Een Nederlandse personenvennootschap met beperkte aansprakelijkheid: wenselijk?
Einde inhoudsopgave
Een Nederlandse personenvennootschap met beperkte aansprakelijkheid (IVOR nr. 81) 2011/6.6.1:6.6.1 Inkomstenbelasting
Een Nederlandse personenvennootschap met beperkte aansprakelijkheid (IVOR nr. 81) 2011/6.6.1
6.6.1 Inkomstenbelasting
Documentgegevens:
mr.drs. I.S. Wuisman, datum 13-01-2011
- Datum
13-01-2011
- Auteur
mr.drs. I.S. Wuisman
- JCDI
JCDI:ADS401438:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Artikel 3.1 Wet IB 2001.
Voor het belastingjaar 2007 bedroeg deze belasting 22% voor zover dat inkomen lager is of gelijk is aan E250.000. Voor het meerdere gold het reguliere tarief van 25%. De 'extra' tariefschijf van 22% was een tijdelijke maatregel voor belastingjaar 2007. Vanaf belastingjaar 2008 geldt dus weer een vast tarief van 25%.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De inkomstenbelasting bestaat al meer dan een volle eeuw. Bij de inwerkingtreding van de Wet 113 2001 op 1 januari 2001 werd het boxenstelsel ingevoerd. De inkomstenbelasting geschiedt in de vorm van belastingheffing over drie min of meer zelfstandige gesloten boxen. De eerste box bevat het inkomen uit 'werk en woning'. Hieronder vallen onder andere winst uit onderneming, loon en inkomsten uit eigen woning.1 Deze box heeft een progressieve tariefstructuur met vier schijven, waarbij het laagste tarief 2,35% en het toptarief 52% is. De tweede box regelt de heffing over inkomen uit aanmerkelijk belang. Hiervoor geldt een vast tarief van 25%.2 De derde box bevat de vermogensrendementsheffing. Deze heffing vindt plaats op basis van een verondersteld rendement van 4% van het gemiddeld vermogen. Het aldus bepaalde forfaitair rendement wordt belast tegen een vast tarief van 30%. Er wordt derhalve 1,2% geheven over het gemiddelde belastbare vermogen in een bepaald jaar.