Einde inhoudsopgave
Een Nederlandse personenvennootschap met beperkte aansprakelijkheid (IVOR nr. 81) 2011/2.2.4.1.0
2.2.4.1.0 Introductie
mr.drs. I.S. Wuisman, datum 13-01-2011
- Datum
13-01-2011
- Auteur
mr.drs. I.S. Wuisman
- JCDI
JCDI:ADS394303:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Kieninger, E-M. (2004), 'The Legal Framework of Regulatory Competition Based on Company Mobility: EU and US Compared', 6 German Law Joumal, blz. 741-770 en J.A. McCahery en E.P.M. Vermeulen (2001a), supra noot 13, blz. 459-481.
Vgl: Smits, J.M. (2006), 'Competitie tussen vennootschapsvormen: wat is het 'beste' stelsel van ondernemingsbestuur?', Tijdschrift voor Ondernemingsbestuur 2006-1, blz. 21-26.
Vgl: Geradin, D. en J.A. McCahery (2005), supra noot 11. Hetzelfde fenomeen is waar te nemen bij de kleine belastingparadijsjes en J.A. McCahery en E.P.M. Vermeulen (2001a), supra noot 13, blz. 459-481.
Overheden zullen alleen tot een jurisdictionele competitie worden aangezet indien zij een incentive hebben om hun wetgeving aan te passen aan de behoeften van degene die beslissen over de (her)incorporatie.1 Het aantrekken van (her)incorporaties dient met andere woorden te zorgen voor een voordeel voor de overheid. Dit voordeel kan, net als in het Tiebout model, bijvoorbeeld gelegen zijn in het behoud, of de vermeerdering van belastinginkomsten. Andere voordelen kunnen zijn het bevorderen van de concurrentiekracht van de nationale economie, het aantrekken van (extra) werkgelegenheid in de primaire economie en ook de secundaire economie (zoals werk voor professionele dienstverlenende organisaties), het binnenhalen van nieuwe innovatieve technologieën of bijvoorbeeld het behoud van controle over de bescherming van minderheidsaandeelhouders, crediteuren en werknemers. Niet alleen het aantrekken van nieuwe (her)incorporaties maar zeker ook de mogelijkheid van bedrijven om een hun onwelgevallige jurisdictie te verlaten, stimuleert nationale overheden om hun rechtsstelsel zo aantrekkelijk mogelijk te houden.2 Kleinere jurisdicties neigen er toe een leidende rol te nemen in deze competitie aangezien in deze jurisdicties de voordelen van deze competitie (voor de overheid) een grotere impact kunnen hebben op de inkomsten en de economie.3