Onwaardigheid
Einde inhoudsopgave
Onwaardigheid (AN nr. 182) 2023/5.7.3.1:5.7.3.1 Poging, mededader en medeplichtige
Onwaardigheid (AN nr. 182) 2023/5.7.3.1
5.7.3.1 Poging, mededader en medeplichtige
Documentgegevens:
mr. M. de Vries, datum 01-09-2023
- Datum
01-09-2023
- Auteur
mr. M. de Vries
- JCDI
JCDI:ADS859084:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Gelijk als bij de andere twee onwaardigheidsgronden strekt de bepaling zich ook uit tot de mededader en medeplichtige.
Voor de eerste twee onwaardigheidsgronden is in artikel 4.6 § 1, 1° resp. 2° BBW opgenomen dat de poging een daar genoemd feit te plegen ook tot onwaardigheid leidt. In artikel 4.6 § 1, 3° BBW ontbreekt deze vermelding. Dat betekent niet dat degene die een poging onderneemt een dergelijk feit te plegen de kans op onwaardigheid ontloopt. Artikel 4.6 § 2 lid 3 BBW bepaalt dat de strafrechter de sanctie onwaardigheid kan uitspreken wegens de poging om een dergelijk feit te plegen. Met het oog op consistentie ligt het meer voor de hand de poging al in artikel 4.6 § 1, 3° BBW te noemen.