Einde inhoudsopgave
Fiscale geheimhoudingsplicht: art. 67 AWR ontrafeld (FM nr. 168) 2021/4.2.3
4.2.3 Schadevergoedingsplicht
Dr. B.M. van der Sar, datum 05-05-2021
- Datum
05-05-2021
- Auteur
Dr. B.M. van der Sar
- JCDI
JCDI:ADS285553:1
- Vakgebied(en)
Invordering / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Informatieverplichting
Invordering / Inlichtingenverplichting
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Bezwaarfase
Voetnoten
Voetnoten
Eventuele schade voor de Belastingdienst als gevolg van schending van de geheimhouding wordt in het kader van dit onderzoek buiten beschouwing gelaten. Vergelijk: art. 66 ARAR (ingetrokken) dat tot 1 januari 2020 bepaalde dat het bestuursorgaan de schade kon verhalen op persoon die de geheimhouding heeft geschonden.
Zie uitgebreider: A.J.H. van Suilen, Schadeprocedures in het bestuursrecht, belastingrecht en civiele recht, FTV 2017/4-20.
Wet van 31 januari 2013 tot aanvulling van de Algemene wet bestuursrecht met bepalingen over nadeelcompensatie en schadevergoeding bij onrechtmatige overheidsdaad (Wet nadeelcompensatie en schadevergoeding bij onrechtmatige besluiten), Kamerstukken II 2010/11, 32 621, Stb. 2013, 50.
Art. V Wet nadeelcompensatie en schadevergoeding. Vergelijk: A.J.H. van Suilen, De voorgestelde regeling voor schadevergoeding bij onrechtmatige besluiten, NTFR 2011/2828.
Vergelijk: Feteris 2007, blz. 491, 492 en 525. Het Belastingdienstbeleid staat in par. 27 BFB. Vergelijk: art. 8:90, tweede lid, Awb.
Een dergelijke actie is gebaseerd op art. 6:162 BW, waarin is bepaald dat hij die jegens een ander een onrechtmatige daad pleegt, verplicht is de schade te vergoeden die een ander daardoor lijdt. Vergelijk: de schending van de geheimhouding door een ingeschakelde deskundige derde (VV, Kamerstukken II 1989/90, 21 287, nr. 4, blz. 13 en MvA, Kamerstukken II 1990/91, 21 287, nr. 5, blz. 21-22). De vraag of schade als gevolg van schending van de geheimhouding door ingeschakelde deskundige derden voor rekening van de schatkist moeten komen bleef onbeantwoord.
Vergelijk: art. 6:163 BW en art. 8:69a Awb.
A-G IJzerman gaat in zijn conclusie voorafgaand aan het tweede tipgeversarrest in op het relativiteitsvereiste in de context van het zorgvuldigheidsbeginsel (conclusie A-G R.L.H. IJzerman van 25 maart 2019, ECLI:NL:PHR:2019:295, par. 4.29 e.v.).
Zie uitgebreider: Hoofdstuk 3, par. 2.1.
A.J.H. van Suilen, Schadeprocedures in het bestuursrecht, belastingrecht en civiele recht, FTV 2017/4-20.
Met dien verstande dat de AVG zich beperkt tot de privacy van natuurlijke personen. Vergelijk: NAV, Kamerstukken II 2005/06, 30 322, nr. 7, blz. 25-26.
Nieuwsbericht ABRvS van 1 april 2020, Bestuursrechter kan vaker schadevergoeding geven bij schenden privacywetgeving door bestuursorganen, https://www.raadvanstate.nl/actueel/nieuws/?ActLbl=bestuursrechter-kan-vaker&ActItmIdt=120666 (online, geraadpleegd op 28 oktober 2020). Zie uitgebreider: F. Çapkurt, Het bestuursrecht en gegevensbeschermingsrecht: de ontmoeting van twee rechtsgebieden in historisch perspectief, RM Themis 2020-4.
Overkleeft-Verburg stelt dat de bepalingen uit de Wbp door de Afdeling worden toegepast als aanvullende rechtsingang tot bestuursrechtelijke rechtsbescherming tegen (onrechtmatige) verwerking van persoonsgegevens door bestuursorganen (G. Overkleeft-Verburg in haar annotatie bij ABRvS 3 februari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:253, JB 2016/87). Zie ook: par. 3.2 hierna, Hoofdstuk 3, par. 6.4.3 en Hoofdstuk 10, par. 2.1.2.
Rechtbank Den Haag 26 april 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:5386, V-N 2018/38.25. Terecht wordt door de redactie Vakstudie Nieuws opgemerkt dat naast art. 8:88 Awb ook art. 49 Wbp (thans art. 82 AVG) een mogelijkheid biedt om schade te claimen. Vergelijk: NOS 19 oktober 2016, Woonbond eist 365 miljoen euro aan huur terug voor huurders, https://nos.nl/artikel/2138630-woonbond-eist-365-miljoen-euro-aan-huur-terug-voor-huurders.html (online, geraadpleegd op 7 maart 2019).
