Sleutels voor personenvennootschapsrecht
Einde inhoudsopgave
Sleutels voor personenvennootschapsrecht (IVOR nr. 102) 2017/5.5.4:5.5.4 Kruisaansprakelijkheid bij splitsing
Sleutels voor personenvennootschapsrecht (IVOR nr. 102) 2017/5.5.4
5.5.4 Kruisaansprakelijkheid bij splitsing
Documentgegevens:
Chr.M. Stokkermans, datum 28-02-2017
- Datum
28-02-2017
- Auteur
Chr.M. Stokkermans
- JCDI
JCDI:ADS590433:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een schuld van de splitsende rechtspersoon kan hetzij bij haar achterblijven dan wel overgaan op een verkrijgende rechtspersoon. Artikel 2:334t BW voegt daar nog iets aan toe: de splitsende rechtspersoon bij wie de schuld niet achterblijft en elke verkrijgende rechtspersoon die de schuld niet verkrijgt, is na de splitsing mede voor die schuld verbonden. Dit wordt aangeduid met de term ‘kruisaansprakelijkheid’.
Voor splitsende en verkrijgende rechtspersonen is deze kruisaansprakelijkheid vaak ongewenst.1 Dit geldt zeker bij een splitsing die vooruitloopt op een desinvestering. Binnen één vennootschap kunnen activiteiten worden uitgeoefend die tot verschillende business units behoren. Als dan wordt besloten één business unit te verkopen, vindt vaak een juridische afsplitsing plaats. Dan kunnen aan de koper aandelen in een vennootschap worden geleverd, waarin uitsluitend de activiteiten van deze business unit zijn ondergebracht.2 Door artikel 2:334t BW blijft de niet-verkochte vennootschap aansprakelijk voor de afgesplitste schulden; daarnaast is de wél verkochte vennootschap aansprakelijk voor de niet-afgesplitste schulden. Koper en verkoper, althans hun groepsmaatschappijen, lopen daarmee aansprakelijkheidsrisico’s op elkaars voortgaande activiteiten die zij liever niet zouden zien. Om commerciële redenen zullen koper en verkoper elkaar geen volledig inzicht in de betrokken activiteiten – en de daarmee verbonden risico’s – willen geven. In dit licht rijst de vraag of het strenge regime van artikel 2:334t BW verlicht kan worden. Vraagtekens kunnen met name worden geplaatst bij de cumulatie van de kruisaansprakelijkheid met het wettelijke schuldeisersverzetsrecht (art. 2:334k en 2:334l BW).
De kwestie klemt te meer, indien de mogelijkheid van juridische splitsing naar komend recht wordt uitgebreid naar de personenvennootschappen, zoals ik bepleit. Stel, VOF X met vennoten A/B/C/D wordt gesplitst in twee nieuwe vennootschappen, VOF X1 (met vennoten A/B) en VOF X2 (met vennoten C/ D). De normale regels van restaansprakelijkheid zullen dan meebrengen dat alle vier gewezen vennoten van X aansprakelijk blijven voor de ‘oude’ schulden van X. Kruisaansprakelijkheid van X1 en X2 op elkaar zou meebrengen dat ook nieuwe vennoten van X1 en X2 met die kruisaansprakelijkheid worden belast. Is dit niet wat veel van het goede?
5.5.4.1 Art. 2:334t BW; cumulatie met schuldeisersverzetsrecht5.5.4.2 Zesde Richtlijn dwingt niet tot cumulatie5.5.4.3 Is cumulatie gerechtvaardigd?