Einde inhoudsopgave
Fiscale geheimhoudingsplicht: art. 67 AWR ontrafeld (FM nr. 168) 2021/3.2.3
3.2.3 Tegenhanger van vergaande bevoegdheid?
Dr. B.M. van der Sar, datum 05-05-2021
- Datum
05-05-2021
- Auteur
Dr. B.M. van der Sar
- JCDI
JCDI:ADS285416:1
- Vakgebied(en)
Invordering / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Informatieverplichting
Invordering / Inlichtingenverplichting
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Bezwaarfase
Voetnoten
Voetnoten
Hoofdstuk 2, par. 3.1.
H.E. Koning, De geheimhoudingsverplichting van de fiscus, WFR 1964/681. Koning was Staatssecretaris van Financiën in de periode 1982-1989.
O.a.: J.B.H. Röben, Geheimhouding, verplicht? Belastingblad 1982/475 en Informatiegaring door de fiscus (Registratiekamer 1998), blz. 20. Vergelijk: Informatieverstrekking door de fiscus (Registratiekamer 1999), blz. 39 waar staat: “De fiscale geheimhoudingsplicht moet de vergaande bevoegdheden van de fiscus om gegevens te vergaren kunnen legitimeren”. Ook Zwenne noemt in zijn dissertatie de fiscale geheimhoudingsplicht als tegenhanger van informatieverplichting (Zwenne 1998, blz. 33).
Brief Staatssecretaris van Financiën van 16 mei 2012 (notitie over inlichtingenrecht van parlement en fiscale geheimhoudingsplicht), Kamerstukken II 2011/12, 33 003, nr. 83. Vergelijk: brief Staatssecretaris van Financiën van 20 maart 2001, nr. BOB 2000/01536, Kamerstukken II 2000/01, 27 400 IXB, nr. 27, V-N 2001/18.9, blz. 1.
Bij de invoering van de Wet VB 1892 is aangegeven dat de geheimhoudingsplicht voor de inspecteur werd gerechtvaardigd door de verplichting van belastingplichtigen om op eigen aangifte volledige openheid van zaken te geven.1 Ook de latere Staatssecretaris van Financiën Koning stelde in 1964 dat de vergaande bevoegdheden van de Belastingdienst alleen dan aanvaardbaar waren als daartegenover een vergaande geheimhoudingsverplichting stond.2 Een geheimhoudingsplicht als voorwaarde voor vergaande informatieverplichtingen is nadien in de literatuur vaker genoemd.3 Na de herziening van de geheimhoudingsbepaling per 1 januari 2008 is dit door de Staatssecretaris van Financiën herhaald.4 Hoewel het creëren van een tegenhanger van de vergaande bevoegdheden als zelfstandige doelstelling is aangedragen, moet dit worden beschouwd als een argument dat de doelstellingen van de privacy en meewerkbereidheid kan onderbouwen.