Personentoetsingen in de financiële sector
Einde inhoudsopgave
Personentoetsingen in de financiële sector (O&R nr. 127) 2021/9.4:9.4 Conclusies hoofdstuk 4: Tweede echelon-toetsingen, een nadere analyse
Personentoetsingen in de financiële sector (O&R nr. 127) 2021/9.4
9.4 Conclusies hoofdstuk 4: Tweede echelon-toetsingen, een nadere analyse
Documentgegevens:
mr. drs. I. Palm-Steyerberg, datum 01-03-2021
- Datum
01-03-2021
- Auteur
mr. drs. I. Palm-Steyerberg
- JCDI
JCDI:ADS268539:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Europees financieel recht
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Art. 3:8, eerste lid, derde volzin en art. 3:9, eerste lid, derde volzin, Wft. De bepalingen zijn van overeenkomstige toepassing op verzekeringsholdings en (gemengde) financiële holdings (zie art. 3:271 en 3:272 Wft) en bepaalde inkomende bijkantoren. Zie voor een overzicht: Tabel 2.1 bij hoofdstuk 2. Zie voor een toelichting op de definitie van leden van het tweede echelon: hoofdstuk 4, par. 4.1 en 4.2 en hoofdstuk 1, par. 1.10.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In hoofdstuk 2 en 3 zijn de Nederlandse en Europese kaders op het gebied van personentoetsingen in beeld gebracht en met elkaar vergeleken. Hoofdstuk 4 richt zich op een nadere analyse van de Nederlandse en Europese wet- en regelgeving ten aanzien van de toetsing van personen die behoren tot het “tweede echelon”. De Nederlandse tweede echelon-regeling ziet op personen die (1) werkzaam zijn onder de verantwoordelijkheid van de bank, kredietunie of verzekeraar, (2) een leidinggevende functie vervullen direct onder het echelon van de beleidsbepalers en (3) verantwoordelijk zijn voor natuurlijke personen wier werkzaamheden het risicoprofiel van de onderneming wezenlijk kunnen beïnvloeden. Houders van interne controlefuncties, zoals het Hoofd Risk, Audit of Compliance, worden hieronder begrepen.1 Onderzocht is in hoeverre deze Nederlandse regeling overeenkomt met de Europese kaders.
De analyse heeft betrekking op banken, verzekeraars, kredietunies, beleggingsondernemingen en (beroeps-)pensioenfondsen. Uit het onderzoek blijkt dat er sprake is van verschillende juridische knelpunten, waaronder implementatieverschillen, doorkruising van het level playing field en vraagstukken ten aanzien van de evenredigheid van de toetsingsregelgeving voor leden van het tweede echelon. Deze punten worden in de onderhavige paragraaf nader belicht en geven aanleiding tot verschillende aanbevelingen.
9.4.1 Conclusies9.4.2 Aanbevelingen9.4.3 Suggesties voor nader onderzoek