Einde inhoudsopgave
Het nationale budgetrecht en Europese integratie (SteR nr. 36) 2018/7.8.1
7.8.1 Verordening (EG) nr. 1055/2005
mr. S.P. Poppelaars, datum 01-01-2018
- Datum
01-01-2018
- Auteur
mr. S.P. Poppelaars
- JCDI
JCDI:ADS450508:1
- Vakgebied(en)
EU-recht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Artikel 2bis Verordening (EG) nr. 1466/97, zoals gewijzigd door Verordening (EG) nr. 1055/2005.
Artikel 2bis, eerste alinea, Verordening (EG) nr. 1466/97, zoals gewijzigd door Verordening (EG) nr. 1055/2005. Zie ook punt 5 van de considerans van Verordening (EG) nr. 1055/2005.
Artikel 2bis, tweede alinea, Verordening (EG) nr. 1466/97, zoals gewijzigd door Verordenin (EG) nr 1055/2005
Artikel 3, tweede lid, en artikel 7, tweede lid, Verordening (EG) nr. 1466/97, zoals gewijzigd door Verordening (EG) nr. 1055/2005.
Artikel 3, tweede lid, sub c, en artikel 7, tweede lid, sub c, Verordening (EG) nr. 1466/ 97, zoals gewijzigd door Verordening (EG) nr. 1055/2005.
Zie punt 8 van de considerans van Verordening (EG) nr. 1055/2005; artikel 5, eerste lid, derde en vierde alinea, Verordening (EG) nr. 1466/97, zoals gewijzigd door Verordening (EG) nr. 1055/2005; artikel 9, eerste lid, derde en vierde alinea, Verordening (EG) nr. 1466/97, zoals gewijzigd door Verordening (EG) nr. 1055/2005.
Artikel 5, eerste lid, derde en vierde alinea, en artikel 9, eerste lid, derde en vierde alinea, Verordening (EG) nr. 1466/97, zoals gewijzigd door Verordening (EG) nr. 1055/ 2005.
Artikel 5, eerste lid, tweede alinea, en artikel 9, eerste lid, tweede alinea, Verordening (EG) nr. 1466/97, zoals gewijzigd door Verordening (EG) nr. 1055/2005.
Punt 6 van de considerans Verordening (EG) nr. 1055/2005.
Artikel 5, eerste lid, tweede alinea, en artikel 9, eerste lid, tweede alinea, Verordening (EG) nr. 1466/97, zoals gewijzigd door Verordening (EG) nr. 1055/2005. Zie ook punt 7 van de considerans Verordening (EG) nr. 1055/2005 en voetnoot 145 van dit hoofdstuk over de nieuwe elementen die in 2003 via een rapport van de Raad aan het Stabiliteits- en Groeipact werden toegevoegd. Hierin kwam de jaarlijkse verbetering van het begrotingssaldo met ten minste een half procent van het bbp bij het niet halen van de middellangetermijnbegrotingsdoelstellingen al naar voren.
Artikel 5, tweede lid, en artikel 9, tweede lid, Verordening (EG) nr. 1466/97, zoals gewijzigd door Verordening (EG) nr. 1055/2005.
Punt 9 van de considerans van Verordening (EG) nr. 1055/2005.
De eerste verordening voegt allereerst een artikel toe aan de regeling over multilateraal toezicht. Hierin wordt de middellangetermijndoelstelling bijgesteld.1 In de eerste versie van het Stabiliteits- en Groeipact was die doelstelling nog een begroting die vrijwel in evenwicht is of een overschot vertoont. Het nieuwe Stabiliteits- en Groeipact gaat ervan uit dat de doelstelling per land anders kan zijn: ‘Elke lidstaat heeft een gedifferentieerde middellangetermijndoelstelling voor zijn begrotingssituatie’.2 Deze doelstelling kan dus afwijken van het idee van begrotingsevenwicht of een begrotingsoverschot. Wel dient de doelstelling een veiligheidsmarge te bieden, zodat het tekort niet de uiterste drieprocentgrens overschrijdt. De Raad heeft daarom vastgesteld dat de doelstellingen voor de lidstaten die tot de eurozone behoren en voor de lidstaten die deelnemen aan ERM-II zich binnen een vastgestelde marge bevinden: tussen min één procent van het bbp en een evenwicht of overschot op de begroting.3 Het feitelijke tekort mag dus maximaal drie procent van het bbp zijn, en voor het structurele tekort (waarbij het feitelijke tekort gecorrigeerd wordt voor tijdelijke, conjuncturele invloeden) wordt per land een maximum bepaalt, waarbij een grens van één procent van het bbp in acht wordt genomen.
Vervolgens worden er enkele wijzigingen aangebracht in de eisen die het Stabiliteits- en Groeipact stelt aan stabiliteits- en convergentieprogramma’s.4 De belangrijkste verandering daarbij is dat een dergelijk programma een kosten-batenanalyse moet opnemen van grote structurele hervormingen.5 Ook op andere plaatsen in de verordening wordt aandacht besteed aan het belang en de economische gevolgen van structurele hervormingen.6 Zo moet de Raad bij de beoordeling van de stabiliteits- en convergentieprogramma’s nu ook rekening houden met dit type hervormingen.7
Een andere wijziging is dat de Raad moet beoordelen of in economisch goede tijden een grotere aanpassing van het begrotingssaldo wordt nagestreefd, terwijl in economisch slechte tijden een minder zware inspanning toelaatbaar is.8 Dit sluit aan bij de meer symmetrische aanpak die het nieuwe Stabiliteits- en Groeipact voorstaat. In economisch goede tijden is een sterkere begrotingsdiscipline nodig, zodat procyclisch beleid wordt vermeden en normale conjunctuurschommelingen binnen de drieprocentsgrens kunnen worden opgevangen.9
Een laatste toevoeging aan de oorspronkelijke versie van het Stabiliteits- en Groeipact betreft de maatregelen die genomen moeten worden om de middellangetermijnbegrotingsdoelstelling te halen. De Raad is overeengekomen dat een lidstaat, zolang de doelstelling nog niet is bereikt, jaarlijks het begrotingssaldo met een half procent van het bbp als norm moet verbeteren.10
De Raad krijgt door deze verordening drie in plaats van twee maanden de tijd om de stabiliteits- en convergentieprogramma’s te onderzoeken.11 Hiermee wordt volgens deze regeling ‘het belang van een grondige beoordeling door de Raad onderstreept’.12