Toepassing en rechtskarakter van de groepsvrijstelling van artikel 2:403 BW
Einde inhoudsopgave
Toepassing en rechtskarakter van de groepsvrijstelling van artikel 2:403 BW (VDHI nr. 171) 2022/5.8.13.1:5.8.13.1 Algemeen
Toepassing en rechtskarakter van de groepsvrijstelling van artikel 2:403 BW (VDHI nr. 171) 2022/5.8.13.1
5.8.13.1 Algemeen
Documentgegevens:
mr. dr. J. van der Kraan, datum 01-01-2022
- Datum
01-01-2022
- Auteur
mr. dr. J. van der Kraan
- JCDI
JCDI:ADS649044:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Het beperkt een moedervennootschap mogelijk ook in haar mogelijkheden om financiering aan te trekken. Niet zelden zal de moedervennootschap aan het hoofd van het concern staan en als ‘huisbankier’ van de onderliggende (werk)maatschappijen optreden. Het moeten verstrekken van zekerheden kan dan vergaande consequenties met zich brengen, helemaal wanneer het om grote bedragen gaat.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In paragraaf 5.8.7 kwam reeds de hardheid van een door een schuldeiser gepretendeerde vordering aan de orde, in het kader van de vraag of een partij die in verzet komt ontvankelijk is. Daarvoor is vereist dat een partij die in verzet komt, kan worden aangemerkt als een schuldeiser. Het moeten verstrekken van zekerheden voor grote bedragen is nadelig voor de rechtspersoon die de overblijvende aansprakelijkheid wenst te beëindigen en daarmee voor het gehele concern.1 Het kan ook negatief uitpakken voor overige schuldeisers van de rechtspersoon die een hoge zekerheid moet stellen om de overblijvende aansprakelijkheid te kunnen beëindigen. In de navolgende paragraaf zal meer specifiek in worden gegaan op de hoogte van een in een verzetprocedure gepretendeerde vordering.