Het systeem van sanctionering van fiscale fraude
Einde inhoudsopgave
Het systeem van sanctionering van fiscale fraude (FM nr. 166) 2021/5.3.1:5.3.1 Inleiding
Het systeem van sanctionering van fiscale fraude (FM nr. 166) 2021/5.3.1
5.3.1 Inleiding
Documentgegevens:
Dr. C. Hofman, datum 01-04-2021
- Datum
01-04-2021
- Auteur
Dr. C. Hofman
- JCDI
JCDI:ADS270195:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In paragraaf 5.2. werd een beeld gegeven van de regels die toezien op het voorkomen van samenloop, waarbij de nadruk lag op het thema van hetzelfde feit/dezelfde persoon. Onderscheid werd gemaakt tussen regels die samenloop achteraf voorkomen (door gedragingen bijvoorbeeld als één of als een verlengstuk van elkaar te zien waardoor absorptie van straffen mag plaatsvinden), en regels die samenloop verbieden op voorhand (door het formuleren van een gebod/verbod).
In deze paragraaf wordt het in hoofdstuk vier beschreven palet aan gedragingen (zoals op dit moment vertegenwoordigd in delicten in de fiscale fraudesfeer) op juridische houdbaarheid beoordeeld. Hiermee wordt bedoeld dat wordt bezien in hoeverre, ondanks de regels die er zijn, ongeoorloofde samenloop kan ontstaan, met als gevolg dubbele bestraffing van dezelfde persoon voor hetzelfde feit.
Dit analyse vindt plaats langs vijf verschillende lijnen:
Ten eerste worden problemen benoemd die samenhangen met de (huidige) onderscheiding van de gedragingen (in de wet). Aan bod komen het verschil tussen het niet doen van aangifte en het niet verzoeken om een uitnodiging om aangifte te doen,1 het verschil tussen niet en te laat doen van aangifte,2 het verschil tussen het onjuist en het niet doen van aangifte3, het verschil tussen het niet doen van aangifte en het niet verstrekken van informatie4 en het verschil tussen het niet/onjuist doen van aangifte en het niet/te weinig betalen van belasting (voor wat betreft de aangiftebelastingen);5
Onderdeel van een delict binnen het fiscale fraudepalet kan een verwijtbaarheidsbestanddeel zijn in de vorm van opzet of grove schuld. De tweede vraag is of deze onderdelen een rol spelen of problemen opleveren bij de beantwoording van de vraag of bepaalde feiten hetzelfde zijn;6
Ook bleek uit het vorige hoofdstuk dat fiscale delicten kunnen toezien op gedrag waarop tegelijkertijd ook commuun strafrechtelijke delicten toezien. De derde vraag is of hierdoor ongeoorloofde samenloop kan ontstaan;7
Niet alleen maakt de gedraging deel uit van ‘hetzelfde feit’-begrip, ook het subject maakt een feit tot een feit. In ne bis in idem termen: ‘dezelfde persoon’ mag niet twee keer worden bestraft voor hetzelfde feit. Problemen kunnen ontstaan wanneer de economische variant (de portemonnee) van iemand uiteenvalt in een tweevoud aan personen (bijvoorbeeld een natuurlijke persoon en een rechtspersoon). Kan langs deze weg ongeoorloofde samenloop ontstaan?8
Als vijfde wordt stilgestaan bij complexe situaties die samenhangen met het uiteenlopen van de formele aspecten van een delict (zo gaat het in een aantal delicten over ‘de aangifte’) en de onderliggende materialiteit (voor de btw, waarvoor een ander aangiftebiljet geldt dan voor de inkomstenbelasting, moet bijvoorbeeld vier keer per jaar aangifte worden gedaan en voor de inkomstenbelasting eenmaal per jaar);9
De theorie over het onderscheiden van feiten zoals beschreven in 5.2.2. t/m 5.2.8. (in het kader van het voorkomen samenloop) dient als toetskader bij de analyse van de hierboven benoemde vraagstukken. Het toetskader zoals aangelegd in paragraaf 3.2. (over voorzienbaarheid) speelt ook een rol, met name op het eerst en laatst genoemde onderdeel, dus als het aankomt op de formulering van de gedragingen in de huidige delicten en op het systeem van delicten.