Einde inhoudsopgave
Afspraken en Aanspraken (SteR nr. 57) 2023/3.4
3.4 Vertrouwen op de nakoming van verplichtingen uit een rechtshandeling
N. van Triet, datum 23-12-2022
- Datum
23-12-2022
- Auteur
N. van Triet
- JCDI
JCDI:ADS685437:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
PG Boek 6, p. 969, waarin over een beroep op onvoorziene omstandigheden staat “Aan dit vereiste [van onvoorziene omstandigheden, NvT] zal niet spoedig voldaan zijn; redelijkheid en billijkheid verlangen immers in de eerste plaats trouw aan het gegeven woord en laten afwijking daarvan slechts bij hoge uitzondering toe.” Zie ook HR 20 februari 1998, ECLI:NL:HR:1998:ZC2587, NJ 1998/493 (Briljant Schreuders/ABP), waarin wordt overwogen dat redelijkheid en billijkheid in de eerste plaats trouw aan het gegeven woord verlangen. Bakker 2012, par. 2.8.1, heeft opgemerkt dat die eis van gebondenheid aan een overeenkomst als algemeen erkend rechtsbeginsel via art. 3:12 BW binnen de redelijkheid en billijkheid werkt, en die eis tevens kan worden aangemerkt als een in Nederland levende rechtsovertuiging.
Als sprake is van een rechtsgeldige rechtshandeling, dan moet een overheid de daaruit voortvloeiende verplichtingen nakomen. Het beginsel van trouw aan het gegeven woord ziet op het nakomen van afspraken of toezeggingen.1 Dit wordt ook wel pacta sunt servanda genoemd. Trouw aan het gegeven woord is een van de leidende beginselen van het overeenkomstenrecht.2 De grondslag voor de uiteindelijke binding van de overheid wordt gevonden in de redelijkheid en billijkheid.3 Het niet-nakomen door de overheid van het door haar gegeven woord kan leiden tot een succesvolle vordering tot nakoming of schadevergoeding nu een verbintenis leidt tot een recht op nakoming.
3.4.1 Een verbintenisscheppende rechtshandeling3.4.2 De beperkende werking van redelijkheid en billijkheid en onvoorziene omstandigheden