Rechtsverwerking en klachtplichten in het verbintenissenrecht
Einde inhoudsopgave
Rechtsverwerking en klachtplichten in het verbintenissenrecht (R&P nr. CA28) 2024/1.3:1.3 Relevantie
Rechtsverwerking en klachtplichten in het verbintenissenrecht (R&P nr. CA28) 2024/1.3
1.3 Relevantie
Documentgegevens:
H. Boom, datum 28-06-2024
- Datum
28-06-2024
- Auteur
H. Boom
- JCDI
JCDI:ADS973668:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De toegevoegde waarde van een rechtswetenschappelijk onderzoek naar het leerstuk rechtsverwerking zit in onderzoek naar de onderlinge verhouding van dit leerstuk en de wettelijke klachtplichten van art. 6:89 en 7:23 lid 1 BW. Het onderzoek naar het raakvlak van beide rechtsfiguren met de korte verjaringstermijnen dient zich daarnaast logisch aan, omdat het verwante rechtsfiguren betreft. Zowel de wettelijke klachtplichten als de korte verjaringstermijnen hebben sinds 1992 een aanzienlijke jurisprudentiële ontwikkeling doorgemaakt. Het is dan ook zinvol om op deze ontwikkelingen in onderlinge samenhang te reflecteren.
Een dergelijke onderzoeksopzet is nieuw. Zowel over rechtsverwerking en de klachtplichten als verjaring zijn, ten aanzien van de klachtplichten zelfs recent nog, proefschriften verschenen, maar telkens behandelden zij de respectievelijke onderwerpen separaat.1 Een uitzondering daarop vormt het proefschrift van Spronck. Zij heeft weliswaar alle drie de onderwerpen behandeld, maar is daarbij uitgegaan van de opvatting dat art. 6:89 en 7:23 lid 1 BW niet als wettelijke vormen van rechtsverwerking zouden kwalificeren.2 De door de Hoge Raad expliciet gemaakte koppeling tussen deze leerstukken is nu juist het vertrekpunt van deze studie. Daar komt bij, dat het meer dogmatische onderzoek naar het karakter van het fenomeen Obliegenheit, ook naar Duits recht, in Nederland nieuw is.