Fiscaal overgangsbeleid
Einde inhoudsopgave
Fiscaal overgangsbeleid (FM nr. 131) 2009/5.4.2:5.4.2 Het systeem achter de regel
Fiscaal overgangsbeleid (FM nr. 131) 2009/5.4.2
5.4.2 Het systeem achter de regel
Documentgegevens:
dr. M. Schuver-Bravenboer, datum 01-02-2009
- Datum
01-02-2009
- Auteur
dr. M. Schuver-Bravenboer
- JCDI
JCDI:ADS415015:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht (V)
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Staatsrecht / Wetgeving
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. Schuver-Bravenboer 2006b, p. 88. De wetgever is van mening dat naarmate de duur van het overgangsrecht langer is, een zwaardere argumentatie nodig is voor handhaving van dat overgangsregime, zie Kamerstukken I 1999/2000, 26 727 en 26 728, nr. 202c, p. 60.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het principe dat aan een regel ten grondslag ligt, kan verwachtingen wekken ten aanzien van zijn voortbestaan. Binnen de sfeer van de directe belastingen gaat het in dit kader om het principe van totaalwinst alsmede het ne-bis-in-idem-beginsel. Het uitgangspunt dat het totaalwinstbeginsel beoogt alle voordelen uit de onderneming te belasten die de belastingplichtige gedurende de bestaansduur van de onderneming behaalt, kan bijvoorbeeld de verwachting doen ontstaan dat een beperking van de mogelijkheden om verliezen over de jaargrens heen te verrekenen niet zullen worden doorgevoerd.
Het ne-bis-in-idem-beginsel speelt een rol als aanpassingen in de deelnemingsvrijstelling worden aangebracht. Dit beginsel beoogt economisch dubbele heffing van een bate in de vennootschapsbelasting te voorkomen. De omstandigheid dat de Hoge Raad de compartimenteringsleer op grond van het ne-bis-in-idem-beginsel bij feitenwijzigingen in de sfeer van de deelnemingsvrijstelling van toepassing acht, doet de verwachting ontstaan dat ook bij wetswijzigingen in de sfeer van de deelnemingsvrijstelling moet worden gecompartimenteerd (zie par. 9.4.1). Bij de uitwerking van de compartimenteringsleer pleit vervolgens het totaalwinstprincipe voor gelimiteerde compartimentering (par. 3.8.2.3).
Naast regels die zijn gebaseerd op een van de genoemde principes wekken overgangsmaatregelen in beginsel de verwachting dat zij van toepassing blijven voor de periode waarop zij betrekking hebben.1 De beoordeling in welk overgangsregime moet worden voorzien vindt plaats in de periode waarin de wetswijziging wordt voorbereid en wordt behandeld in het parlement. De overwegingen op basis waarvan uiteindelijk voor een bepaald overgangsregime wordt gekozen, kunnen in de loop der tijd niet veranderen aangezien de beoordeling plaatsvindt naar de situatie zoals die is ten tijde van het ontwerpen van een overgangsregime. Wel kan na verloop van tijd blijken dat belastingplichtigen worden ‘overgecompenseerd’, in die zin dat de compensatie die zij in de vorm van gunstig overgangsrecht ontvangen groter is dan de schade die daadwerkelijk wordt geleden. Ook kan naderhand blijken dat de overgangsmaatregel zich leent voor oneigenlijk gebruik of misbruik van wetgeving. Alleen onder dergelijke specifieke omstandigheden kan aanpassing van het overgangsregime naar mijn mening op zijn plaats zijn.