Brief Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (mede namens de Minister van Financiën) van 20 augustus 2018, Aanhangsel Handelingen II 2018/19, 2942.
Vergelijk: door Kamerlid Bashir wordt opgemerkt dat door het kabinet géén verantwoording wordt afgelegd over het onrechtmatig verstrekken van inkomensgegevens van 1,9 miljoen mensen (Handelingen II 2015/16, 59, item 10). Zijn motie om huurders tegemoet te komen werd afgewezen (motie Bashir, Kamerstukken II 2015/16, 34 374, nr. 10 en Handelingen II 2015/16, 60, item 13).
Het schenden van de geheimhouding kan schade veroorzaken bij burgers en bedrijven.1 De procedure voor het claimen van schade als gevolg van een dergelijke schending is niet eenduidig geregeld en hangt onder meer af van welk onderworpen subject de geheimhouding heeft geschonden, de omvang van de schade en de relevante materiële belastingwet.2 De Wet nadeelcompensatie en schadevergoeding bij onrechtmatige besluiten (titel 8.4 Awb) is voor de fiscaliteit vooralsnog uitsluitend van toepassing voor schade die wordt veroorzaakt door besluiten of andere handelingen ter uitvoering van de Wet VPB 1969.3 Op grond van het overgangsrecht blijft voor de fiscaliteit de oude regeling van art. 8:73 Awb van toepassing.4 De reikwijdte van art. 8:88 Awb lijkt veel ruimer te zijn; onder de oude regeling van art. 8:73 Awb kan een schadevergoeding worden toegekend als het beroep inzake het schadeveroorzakende besluit gegrond is verklaard terwijl op grond van art. 8:88 Awb ook op grond van andere onrechtmatige handelingen (dus zonder Awb-besluit) vergoeding van schade mogelijk is.5 Bij schending van de geheimhouding zal veelal sprake zijn van feitelijk handelen of van een besluit dat, met het gesloten stelsel van rechtsmiddelen, niet voor bezwaar vatbaar is, waardoor art. 8:73 Awb toepassing mist. Daar waar de bestuursrechter geen uitkomst biedt kan de civiele rechter worden ingeschakeld.6 Een onrechtmatige daad verplicht slechts tot vergoeding van de daardoor veroorzaakte schade, indien de geschonden rechtsnorm strekt tot bescherming van eiser tegen schade zoals hij die heeft geleden (relativiteits- of Schutznormvereiste).7 Een betrokkene die stelt dat het ontvangende bestuursorgaan fiscale gegevens heeft gebruikt die onrechtmatig of onbevoegd zijn verkregen – en daarmee handelt in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel – wordt niet belemmerd door het relativiteitsvereiste.8 Een van de doelstellingen van art. 67 AWR is immers het beschermen van de privacy van degene op wie de gegevens betrekking hebben.9
Van Suilen concludeert dat het vanuit het oogpunt van rechtsbescherming en efficiënte rechtspleging wenselijk is dat de bestuursrechter exclusief bevoegd wordt ter zake van schade die is veroorzaakt door besluiten of handelingen van bestuursorganen. De mogelijkheid van een schadevergoedingsactie bij de civiele rechter kan in dat geval worden uitgesloten.10 Een indirecte, beperkte mogelijkheid om schade te claimen loopt via de band van (thans) de AVG. Schending van de geheimhouding impliceert immers ook een schending van de privacy.11 De ABRvS oordeelde in april 2020 dat uit de AVG volgt dat mogelijk moet zijn om zowel bij de bestuursrechter als bij de civiel rechter een verzoek om schadevergoeding voor te leggen als gevolg van een inbreuk op de AVG.12 Zo heeft de ABRvS in 2016 geoordeeld dat de inspecteur onrechtmatig inkomensgegevens heeft verstrekt aan verhuurders.13 In een afzonderlijke civiele procedure is de Minister van Financiën door de rechtbank veroordeeld tot vergoeding van de schade.14 Het behoeft geen betoog dat er een direct causaal verband is tussen de schending van de fiscale geheimhoudingsplicht door de inspecteur en de extra huurverhoging voor de huurder. In haar antwoord op Kamervragen stelt Minister Ollongren zonder nadere toelichting dat zij zich niet kan vinden in de strekking van de uitspraak.15 Het legitimiteitsbeginsel en het beginsel van effectieve rechtsbescherming liggen onder andere aan de geheimhouding ten grondslag. Het is de vraag of, door het feitelijk innemen van het standpunt dat geen gevolgen zouden moeten worden verbonden aan schendingen van de fiscale geheimhoudingsplicht, door de minister niet ernstig afbreuk wordt gedaan aan deze beginselen.16