Einde inhoudsopgave
Uitbesteding van werk en (on)gelijke behandeling (MSR nr. 87) 2024/5.7.4.2
5.7.4.2 Loon en re-integratie tijdens ziekte als platform uitlenend werkgever is
M.A.C. Keijzer, datum 01-01-2024
- Datum
01-01-2024
- Auteur
M.A.C. Keijzer
- JCDI
JCDI:ADS943452:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Nadat de overeenkomst drie maanden heeft geduurd kan de werknemer een beroep doen op het rechtsvermoeden ex art. 7:610b BW op basis waarvan de bedongen arbeid vermoed wordt een omvang te hebben gelijk aan het gemiddelde over de afgelopen drie maanden. Over die gemiddelde omvang kan tijdens ziekte dan een recht op loondoorbetaling ontstaan.
Hof Amsterdam 21 september 2021, ECLI:NL:GHAMS:2021:2741 (FNV/Helpling).
Zo wees het platform nadien de gebruiker op de verplichting gedurende zes weken loon door te betalen bij ziekte.
Zie art. 2 sub 1 Oppasovereenkomst, via: ‘Oppasovereenkomst’, charlycares.com 19 juni 2023.
Hof Amsterdam 21 september 2021, ECLI:NL:GHAMS:2021:2741, r.o. 3.13.2 (FNV/Helpling).
Arbeidskrachten die via een uitlenend platform werken, kwalificeren als uitzend- of payrollwerknemer. Aangezien de allocatiefunctie bij de meeste platformen duidelijk aanwezig is, is het onwaarschijnlijk dat van payrolling sprake is. Zieke werknemers die voor een uitlenend platform werken, hebben in het geval van ziekte dus dezelfde aanspraken als een uitzendwerknemer. Om het inkomen tijdens ziekte te bepalen is allereerst de inhoud van de overeenkomst met het platform van belang. Bij platformwerk zal de overeenkomst vaak als een oproepcontract zijn geformuleerd. Dat betekent dat de arbeidskracht buiten de oproepperiode geen recht heeft op loondoorbetaling tijdens ziekte, ook al is de overeenkomst een uitzendovereenkomst.1 Dit geldt eveneens voor werknemers van de inlener met een oproepcontract. Van ongelijke behandeling is dan dus geen sprake.
Aangezien dergelijke platformen met veel arbeidskrachten dezelfde soort overeenkomsten aangaan, is de mate waarin zij uitzenden voldoende om onder de uitzend-cao te vallen. De daarin opgenomen loondoorbetalingspercentages bepalen de hoogte van de loondoorbetaling. Platformen hebben veel inleners en in veel gevallen zijn de inleners ook particulieren. Het vaststellen van het loondoorbetalingspercentage dat op basis van gelijke behandeling zou moeten gelden, is zeer complex of praktisch onmogelijk. Het hanteren van loondoorbetalingspercentages die afwijken van de percentages die inleners aan zieke werknemers (zouden) doorbetalen die vergelijkbaar werk doen, is, gezien de aard en context van de activiteiten van het platform en de gerechtvaardigde verwachtingen van opdrachtgevers, noodzakelijk voor het bereiken van legitieme doelstellingen. Dat geldt ook voor het feit dat de inlener niet verplicht is mee te werken aan de re-integratie van de platformwerker. Gezien de hoeveelheid inleners en de korte duur van elke inlening, geldt bij uitlenende platformen des te meer dat van inleners geen medewerking in het kader van re-integratie kan worden verlangd. Verplichte medewerking doet bovendien sterk af aan de flexibiliteit die inleners van deze platformen beogen te verkrijgen door gebruikmaking van de diensten van het platform. Zeker nu inleners vaak particulier zijn, zijn werknemers van deze platformen niet bijzonder gebaat bij gelijke behandeling met ‘werknemers’ die bij inleners vergelijkbaar werk doen. Ongelijke behandeling ten aanzien van de loondoorbetalingspercentages en de re-integratie van zieke werknemers van een uitlenend platform en werknemers die in dienst van inleners vergelijkbaar werk doen, is een gerechtvaardigd personeelsbeleid van het platform.
In het Helpling-arrest merkte het hof de in dat arrest beschreven verhouding tussen platform en schoonmaker aan als uitzendovereenkomst.2 Op basis van het Helpling-arrest zou Helpling de schoonmaakkrachten loon moeten doorbetalen tijdens ziekte en moeten begeleiden bij de re-integratie. Helpling heeft naar aanleiding van deze uitspraak echter niet de voorwaarden waaronder de arbeidskrachten werken veranderd, maar de website aangepast. Door de gebruikers op de website meer te wijzen op hun verplichtingen als werkgever op grond van de Regeling dienstverlening aan huis lijkt het platform te hebben gehoopt bij een nieuwe beoordeling niet als (uitzend)werkgever uit de bus te komen.3 Platform Charly Cares vermeldt in de overeenkomst met de oppaskracht dat de vergoeding die deze ontvangt per afgeronde oppasdienst altijd ‘inclusief de conform de Regeling dienstverlening aan huis verschuldigde 8% vakantiegeld per jaar, ziekteverzuim en opgebouwde vakantiedagen’ is.4 Dat is echter niet conform de Regeling. De Regeling verplicht werkgevers in de zin van de Regeling om in het geval van ziekte zes weken loon door te betalen. Het verdisconteren van ziekteverzuim in het loon is daarvoor geen toegestaan alternatief, zo volgt uit de Helpling-zaak.5 Gezien hetgeen in de rechtspraak is bepaald ten aanzien van Helpling, heeft Charly Cares ook loondoorbetalings- en re-integratieverplichtingen ten aanzien van de oppaskrachten die via het platform werken.