Vastgoedtransacties in de Europese btw
Einde inhoudsopgave
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/7.7.5.1:7.7.5.1 Inleiding
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/7.7.5.1
7.7.5.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. dr. M.D.J. van der Wulp, datum 01-07-2021
- Datum
01-07-2021
- Auteur
mr. dr. M.D.J. van der Wulp
- JCDI
JCDI:ADS291671:1
- Vakgebied(en)
Toeslagen (V)
Omzetbelasting / Aftrek en teruggaaf
Omzetbelasting / Belastingplichtige en -schuldige
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Omzetbelasting / Levering van goederen en diensten
Omzetbelasting / Vrijstelling
Europees belastingrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
MvT, Kamerstukken II 1994/95, 24 172, nr. 3, p. 14.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In Nederland kan op grond van art. 11 lid 1, onderdeel b, 5° Wet OB geopteerd worden voor de belaste verhuur van onroerende goederen, andere dan gebouwen en gedeelten daarvan die als woning worden gebruikt. Hiervoor is vereist dat sprake is van verhuur aan een huurder die het gebouw gebruikt voor doeleinden waarvoor een volledig of nagenoeg volledig recht op aftrek bestaat. Met nagenoeg volledig wordt bedoeld: 90% of meer.1 Om die reden wordt ook wel van de ‘90%-eis’ gesproken. Naast deze materiële voorwaarde geldt ook de formele voorwaarde dat uit de schriftelijke huurovereenkomst blijkt dat partijen voor belaste verhuur hebben gekozen of een gezamenlijk verzoek daartoe aan de inspecteur hebben gedaan. Daarnaast blijkt uit het slot van art. 11 lid 1, onderdeel b, 5° Wet OB dat ook aan de bij ministeriële regeling te stellen voorwaarden moet zijn voldaan. Deze voorwaarden zijn te vinden in art. 6a Uitv.besch. OB. In deze bepaling staat onder meer dat voor de 90%-eis een referentieperiode geldt en dat aan een aantal formele voorwaarden moet zijn voldaan.
In deze paragraaf wordt nader ingegaan op de Nederlandse optieregeling. De opbouw van deze paragraaf is als volgt. In paragraaf 7.7.5.2 wordt ingegaan op de vraag of geopteerd kan worden voor de verhuur van een deel van een onroerend goed. Vervolgens wordt in paragraaf 7.7.5.3 ingegaan op de uitsluiting aan bod voor (gedeelten van) gebouwen die als woning worden gebruikt. Daarna komt de 90%-eis aan bod (paragraaf 7.7.5.4) en op de referentieperiode waarin aan die 90%-eis moet zijn voldaan (paragraaf 7.7.5.5). In paragraaf 7.7.5.6 wordt ingegaan op de mogelijkheid om opnieuw te opteren of alsnog te opteren. De formele voorwaarden voor de optie voor belaste verhuur worden in paragraaf 7.7.5.7 behandeld. In paragraaf 7.7.5.8 wordt ingegaan op de vraag wanneer de belaste verhuur aanvangt en eindigt. Ten slotte wordt in paragraaf 7.7.5.9 behandeld wat de gevolgen zijn indien de verhuur door het niet voldoen aan de optievoorwaarden alsnog is vrijgesteld waarna in paragraaf 7.7.5.10 de balans wordt opgemaakt.