Fiscaal overgangsbeleid
Einde inhoudsopgave
Fiscaal overgangsbeleid (FM nr. 131) 2009/4.4.8.1:4.4.8.1 Juridische achtergrond
Fiscaal overgangsbeleid (FM nr. 131) 2009/4.4.8.1
4.4.8.1 Juridische achtergrond
Documentgegevens:
dr. M. Schuver-Bravenboer, datum 01-02-2009
- Datum
01-02-2009
- Auteur
dr. M. Schuver-Bravenboer
- JCDI
JCDI:ADS415001:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht (V)
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Staatsrecht / Wetgeving
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. Popelier 1997, p. 610 en Gribnau 2006, p. 39 e.v.
Aanwijzing 15 AR en par. 2.2.4 van de Nota Zicht op wetgeving
O.a. HvJ EG 31 maart 1993, nr. C-19/92 (Kraus), ECR 1994, p. I-1663, par. 32 en HvJ EG 30 november 1995, nr. C-55/94 (Gebhard), FED 1997/175 (concl. Léger; m.nt. Weber).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Naast de hiervoor behandelde beginselen van behoorlijke regelgeving, die ook wel als van het rechtszekerheidsbeginsel afgeleide beginselen worden beschouwd,1 is in de literatuur en de Nota Zicht op wetgeving nog een aantal eisen genoemd die aan wetgeving mogen worden gesteld. Uit de literatuur noem ik de door Van der Vlies geformuleerde beginselen van noodzakelijkheid, het juiste orgaan, de consensus en het rechtsgelijkheidsbeginsel.
Het beginsel van het juiste orgaan is in dit onderzoek niet relevant, aangezien het onderzoek zich beperkt tot het terrein van de wetgever. Het beginsel van de consensus speelt een beperkte rol; het komt in par. 8.2.1.3 aan de orde in die zin dat bij de keuze voor een bepaald overgangsregime ervoor gewaakt moet worden dat er maatschappelijk draagvlak is voor het beoogde overgangsregime. Het beginsel van de consensus zal ik derhalve niet herformuleren tot een zelfstandig beginsel van behoorlijk overgangsbeleid.
Het noodzakelijkheidsbeginsel maakt deel uit van het evenredigheidsbeginsel. Het evenredigheidsbeginsel speelt bij toetsing aan het gelijkheidsbeginsel en het eigendomsrecht een rol (zie par. 6.2.4.4 en 6.3.4.3). Voorts wordt het in de Aanwijzingen voor de regelgeving en de Nota Zicht op wetgeving ook als zelfstandige kwaliteitseis voor wetgeving genoemd.2 Ook door het Hof van Justitie EG wordt het evenredigheidsbeginsel als algemeen rechtsbeginsel toegepast. Zo eist het Hof van Justitie EG dat een maatregel een met het EG-Verdrag verenigbaar doel nastreeft en haar rechtvaardiging vindt in dwingende redenen van algemeen belang.3 Het evenredigheidsbeginsel houdt kort gezegd in dat het te bereiken doel en het daarvoor aangewende middel in een juiste verhouding tot elkaar moeten staan, opdat de door het middel veroorzaakte belasting niet onevenredig is aan het te bereiken doel. Bij het maken van een keuze voor een bepaald overgangsregime speelt dit beginsel – mede uit oogpunt van publiek belang – een belangrijke rol. In par. 4.4.8.2 zal ik het daarom als het zevende beginsel van behoorlijk overgangsbeleid introduceren.
Het rechtsgelijkheidsbeginsel is hiervoor niet als zelfstandig beginsel van behoorlijke regelgeving behandeld. Het maakt deel uit van het beginsel dat sprake moet zijn van een coherente ordening van regelgeving (par. 4.4.2). Op grond van dit beginsel moet regelgeving in overeenstemming zijn met hogere regelgeving, waartoe ook het rechtsgelijkheidsbeginsel behoort. Als onderdeel van dit beginsel zal het rechtsgelijkheidsbeginsel in het vervolg van dit onderzoek aan de orde komen. Het heeft naar mijn mening dan geen toegevoegde waarde het rechtsgelijkheidsbeginsel als zelfstandig beginsel op te nemen.
In de Nota Zicht op wetgeving wordt ten slotte nog de eis genoemd dat wetgeving doeltreffend (effectief) en doelmatig (efficiënt) dient te zijn.@78@ Ook bij de keuze voor een bepaald overgangsregime dienen effectiviteit en efficiëntie niet uit het oog te worden verloren. De eis van doeltreffendheid houdt in dit kader in dat een overgangsregime moet leiden tot verwezenlijking van de door de wetgever beoogde doelstellingen. Het doel van dit onderzoek is het opzetten van een raamwerk voor fiscaal overgangsbeleid. Een onderdeel van dit raamwerk is het verschaffen van een beoordelingskader voor de wetgever dat behulpzaam kan zijn bij het maken van afwegingen ten aanzien van fiscaal overgangrecht. In dit beoordelingskader ligt besloten dat overgangsrecht effectief en efficiënt dient te zijn. Het vereiste van doeltreffendheid en doelmatigheid zal ik derhalve niet herformuleren tot een zelfstandig beginsel van behoorlijk overgangsbeleid.