Einde inhoudsopgave
Bescherming van beursvennootschappen door uitgifte van preferente aandelen (VDHI nr. 147) 2018/4.6.2
4.6.2 Voorschriften betreffende de aanvraag en afgifte van de vvgb
mr. R.A.F. Timmermans, datum 01-10-2017
- Datum
01-10-2017
- Auteur
mr. R.A.F. Timmermans
- JCDI
JCDI:ADS347052:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Art. 3:103 lid1 Wft.
Art. 3:103 lid 3 Wft.
Art. 3:100 Wft. De ECB is op grond van het gemeenschappelijk toezichtsmechanisme (Single Supervisory Mechanism) de bevoegde toezichthouder voor de afgifte van vvgb’s. Kamerstukken II 2013/2014, 33 849, nr. 3, p. 13/14 en Kamerstukken II 2014/2015, 34 049, nr. 3, p. 4.
Art. 3:95 lid 3 Wft en art. 1:106b Wft.
Art. 1:106b lid 2 Wft. Over deze termijn Kamerstukken II 2014/2015, 34 049, nr. 3, p. 18.
Art. 1:106c lid 3 Wft. In het slechtste geval duurt de aanvraag 82 werkdagen; 60 plus 20, plus 2 werkdagen waarbinnen DNB de ontvangst van de aanvraag van de vvgb moet bevestigen.
Grundmann-van de Krol, Handboek onderneming en aandeelhouder 2012, p. 433.
a. Procedure rondom aanvraag vvgb
Een gekwalificeerde deelneming is in art. 1:1 Wft – kort gezegd – gedefinieerd als het houden van ten minste 10% van het geplaatste kapitaal van de vennootschap of het kunnen uitoefenen van ten minste 10% van de stemrechten. Op grond van art. 3:95 lid 1 Wft is een vvgb vereist voor het houden, verwerven of vergroten van een gekwalificeerde deelneming, dan wel het uitoefenen van enige zeggenschap verbonden aan een gekwalificeerde deelneming in een bank of verzekeraar. Van een vergroting is ingevolge art. 3:102 Wft slechts sprake indien de bovengrens van 20%, 33%, 50% of 100% wordt overschreden of bereikt. Een afgegeven vvgb kan derhalve betrekking hebben op een specifieke bandbreedte waarbinnen de houder zonder een nieuwe aanvraag te hoeven doen zijn belang kan uitbreiden of verminderen. De meldingsplicht ligt bij de aandeelhouder.1 Anderzijds moet de financiële onderneming zodra zulks haar bekend wordt, DNB op grond van art. 3:103 lid 2 Wft in kennis stellen van iedere verwerving, afstoting of wijziging van een gekwalificeerde deelneming in haar waardoor een van de drempelwaarden naar boven of naar beneden wordt overschreden. Daarnaast geldt dat de financiële onderneming, voor zover haar bekend, DNB in de maand juli van elk jaar kennisgeeft van de identiteit van iedere persoon die een gekwalificeerde deelneming in haar houdt.2
Betreft het de verwerving van een belang in een bank, dan geldt sinds 4 november 2014 dat de Europese Centrale Bank (ECB) de vvgb verleent.3 DNB beoordeelt deze aanvragen voor zover deze betrekking hebben op banken met statutaire zetel in Nederland, stelt een ontwerpbesluit op en brengt daarover advies uit aan de ECB.4 Dergelijke aanvragen moeten dan ook als vanouds bij DNB worden ingediend.
DNB beslist op de aanvraag binnen 60 werkdagen na de ontvangstbevestiging van DNB aan de aanvrager.5 DNB heeft de bevoegdheid om aanvullende informatie op te vragen en de termijn eenmalig met maximaal 20 werkdagen op te schorten.6 Betreft het een aanvraag ter zake van een bank, dan neemt de ECB van de totale behandelingsduur ten minste 15 werkdagen in beslag voor haar eigen beoordeling. De overige, maximaal 45 werkdagen resteren voor het opstellen van een ontwerpbe sluit door DNB. Naar verwachting zal de betrokkenheid van de ECB bij de verwerving van een deelneming in banken ertoe leiden dat de procedure meer tijd in beslag zal nemen dan voorheen toen alleen DNB nog over de aanvragen besliste.
