Aandeelhoudersverantwoordelijkheid
Einde inhoudsopgave
Aandeelhoudersverantwoordelijkheid (VDHI nr. 129) 2015/10.2.3:10.2.3 Conclusie
Aandeelhoudersverantwoordelijkheid (VDHI nr. 129) 2015/10.2.3
10.2.3 Conclusie
Documentgegevens:
Mr. B. Kemp, datum 21-07-2015
- Datum
21-07-2015
- Auteur
Mr. B. Kemp
- JCDI
JCDI:ADS300186:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie in dit verband paragraaf 10.5.1. van dit hoofdstuk.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De (relatieve) omvang van het aandelenbelang heeft geen gevolgen voor de vorming van het eigen belang. Dit zal afhankelijk zijn van andere omstandigheden. Het heeft wel gevolgen voor de mate waarin de aandeelhouder in zijn vrijheid wordt beperkt om zijn eigen belang te behartigen. Hoe groter het aandelenbelang van de individuele aandeelhouder in de vennootschap, in hoe verdergaande mate hij rekening dient te houden met het vennootschappelijk belang. Wanneer de aandeelhouder de algemene vergadering van aandeelhouders domineert, bevindt deze aandeelhouder zich in een quasi-fiduciaire positie, hetgeen betekent dat de aandeelhouder de aan hem toegekende bevoegdheden moet uitoefenen in het vennootschappelijk belang, in ieder geval wanneer het de uitoefening van deze bevoegdheden binnen de algemene vergadering van aandeelhouders (lees: met betrekking tot de totstandkoming van besluiten) betreft. Het zijn van meerderheidsaandeelhouder creëert mijns inziens op zichzelf geen bijzondere verantwoordelijkheid jegens de minderheidsaandeelhouder(s), dit in tegenstelling tot de situatie waarbij sprake is van bijvoorbeeld een nauwe samenwerking tussen aandeelhouders, zoals in een joint venture.1
Voor het bepalen van de omstandigheden die vereist zijn voor het domineren van de algemene vergadering van aandeelhouders kan geen algemene regel worden geformuleerd. Die kwalificatie is bovendien niet zozeer afhankelijk van het gehouden aandelenbelang, maar veeleer van de macht die de aandeelhouder (als aandeelhouder) heeft. Daarbij is het aandelenbelang een belangrijke factor, maar niet de enige. Ook kan worden gedacht aan het soort gehouden aandelen en de met andere aandeelhouders (en eventueel de vennootschap) gesloten aandeelhoudersovereenkomsten. Deze categorieën omstandigheden worden hieronder nader toegelicht.
Het aandelenbelang dat een individuele aandeelhouder houdt in de vennootschap heeft geen gevolgen voor de vorming van het vennootschappelijk belang, behoudens het feit dat onder omstandigheden moet worden meegewogen dat sprake is van een situatie waarin zich binnen de vennootschap een meerderheids- en minderheidsaandeelhouder bevinden.