Einde inhoudsopgave
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/8.6.1
8.6.1 Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (Whw) 1992
Th.E.M. Wijte, datum 08-01-2024
- Datum
08-01-2024
- Auteur
Th.E.M. Wijte
- JCDI
JCDI:ADS977434:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Staatsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Whw van 26 november 1992, Stb. 1992, nr. 593.
Rede van Prof. dr. P. de Haan 1983, p. 266 (‘De wetgever schatte de economist zeer hoog: in hem waren al reeds bij zijn geboorte natuurlijke talenten van een rechtgeaarde onderwijzer meegegeven. Wiskundigen, geografen, letterkundigen, historici en natuurkundigen waren door de schepper minder bedeeld: zij dienden alvorens hun boodschap aan de klas over te brengen door didactici/pedagogen tot het hoge ambt te worden geschoold´).
Vgl. Besluit van 21 april 1988, houdende aanwijzing van getuigschriften van opleidingen en staatsexamens oude stijl i.v.m toekenning van titulatuur (Besluit titulatuur I.W.H.B.O), Stb. 1988, nr. 206, artikel 6 onder a en d, waarin aan MO-Staatsinrichting, MO-Staathuishoudkunde en de statistiek en MO-Handelswetenschappen de titel baccalaureus is verbonden.
Bevoegdheidsregeling in de Whw
In de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (Whw) is het Academisch Statuut 1981/88 in 1993 ingevoegd.1 De bevoegdheidsregeling is niet langer in een aparte wet vastgelegd, maar vormt één geheel met de Whw, waarin de ULO geregeld is. Voor de vhmo-bevoegdheid staatsinrichting/publiekrecht en recht is het doctoraal Nederlands recht of enig ander juridisch doctoraal vereist.2 De noodzaak van een pedagogisch-didactische scholing voor juristen is minder urgent, nu de bevoegdheid publiek-/privaatrecht voor het mbo/hbo van betekenis is. Deze zijn op mbo/hbo niet alleen aan getuigschriften verbonden, maar ook aan relevante werkervaring.3