b. Civielrechtelijke gevolgen van overtreding regels vvgb
Indien enige zeggenschap, verbonden aan een gekwalificeerde deelneming in een financiële onderneming als bedoeld in artikel 3:95 lid 1 Wft is uitgeoefend zonder dat een vvgb is verkregen of de bij de vvgb gestelde beperkingen niet in acht zijn genomen, is een mede door de uitgeoefende zeggenschap tot stand gekomen besluit op grond van art. 3:104 lid 2 Wft vernietigbaar. Het besluit kan worden vernietigd op vordering van DNB. Het besluit wordt in dat geval door de rechtbank vernietigd indien het besluit zonder dat de desbetreffende zeggenschap zou zijn uitgeoefend anders zou hebben geluid of niet zou zijn genomen, tenzij voor het tijdstip van de uitspraak alsnog een vvgb wordt verleend of de niet in acht genomen beperkingen worden ingetrokken. De rechtbank regelt voor zover nodig de gevolgen van de vernietiging.
Het artikellid stelt – anders dan bij de vennootschapsrechtelijke vernietigingsgronden van art. 2:15 BW – geen termijn waarbinnen de vordering door DNB moet worden ingesteld. Aangenomen mag worden dat DNB snel op de hoogte zal zijn van de gekwalificeerde deelneming, nu de bank of verzekeraar zelf onder art. 3:103 lid 2 Wft gehouden is om DNB op de hoogte te stellen van de verwerving, en op basis van de verkregen informatie niet lang daarna een vordering tot vernietiging instelt. Ik meen dat onder aan een gekwalificeerde deelneming verbonden zeggenschap niet valt de zeggenschap in een vergadering van bestuur of raad van commissarissen van welk orgaan een vertegenwoordiger van de houder van de gekwalificeerde deelneming lid is.
De civielrechtelijke gevolgen van overtreding van de regels inzake gekwalificeerde deelnemingen hebben betrekking op de uitoefening van het aan de gekwalificeerde deelneming verbonden stemrecht en zien niet op de vraag of de houder rechtsgeldig aandeelhouder is geworden. Indien de houder van de gekwalificeerde deelneming de aandelen op de beurs heeft verworven of anderszins krachtens geldige koopovereenkomst heeft verkregen, is de houder aandeelhouder geworden van de bank of verzekeraar, ook al beschikt hij niet over een vvgb. In dit verband constateer ik dat art. 3:104 lid 3 Wft stelt dat DNB een aanwijzing kan geven die verplicht om binnen een door DNB te stellen termijn ten aanzien van de aanwijzingsbeschikking aan te geven punten een bepaalde gedragslijn te volgen. Betwijfeld moet worden of deze aanwijzingsbevoegdheid door DNB gebruikt mag worden om een (koop)overeenkomst tussen de houder van gekwalificeerde deelneming en derden aan te tasten.7 Aanwijzingen van de ECB en DNB uit hoofde van art. 1:75 Wft mogen immers evenmin tot aantasting van overeenkomsten tussen de betreffende persoon en derden strekken. Aangenomen mag worden dat de houder van de gekwalificeerde deelneming aandeelhouder is geworden en dat ook blijft.
Oefent deze aandeelhouder het stemrecht op de aandelen uit, dan kan de rechtbank het tot stand gekomen besluit op vordering van DNB vernietigen en zal dat alleen mogen doen indien het besluit anders zou hebben geluid indien de houder het stemrecht niet zou hebben uitgeoefend. De rechtbank zal aldus de door de houder uitgebrachte stemmen en het door hem vertegenwoordigde belang buiten beschouwing moeten laten bij de vaststelling of het besluit anders zou hebben geluid of niet zou zijn aangenomen. Wat de uitkomst van die vaststelling zal zijn, zal afhangen van het aantal stemmen dat voor en tegen het voorstel is uitgebracht en de grootte van het belang dat de betreffende aandeelhouder heeft. Ik lees de wettelijke bepaling zodat de rechtbank alleen behoort te vernietigen indien zij vaststelt dat het besluit anders zou hebben geluid of niet zou zijn genomen. Overigens zal de uitgebrachte stem niet nietig zijn op grond van art. 2:13 lid 1 BW, omdat de uitkomst van de rechtbank ook kan zijn dat het voorstel zonder de stem van de houder zou zijn aangenomen of niet tot een ander besluit zou hebben geleid. In dat geval wordt de uitgebrachte stem dus gewoon in aanmerking genomen. Bovendien heeft de wetgever bij een nietige stem in het bijzonder gedacht aan onbevoegdheid, bijvoorbeeld omdat degene die de stem uitbracht geen aandeelhouder blijkt te zijn.8 De houder is bevoegd, want hij is rechtsgeldig aandeelhouder geworden, zoals ik hierboven heb vastgesteld.