Einde inhoudsopgave
Een Nederlandse personenvennootschap met beperkte aansprakelijkheid (IVOR nr. 81) 2011/6.6.8
6.6.8 Voordelen en nadelen Vpb en IB
mr.drs. I.S. Wuisman, datum 13-01-2011
- Datum
13-01-2011
- Auteur
mr.drs. I.S. Wuisman
- JCDI
JCDI:ADS397931:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Mol-Verver, S.J. (2005), 'De BV als belastingsubject?', O&F, 2005/65, blz. 67-74.
Zie onder andere: het advies van de Raad van State, d.d. 10 mei 2006 No, W06.06.0125/IV; inzake het voorstel van wet tot wijziging van belastingwetten ter realisering van de doelstelling uit de nota 'Werken aan winst'.
Artikel 3.79a Wet IB 2001.
Vgl: Hessels S.J.A. en E.H. Hooge (2006), Small Business Govemance; een verkenning naar de betekenis en de praktijk van corporate govemance in het MKB', Zoetermeer: EIM Onderzoek voor Bedrijf en Beleid, blz. 20.
Asser/Maeijer 5-V, nr. 93.
Tervoort, A.J.S.M. (1995), supra noot 209, in: M.J.G.C. Raaijmakers (1995), supra noot 209, blz. 245-259.
Es, J.A.G. van (2007), 'Afweging BV of eenmanszaak; tendens in de tijd', TFO 2007/92, blz. 94-103.
Kamerstukken II, 2005-2006, 30 572, nr. 5 onder punt 2.2.
Schie, P.M. van et al. (2006), supra noot 235, blz. 267.
In de jaren tachtig van de vorige eeuw heeft de belastingheffing van de BV tot een grote populariteit van deze rechtsvorm geleid. Het vennootschapsbelasting-tarief waarmee de BV werd geconfronteerd bedroeg eind jaren tachtig namelijk 35%, terwijl het progressieve tarief van de inkomstenbelasting, waaraan particuliere ondernemers onderworpen werden, opliep tot een toptarief van 72%.1 Tegenwoordig liggen deze tarieven veel dichter bij elkaar. In Nederland streeft de belastingwetgever naar een globaal evenwicht. Het globale evenwicht houdt in dat de belastingdruk op de verschillende rechtsvormen waarin ondernemingen gedreven worden, evenwichtig moet zijn of met andere woorden globaal gelijk moeten zijn, in die zin dat de keuze van de rechtsvorm niet louter bepaald wordt door fiscale motieven.2 Een voorbeeld binnen de Nederlandse belastingwetgeving om de belastingdruk voor de verschillende rechtsvormen weer gelijk te krijgen is de introductie van de MKB-winstvrijstelling 3 Ondanks dit streven blijven er verschillen bestaan. De fiscale faciliteiten bij de inkomstenbelasting, zoals de ondernemersaftrek en de fiscale oudedagsreserve, zijn bijvoorbeeld een belangrijk voordeel ten opzichte van Vpb-ondernemingen, waarvoor deze regelingen niet gelden.4 Fiscaal is een personenvennootschap vooral aantrekkelijk bij verwachte (meestal aanvangs)verliezen, onder andere bij joint ventures.5 Hierbij richten de moedervennootschappen bijvoorbeeld allebei een BV op die vervolgens als vennoten in een fiscaal transparante vennootschap fungeren. De moedervennootschappen kunnen dan vervolgens met hun dochters een fiscale eenheid aangaan. Door de transparantie kunnen verliezen van de vennootschap onmiddellijk verrekend worden met in hetzelfde jaar gemaakte winsten op het niveau van de vennoten.6
Vanaf een bepaald winstniveau wordt de BV-vorm echter fiscaal aantrekkelijker dan de 113-onderneming. Dit wordt ook wel het omslagpunt genoemd.7 Dit punt is afhankelijk van tal van factoren, zoals de toepasselijkheid van fiscale faciliteiten en de mate waarin door een BV gemaakte winst wordt ingehouden dan wel wordt uitgedeeld. Afhankelijk van de specifieke situatie zal het omslagpunt dan ook per individueel bedrijf anders uitvallen.8 Het bepalen van de hoogte van de fiscale winst, die correspondeert met dit punt, is dus verre van eenvoudig. Met inachtneming van al deze slagen om de arm kan als vuistregel worden gegeven dat bij een fiscale winst tot €50.000 een I13- onderneming de voorkeur verdient en bij een winst van meer dan €250.000 de BV op het punt van de belastingheffing een fiscaal gunstige rechtsvorm is. Bij een winstniveau tussen beide bedragen is de keuze casusspecifiek.9 Bij een toename van de winsten kunnen transparante entiteiten er ook voor kiezen om een vennootschapsbelastingplichtige entiteit, zoals de BV, boven de transparante entiteit te hangen om zodoende via deze constructie op het hogere niveau de voordelen van de vennootschapsbelasting te genieten.