Einde inhoudsopgave
Grenzen aan testeervrijheid (AN nr. 178) 2023/7.3.9
7.3.9 Stappenplan art. 4:38 BW
mr. drs. M.R. Beuker, datum 10-10-2022
- Datum
10-10-2022
- Auteur
mr. drs. M.R. Beuker
- JCDI
JCDI:ADS685722:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Een zwaarwegend belang zal vrijwel altijd aanwezig zijn als de onderneming winstgevend is.
Of het belang van de rechthebbende ernstig wordt geschaad, hangt ook in grote mate af van de omvang van de vergoeding die de overnemer wordt verschuldigd voor de goederen of aandelen, evenals van het tijdstip waarop deze vergoeding voldaan wordt.
Door het met een brief inroepen van het verzorgingsvruchtgebruik wordt de verjaringstermijn gestuit en begint een nieuwe verjaringstermijn te lopen, art. 3:319 BW. Zie hof Arnhem 1 juli 2008, ECLI:NL:GHARN:2008:BE8746 dat op vergelijkbare manier redeneerde over verjaring bij de som ineens ex art. 4:36 BW.
Hieronder staat het stappenplan voor art. 4:38 BW. Met behulp van dit stappenplan kan vastgesteld worden in hoeverre iemand recht heeft op overname van beroep- of bedrijfsgoederen.
Stap 1: Is de claimant de langstlevende echtgenoot, een kind, een stiefkind, echtgenoot van een kind of echtgenoot van een stiefkind van de erflater?
Ja, zie stap 2.
Nee. In dit geval kan geen aanspraak worden gemaakt op art. 4:38 BW.
Stap 2: Heeft het verzoek betrekking op goederen die onderdeel uitmaken van de nalatenschap of ontbonden huwelijksgemeenschap?
Ja, zie stap 3.
Nee, zie stap 5.
Stap 3: Waren de goederen dienstbaar aan een door de erflater uitgeoefend beroep of bedrijf?
Ja, zie stap 4.
Nee. In dit geval kan geen aanspraak worden gemaakt op art. 4:38 BW.
Stap 4: Wordt het beroep of bedrijf voortgezet door de claimant?
Ja, zie stap 10.
Nee. In dit geval kan geen aanspraak worden gemaakt op art. 4:38 BW.
Stap 5: Heeft het verzoek betrekking op aandelen in een bv of nv?
Ja, zie stap 6.
Nee. In dit geval kan geen aanspraak worden gemaakt op art. 4:38 BW.
Stap 6: Was de erflater bestuurder van de bv of nv?
Ja, zie stap 7.
Nee. In dit geval kan geen aanspraak worden gemaakt op art. 4:38 BW.
Stap 7: Hield de erflater alleen of tezamen met zijn medebestuurders de meerderheid van de aandelen in de bv of nv?
Ja, zie stap 8.
Nee. In dit geval kan geen aanspraak worden gemaakt op art. 4:38 BW.
Stap 8: Is de claimant ten tijde van het overlijden van de erflater bestuurder van de bv of nv of zet hij nadien die positie van de erflater voort?
Ja, zie stap 9.
Nee. In dit geval kan geen aanspraak worden gemaakt op art. 4:38 BW.
Stap 9: Verzetten de statutaire regels van de bv of nv omtrent overdracht van aandelen zich tegen overname door de claimant?
Ja. In dit geval kan geen aanspraak worden gemaakt op art. 4:38 BW.
Nee, zie stap 10.
Stap 10: Heeft de claimant een zwaarwegend belang1 bij de overname, terwijl het belang van de rechthebbende daardoor niet ernstig geschaad2 wordt?
Ja. Dan kan een beroep worden gedaan op art. 4:38 BW.
Nee. In dit geval kan geen aanspraak worden gemaakt op art. 4:38 BW.
Het verzoek moet worden gedaan door de langstlevende echtgenoot, een kind of stiefkind van de erflater. De echtgenoot van het betreffende kind of stiefkind kan zelf geen verzoek indienen.
Als de vergoeding voor de overgenomen goederen of aandelen gelijk staat aan de marktwaarde en deze snel na de overname wordt betaald aan de gerechtigde, zal het belang van de rechthebbende zelden ernstig worden geschaad. Ook als de vergoeding pas later of in termijnen wordt betaald, hoeft dat geen ernstige schade op te leveren voor de rechthebbende. Alleen als de rechthebbende de vergoeding nodig heeft voor zijn verzorging of het voldoen van zijn eigen zorgplichten of natuurlijke verbintenissen jegens andere familieleden, kan een niet-marktconforme waarde of latere betaling leiden tot ernstige schade aan de belangen van de gerechtigde.
De redelijke prijs is in beginsel gelijk aan de marktwaarde van de onderneming (waarde in het economisch verkeer). Als hierdoor geen duurzame voortzetting mogelijk blijkt, is minimaal de going concern waarde verschuldigd en zal de rechter aan de overname de voorwaarde moeten verbinden dat de overnemer de onderneming een minimumperiode voortzet en bij staking alsnog de economische waarde aan de nalatenschap vergoedt.
Het recht vervalt een jaar na het overlijden van de erflater.3