Einde inhoudsopgave
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/10.4.2.1
10.4.2.1 Inleiding
M.L. Schippers, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
M.L. Schippers
- JCDI
JCDI:ADS258325:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Accijns en verbruiksbelastingen / Algemeen
Douane (V)
Voetnoten
Voetnoten
Voor een uitgebreide lijst met verrichte internationale onderzoeken naar en bijeenkomsten over de wisselwerking tussen de vaststelling van de douanewaarde en de vaststelling van interne verrekenprijzen verwijs ik naar: A. Bakker & B. Obuoforibo (eds.), Transfer Pricing and Customs Valuation – Two worlds tax as one, Amsterdam: IBFD 2009, p. 24-28 en L. Bastin, Transfer Pricing and the WTO, Journal of World Trade 48(1), p. 66-69.
K. Mark en J.R. Neville, Customs Valuation Issues at the WCO… and coming to a foreign jurisdiction near you, Journal of International Taxation 20(1), p. 19-21; L. Ping, Transfer Pricing and Customs Valuation: Exploring Convergence, GTCJ 2(3), p. 119. L. Ping & C. Silberztein, Transfer Pricing, Customs Duties and VAT Rules: Can We Bridge the Gap, World Commerce Review 1(1), p. 37-38.
K. Mark en J.R. Neville, Customs Valuation Issues at the WCO… and coming to a foreign jurisdiction near you, Journal of International Taxation 20(1), p. 20.
K. Mark en J.R. Neville, Customs Valuation Issues at the WCO… and coming to a foreign jurisdiction near you, Journal of International Taxation 20(1), p. 21.
Het creëren van bewustzijn en stimuleren van een nadere dialoog was ook één van de belangrijkste aanbevelingen/conclusie van de eerste en tweede gezamenlijke WDO/OESO-conferentie over verrekenprijzen en douanewaarde (3-4 mei 2006 respectievelijk 22-23 mei 2007). Ook de aanbevelingen in het WDO-rapport zijn hierop gericht: WCO Guide to Customs Valuation and Transfer Pricing (24 juni 2015, geüpdatet in 2018), p. 72-74. Zie ook onderdeel 10.4.2.2.
Er hebben de afgelopen decennia diverse conferenties en overleggen plaatsgevonden in verscheidene internationale gremia om bewustwording te creëren en de dialoog tussen douanewaarde- en verrekenprijsspecialisten te vergroten om zo een brug te slaan tussen de vaststelling van de douanewaarde en de vaststelling van interne verrekenprijzen.1 Tijdens dit soort bijeenkomsten kan een tweetal ‘scholen’ worden onderscheiden.2 Ten eerste kan worden gewezen op de school die enige afstemming tussen de vaststelling van de douanewaarde en interne verrekenprijzen van de hand wijst. Mark & Neville beschrijven de opvatting van deze school als volgt: “They believe that any talk of “convergence” is the start of a slippery slope toward the ultimate adoption of the Guidelines, and that any people talking about making any use of the OECD Guidelines should be mistrusted”.3 De tweede school is wel voorstander van (een nauwere) afstemming tussen de vaststelling van de douanewaarde en interne verrekenprijzen. Zij wijzen er in dat kader op dat verrekenprijsdocumentatie nuttig kan zijn in het kader van het onderzoek naar de omstandigheden van de verkoop, te meer vanwege het feit dat verrekenprijsdocumentatie tot stand komt op basis van de OESO-richtlijnen en deze uitgebreider dan de CVA uiteenzetten en richting geven over op welke wijze een zakelijke prijs tot stand komt.4
Het bestaan van deze scholen geeft weer dat de bereidheid van landen om tot een nadere afstemming te komen tussen de vaststelling van de douanewaarde en interne verrekenprijzen verschilt. Met name bij het formuleren van voorstellen voor een nadere (juridische) afstemming van de vaststelling van de douanewaarde op de vaststelling van interne verrekenprijzen in onderdeel 10.7 is het bestaan van deze verschillende opvattingen van belang om rekening mee te houden. Daarom zal bij het formuleren van voorstellen niet alleen aandacht uitgaan naar het ontwikkelen van richtlijnen en openstellen van faciliteiten die de afstemming kunnen vergemakkelijken, maar zal ook worden stilgestaan bij het creëren van bewustzijn en stimuleren van een nadere dialoog tussen de stakeholders die betrokken zijn bij de vaststelling van zakelijke prijzen voor intragroepstransacties.5