Doorwerking van de beginselen van behoorlijke rechtspleging
Einde inhoudsopgave
Doorwerking van de beginselen van behoorlijke rechtspleging 2010/II.5.3.5.2:II.5.3.5.2 Gevolgen van schendingen van equality of arms in de bestuurlijke voorprocedures
Doorwerking van de beginselen van behoorlijke rechtspleging 2010/II.5.3.5.2
II.5.3.5.2 Gevolgen van schendingen van equality of arms in de bestuurlijke voorprocedures
Documentgegevens:
mr. D.W.M. Wenders, datum 27-09-2010
- Datum
27-09-2010
- Auteur
mr. D.W.M. Wenders
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
CBb 28 november 2001, AB 2001/45 m.nt. J.H. van der Veen (wel vernietiging maar het CBb geeft aan wegens een bijkomend gebrek art. 6:22 Awb niet toe te passen); CBb 29 februari 2000, AB 2000/206 m.nt. J.H. van der Veen;.
CRvB 15 januari 2004, JB 2004/107 m.nt. A.M.M.M. Bots; Gst. 2004, 7212/128 m.nt. Adriaanse.
Zie bv.: Rb. R'dam 4 december 1995, JB 1996/63.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Voor daadwerkelijke gelding van het vereiste van equality of arms in de bestuurlijke voorprocedures is vereist dat, expliciet dan wel impliciet, aan de schending van dit vereiste gevolgen worden verbonden. In het onderstaande wordt ingegaan op de jurisprudentie van de bestuursrechter over schendingen van de verschillende in de vorige paragraaf genoemde aspecten waarin in mijn optiek equality of arms tot uitdrukking komt. Een expliciete erkenning van een schending van dit vereiste vindt in de jurisprudentie vanzelfsprekend niet plaats, omdat het vereiste van equality of arms zelf als eis voor de bestuurlijke besluitvorming niet is erkend. Een schending van dit vereiste zal derhalve altijd plaatsvinden via de band van andere eisen. Dat kunnen de wettelijke eisen zijn waarin het vereiste van equality of arms tot uitdrukking komen of andere ongeschreven normen, zoals het zorgvuldigheidsbeginsel of het verbod van vooringenomenheid. De vaststelling van de schending van equality of arms moet derhalve altijd afgeleid worden uit de schending van een ander vereiste waarbij dan de facto sprake is van schending van equality of arms.
Gevolgen schending artikel 7:6 Awb en artikel 7:13 vijfde lid Awb
Een schending van artikel 7:6 Awb kan gepasseerd worden door toepassing van artikel 6:22 Awb door de rechter. Het betreft immers een voorschrift dat geen betrekking heeft op de inhoud van een besluit. Een schending van artikel 7:6 Awb vindt plaats in gevallen waarin het bestuur besluit tot afzonderlijk horen zonder dat sprake is van een van de in artikel 7:6 Awb genoemde uitzonderingen of de commissie besluit tot het afzonderlijk horen van belanghebbenden en de vertegenwoordiger van het bestuur zonder bijzondere rechtvaardigingsgrond (analoog aan de in artikel 7:6 Awb genoemde uitzonderingen). Ook kan de schending bestaan uit het nalaten belanghebbenden te informeren over hetgeen buiten hun aanwezigheid aan bod is gekomen tijdens de hoorzitting. Het achterwege laten van vernietiging van het besluit wegens schending van artikel 7:6 Awb is slechts mogelijk indien belanghebbenden daardoor niet benadeeld worden, gelet op artikel 6:22 Awb. Die benadering volgt ook de bestuursrechter en passeert een gebrek regelmatig, in elk geval waar het gaat om het ten onrechte afzonderlijk horen van belanghebbende(n) en de vertegenwoordiger van het bestuursorgaan in strijd met artikel 7:13, vijfde lid, van de Awb.1 Soms wordt echter ook aangegeven dat toepassing van artikel 6:22 Awb juist niet op zijn plaats is bij een dergelijk gebrek vanwege het verband met het beginsel van hoor en wederhoor.2 Ik kan me zo voorstellen dat ook indien belanghebbenden niet tezamen zijn gehoord zonder goede reden daarvoor, een vernietiging achterwege wordt gelaten indien zij volledig op de hoogte worden gesteld van het verhandelde en de gelegenheid hebben gekregen om op elkaars standpunten te reageren. Belanghebbenden zullen tot slot zelf in beroep of hoger beroep moeten aandragen dat zij ten onrechte niet gezamenlijk zijn gehoord of zij ten onrechte niet zijn ingelicht over het verhandelde tijdens de hoorzitting buiten hun aanwezigheid.
Schending van andere uitwerkingen van equality of arms of onpartijdigheidseisen
Bij schendingen van equality of arms in combinatie met de onpartijdigheideisen vindt vernietiging plaats, indien de bestuursrechter van oordeel is dat artikel 2:4 Awb is geschonden. Artikel 2:4 Awb betreft geen vormvoorschrift, waardoor de schending van die bepaling niet kan worden gepasseerd met toepassing van artikel 6:22 Awb. In dat kader verwijs ik naar paragraaf 5.4.3.6 waarin de gevolgen van schendingen van artikel 2:4 Awb aan de orde komen.
Voor zover de schending van equality of arms gepaard gaat met een andere norm, als geschreven dan wel ongeschreven uitwerking van het zorgvuldigheidsbeginsel, het fair play-beginsel of het beginsel van hoor en wederhoor geldt dat vernietiging volgt in de gevallen waarin de bestuursrechter normaliter ook het besluit zou vernietigen.3 Het gaat dan om eisen die onder de verschillende deelaspecten van het beginsel van hoor en wederhoor zouden kunnen vallen en die onderzocht zijn in de voorgaande paragrafen. In dat verband verwijs ik ook naar de betreffende paragrafen in dit hoofdstuk waarin ingegaan is op de gevolgen van schendingen van die uitwerkingen.