De civielrechtelijke inbedding van het besluitenaansprakelijkheidsrecht
Einde inhoudsopgave
De civielrechtelijke inbedding van het besluitenaansprakelijkheidsrecht (O&R nr. 128) 2021/3.7:3.7 De rol van de exacte geschonden norm bij de csqn-toets
De civielrechtelijke inbedding van het besluitenaansprakelijkheidsrecht (O&R nr. 128) 2021/3.7
3.7 De rol van de exacte geschonden norm bij de csqn-toets
Documentgegevens:
mr. P.A. Fruytier, datum 01-06-2021
- Datum
01-06-2021
- Auteur
mr. P.A. Fruytier
- JCDI
JCDI:ADS284538:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Overheid en privaatrecht
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
De Hoge Raad ziet hierop streng toe. De feitenrechter mag het csqn-verband niet vaststellen aan de hand van (net iets) ander gedrag dan het gedrag dat de rechter onrechtmatig acht. Zie voor een fraai voorbeeld waarin de Hoge Raad op die grond het oordeel van het hof vernietigde: HR 10 januari 2020, ECLI:NL:HR:2020:20, NJ 2020/122, m.nt. T.F.E. Tjong Tjin Tai (X/Deutsche Bank).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
114. De geschonden norm zelf is ook van invloed op de csqn-toets. De norm bepaalt namelijk wélke gedraging of gebeurtenis precies weggedacht of bijgedacht moet worden.1 Neem het voorbeeld van de kartwedstrijd. Deelnemer X kan de wedstrijdleiding verwijten te hebben nagelaten hem te waarschuwen voor bocht B2. Hij zou haar ook kunnen verwijten de wedstrijd te hebben laten doorgaan ondanks de gevaarlijke bocht B2. De csqn-toets is bij het eerste verwijt anders dan bij het tweede verwijt en kan ook een ander resultaat hebben.
115. Het eerste verwijt vereist na te gaan wat deelnemer X zou hebben gedaan als hij op basis van de waarschuwing wel voldoende van het gevaar van bocht B2 doordrongen zou zijn geweest. Het is goed mogelijk dat hij dan alsnog de baan op zou zijn gegaan en uit bocht B1 zou zijn gevlogen. Er is dan geen csqn-verband. Het tweede verwijt vereist na te gaan wat de situatie zou zijn geweest als de leiding de wedstrijd niet zou hebben laten doorgaan. Dan is er wel csqn-verband, omdat de race en dus het ongeval niet plaats zouden hebben gevonden.
116. Voor de csqn-toets is dus relevant welke norm precies geschonden wordt en welk gedrag – doen of nalaten – dus precies onrechtmatig is. In §4.5 zal ik betogen dat in het causaliteitsdenken binnen het besluitenaansprakelijkheidsrecht op dit moment nog te weinig aandacht bestaat voor het normschendend gedrag en de precieze geschonden norm. De besluitencausaliteitstoets zoekt namelijk enkel het verband tussen ‘het onrechtmatig besluit’ en de schade in plaats van tussen het onrechtmatige doen of nalaten van het overheidslichaam en de schade. Daardoor laat de causaliteitstoets zich op dit moment binnen het besluitenaansprakelijkheidsrecht lastig conform het civiele recht uitvoeren.