De kosten van de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
De kosten van de enquêteprocedure (VDHI nr. 177) 2022/5.2.7.14:5.2.7.14 Toekenning van een billijke vergoeding door de Ondernemingskamer
De kosten van de enquêteprocedure (VDHI nr. 177) 2022/5.2.7.14
5.2.7.14 Toekenning van een billijke vergoeding door de Ondernemingskamer
Documentgegevens:
mr. P.H.M. Broere, datum 12-05-2022
- Datum
12-05-2022
- Auteur
mr. P.H.M. Broere
- JCDI
JCDI:ADS652368:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
OK 27 oktober 2015 (r.o. 3.11), JOR 2016/60, m.nt. S.C.M. van Thiel (Cunico).
Josephus Jitta 2018b, p. 408.
Voorontwerp Wet aanpassing geschillenregeling en verduidelijking ontvankelijkheidseisen enquêteprocedure, Memorie van Toelichting, p. 16-17, te raadplegen via www.internetconsultatie.nl.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In Cunico zetten de OK-functionarissen een biedingsproces op, als gevolg waarvan een van de twee aandeelhouders nieuwe aandelen zou verwerven; de ander zou verwateren. Het biedingsproces voorzag in het voorschrift dat het voorstel dat iedere aandeelhouder kon doen bijzondere aandacht moest schenken aan de positie en compensatie van de verwaterende aandeelhouder, op basis waarvan de OK-functionarissen het bod mede zouden beoordelen.1 Josephus Jitta heeft voorgesteld in situaties als deze compensatie van partijen door de Ondernemingskamer mogelijk te maken, op vergelijkbare wijze als art. 2:343 lid 4 BW daarin voorziet. Daartoe zou art. 2:357 lid 2 BW volgens hem moeten worden uitgebreid. Een factor die in de verhoudingen tussen OK-functionarissen en partijen tot spanning kan leiden, kan daarmee in belang verminderen.2
Ik vermoed tegen de achtergrond van het Voorontwerp Wet aanpassing geschillenregeling en verduidelijking ontvankelijkheidseisen enquêteprocedure, dat de wetgever niet bereid zal zijn tot een dergelijke aanpassing van art. 2:357 lid 2 BW, nu de enquêteprocedure daartoe in de visie van de wetgever in het licht van art. 1 EP EVRM en art. 6 EVRM te weinig waarborgen biedt voor de verwaterende aandeelhouder.3 Dat neemt niet weg dat Josephus Jitta’s voorstel sympathiek is. Voorstelbaar is dat de verwaterde aandeelhouder zijn pijlen niet (spoedig) richt op een OK-functionaris, als de Ondernemingskamer zich zou buigen over een billijke vergoeding. De taak van OK-functionarissen wordt dan kleiner.