.5 HR 8 augustus 2014, nr. 13/00933; erkenning niet-meewerkrecht door belastingkamer
Documentgegevens:
Mr. L.C.A. Wijsman, datum 27-11-2016
- Datum
27-11-2016
- Auteur
Mr. L.C.A. Wijsman
- JCDI
JCDI:ADS498359:1
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Voor wat betreft de belastingkamer van de HR wordt dit laatste bevestigd in het arrest van 8 augustus 2014, nr. 13/00933, betreffende de verhouding tussen de informatiebeschikking ex art. 52a AWR (met risico van omkering van de bewijslast) en het niet-meewerkrecht.1 Voor zover hier van belang overweegt de belastingkamer dat het EHRM in Saunders heeft overwogen dat het verbod op gedwongen zelfincriminatie samenhangt met het zwijgrecht, wat meebrengt dat dit verbod zich niet uitstrekt tot het gebruik in strafzaken van bewijsmateriaal dat weliswaar onder dwang is verkregen, maar bestaat onafhankelijk van de wil van de verdachte. Uit latere rechtspraak van het Hof blijkt volgens de belastingkamer niet dat het van dit uitgangspunt is teruggekomen. Zou het gevraagde materiaal in handen van de inspecteur komen en mede worden gebruikt voor doeleinden van fiscale beboeting (door de inspecteur) of strafvervolging (door het OM), dan komt het oordeel over de vraag in hoeverre het gaat om wilsafhankelijk materiaal en over de vraag welk gevolg moet worden verbonden aan schending van de uit het EVRM voortvloeiende restrictie met betrekking tot het gebruik van wilsafhankelijke informatie voor sanctiedoeleinden, toe aan de rechter die over de beboeting of bestraffing beslist.2
Bewijsuitsluiting wilsafhankelijk materiaal
De belastingkamer voegt nog toe, dat de inspecteur bij het geven van de informatiebeschikking niet verplicht is te vermelden dat wilsafhankelijk materiaal niet voor bestraffing zal worden gebruikt. Dat geldt ook voor de belastingrechter in een procedure die (enkel) over een informatiebeschikking gaat.3 Het een en ander laat onverlet dat wilsafhankelijk bewijsmateriaal niet voor bestraffing mag worden gebruikt en dat uiteindelijk de rechter die over de hoofdzaak beslist, hierop moet toezien.4
Wat de hieruit volgende bewijsuitsluitingsregel – mij dunkt dat de HR met de gegeven restrictie omtrent niet-punitief gebruik (uitdrukkelijker dan in het arrest van 12 juli 2013, nr. 12/01880) daarop aanstuurt – voor wilsafhankelijk materiaal precies behelst, is nog niet duidelijk. Het ligt voor de hand dat de meer genoemde bewijsuitsluitingsregel voor verklaringen daarvoor model zal staan. Sterker, waarschijnlijk valt die daarmee samen. Zie hierover nader § 17.6.2.6.2 hierna.