Einde inhoudsopgave
Ambtshalve toepassing van EU-recht (BPP nr. XIV) 2012/2.2.4.2
2.2.4.2 Toewijzen meer dan gevorderd
Mr. A.G.F. Ancery, datum 01-08-2012
- Datum
01-08-2012
- Auteur
Mr. A.G.F. Ancery
- JCDI
JCDI:ADS303395:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Overigens lijkt (een deel van) de Eerste Kamer, evenals de Minister ervan uit te gaan dat deze mogelijkheid wel bestaat. Vgl. Van Mierlo & Bart, Parl. Gesch. WvBRv (2002), p. 161-162.
BenGH 29 november 1993, NJ 1994, 371, m.nt. H.E. Ras (Tuypens/Van Hoorebeke c.s.), r.o. 18. Dat de rechter mag komen tot toewijzing van een hogere dwangsom dan gevorderd, volgt uit: HR 16 december 1994, NJ 1995, 289, m.nt. P.A. Stein (Dwangsom en gijzeling), r.o. 3.2; BenGH 17 december 1992, NJ 1993, 545, m.nt. H.J. Snijders (Authentic/Bisoux), r.o. 10; BenGH 2 april 1984, NJ 1984, 704, m.nt. W.H. Heemskerk. Er is bewust voor gekozen om de rechter niet de mogelijkheid te geven ambtshalve dwangsommen op te leggen zodat het geen clause de style zou worden, maar de rechter zich voldoende rekenschap zou geven van de gevolgen van het opleggen van een dwangsom (Beekhoven van den Boezem 2007, p. 119-120). Een dwangsom kan ook toepassing vinden in een verzoekschriftprocedure: Beekhoven van den Boezem 2007, p. 119, voetnoot 1.
Vgl. Ekelmans 2008, p. 4.
Jitta 2011, artikel 2:355 BW, aant. 5.
Vgl. Smith 2004, p. 26. Een voorbeeld hiervan biedt artikel 1:406 BW: bij toewijzing van kinderalimentatie kan het bedrag worden vastgesteld op een hoger bedrag dan is verzocht.
30
De rechter mag in principe niet meer toewijzen dan gevorderd. Meer toewijzen dan is gevorderd past immers niet bij de taak van de rechter in een civiel proces. Ook een ruim geformuleerde vordering zoals dat de rechter moge beslissen hetgeen hem in goede justitie vermeent te behoren, biedt de rechter niet de mogelijkheid om boven de basisvordering uit te gaan.1 Als zelfstandige vordering is zij zonder meer onvoldoende bepaald. Het deel dat de rechter moge beslissen hetgeen hem in goede justitie vermeent te behoren, dient te worden uitgelegd aan de hand van het partijdebat. De rechter kan dus niet zomaar van alles toewijzen, maar is gebonden aan hetgeen de eisende partij bedoeld heeft met haar vordering.
Er is een beperkt aantal gevallen waarin de rechter meer mag toewijzen dan gevorderd. Dat is bijvoorbeeld bij het opleggen van een dwangsom. Hoewel dat wel gevorderd dient te worden door een der partijen (artikel 611a Rv), kan de rechter een hogere dwangsom toewijzen dan gevorderd. Een dwangsom is zo zeer verbonden met de ten uitvoer te leggen uitspraak dat de hoogte daarvan niet alleen aan private partijen kan worden overgelaten.2 Naast het opleggen van een dwangsom, kan een wetsartikel de rechter ruimte bieden om meer toe te wijzen dan gevorderd. Op grond van artikel 2:356 jo. 2:355 BW heeft de Ondernemingskamer hiertoe beperkte mogelijkheden bij het treffen van voorzieningen in geval van wanbeleid.3 Dat hangt samen met het doel van een enquête: het behartigt de belangen van de instituten binnen een onderneming, stelt de verantwoordelijkheidsvraag aan de orde door de met een enquête gepaard gaande opening van zaken en heeft tot doel een preventief signaal te doen uitgaan.4 Dit de partijen overstijgend belang rechtvaardigt dat de Ondernemingskamer niet altijd gebonden is aan het ingediende verzoek. Het meest in het oog springende geval waarin de rechter meer kan toewijzen dan gevorderd, betreft echter situaties waarin anders rechtsgevolgen zouden intreden die niet ter vrije beschikking van partijen staan.5