Einde inhoudsopgave
Een Nederlandse personenvennootschap met beperkte aansprakelijkheid (IVOR nr. 81) 2011/7.5.1.8
7.5.1.8 Afgescheiden winst en vennootschapbelastingplichtigen
mr.drs. I.S. Wuisman, datum 13-01-2011
- Datum
13-01-2011
- Auteur
mr.drs. I.S. Wuisman
- JCDI
JCDI:ADS401439:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Bij de totstandkoming van de fiscale wetgeving was de vastgestelde winst na afloop van het boekjaar ook al door de aandeelhouders van een NV opvorderbaar uit hoofde van artikel 42d WvK (oud). Het artikel luidde: 'Voor zoverre bij de akte van oprichting niet anders is bepaald, komt de winst den aandeelhouders ten goede'.
Artikel 2:105/216 lid 3 BW.
HR 18 maart 1956, NJ 1956, 322 en Asser-Maeijer, 2-111, onder punt 449.
Schilfgaarde, P. van (2009), supra noot 74, nr. 107, blz. 330-331.
Asser-Maeijer, 2-111, onder punt 449.
Kamerstukken II2006-2007, 31 058, nr. 3, blz. 68. Echter een besluit tot uitkering heeft geen gevolgen zolang het bestuur geen instemming heeft verleend.
Kempen, M.L.M. van (2002), 'Misverstand dreigt transparantie personenvennootschap', WFR 2002/6506, blz. 1699-1710.
Artikelen 2:105/216 lid 1 BW bepalen voor de NV en de BV dat de winst, voorzover bij de statuten niet anders is bepaald, aan de aandeelhouders ten goede komt1 Indien de statuten hieromtrent niets bepalen, krijgen (alleen) de aandeelhouders derhalve een wettelijk en rechtsreeks recht op uitkering van de winst. Dit recht is eerst opvorderbaar nadat de jaarrekening is vastgesteld waaruit blijkt dat deze uitkering geoorloofd is.2 Een voorafgaand besluit tot dividenduitkering is dan niet nodig.3 Volgens het wettelijk systeem behoort (in het gewone model) het vaststellen van de winst tot de werkzaamheden van de AVA als vennootschapsorgaan maar valt de winstbestemming daarbuiten.4 De statuten kunnen echter een bepaling bevatten dat de winst ter beschikking staat aan de AVA. Door de algemene vergadering moet dan een besluit tot winstbestemming worden genomen. De aandeelhouder kan het hem toekomende dividend in beginsel opeisen, indien het na de vaststelling van de jaarrekening, duidelijk is geworden, hetzij door een bepaling in de statuten, hetzij door een omtrent de winstbestemming genomen besluit, welk aandeel van de winst hem toekomt.5 Hierdoor is het dus afhankelijk van de bepalingen in de statuten of de winst rechtstreeks aan de aandeelhouders toevalt of niet. De mogelijkheid van rechtstreeks toevallen is echter heel goed mogelijk.
Ook voorlopige winsten kunnen tussentijds worden uitgekeerd, indien de statuten dit toelaten en aan de eisen van de artikelen 2:105/216 lid 2 en 4 BW, is voldaan. Voor tussentijdse uitkeringen bij de NV is een vermogensopstelling nodig, die ondertekend is door de bestuurders. Een besluit van een vennootschappelijk orgaan is in dat geval vereist. Bij de BV is een dergelijke vermogensopstelling echter niet vereist. Na inwerkingtreding van het Wetsvoorstel flex-BV, zal bij de BV voortaan wel een uitdelingsbesluit nodig zijn. Uit hoofde van artikel 2:216 lid 1 Wetsvoorstel flex-BV is de algemene vergadering bevoegd tot bestemming van de winst, hetzij door deze te reserveren, hetzij door deze uit te keren aan de aandeelhouders (of anderen). Besluit de algemene vergadering om door de vaststelling van de jaarrekening bepaalde winst (of een deel daarvan) te bestemmen voor uitkeringen, dan strekt dit besluit tot zowel de bestemming als de uitkering van de winst.6 Concluderend kan gesteld worden dat bij de NV en de BV niet vaststaat dat er altijd sprake is van een afgescheiden winst. De winst kan zowel rechtstreeks aan de aandeelhouders toevallen, of pas nadat een uitdelingsbesluit door een daartoe bevoegd orgaan is genomen. Ook bij de `rechtspersoonachtigen' die onder de vennootschapsbelasting vallen, kunnen de resultaten rechtstreeks voor rekening van de participanten komen. Deze entiteiten zijn desalniettemin ook in dat geval vennootschapsbelastingplichtig. Niet de rechtsvorm of het bezit van rechtspersoonlijkheid bepaalt dan ook of een uitdelingsbesluit noodzakelijk is, maar of, en zo ja, wat daarover is vastgelegd in de statuten of de vennootschapsovereenkomst.7