Einde inhoudsopgave
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/4.18.2
4.18.2 Koppelaar e.a.: Recht in het v.o., in 1980 afschaffen of veranderen?
Th.E.M. Wijte, datum 08-01-2024
- Datum
08-01-2024
- Auteur
Th.E.M. Wijte
- JCDI
JCDI:ADS977304:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Staatsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
J.C.M. Leijten, ´Rechtsonderwijs in de marge´, Intermediair 1974, 13, p. 33-35, A. Komen, ´Kiezen voor nutteloos onderwijs´, NRC 21 december 1976 en ´Recht voor iedere scholier’, Didaktiek 1976, 3, p. 1, J.Th. Degenkamp, ´Onderwijs in het recht verwaarloosd terrein´, De Volkskrant 19 oktober 1976 en ´Recht in het algemeen voortgezet onderwijs; waarom en in welke mate´, TEO 1991, 3/4, p. 94-96.
Ministeriële circulaire van 20 oktober 1970, A.V.O. 70-64 over: 1. Onderwijsbevoegdheid geschiedenis en staatsinrichting, en economische wetenschappen I en 2. Splitsing van het vak economische wetenschappen en recht.
J.C.M. Leijten, ´Het recht op school´, Didaktiek 1980, p. 12-13.
E. Koppelaar e.a., ´Recht in het algemeen voortgezet onderwijs, afschaffen of veranderen?’, NJB 1980, 22, p. 504-516.
M. Voorhoeve is voorzitter van de VSW-werkgroep maatschappijleer van 1970-1978.
Van Kemenade legt verband tussen de staatsburgerlijke vorming en het rechtsonderwijs.
Koppelaar e.a., p. 507.
F. Grosheide, ´Recht en Onderwijs´, NJB, 1980, 30, p. 774; vgl. Landelijk Overleg Rechtswinkels, ´De leemte in het onderzoek van Schuyt´, NJB 1977, 30.
Jaarboekje VHMO 1966, p. 383.
Curs.W. Megens is medeauteur van Inleiding tot het Nederlands recht, Groningen: Wolters 1966.
R.S. (R. Schöndorff), ´Afscheid van Inspecteur Megens´, TEO 1985, p. 133; Duyverman 1936, p. 215 (civics is Staatsbürgerkunde, geen staatswetenschappen).
Ibid., p. 134.
Koppelaar: kritisch over de waarde van recht in het onderwijs
Na de bijdragen van Leijten (KUN), Komen (UvA) en Degenkamp (RUG)1 over (het vak) recht in het voortgezet onderwijs2, volgen voorstellen in 1980 van Leijten3 en Koppelaar e.a.4 die door VSW-bestuurder Voorhoeve, na lezing van Recht voor het v.w.o. (NJB 1977) gesterkt is in haar twijfels over haar werk als docent recht.5 Ze enthousiasmeert collega’s als Koppelaar voor het onderhavige artikel dat ‘recht’ benadert als:
politieke vorming (staatsburgerlijke vorming is als daarbij behorend element te beschouwen)6
sociale vorming (op diverse manieren op te vatten)
culturele vorming (als confrontatie met de grondslagen van de rechtsorde, mensbeelden en de waarden van rechtvaardigheid en gelijkheid).
De positie van het vak recht brengt Koppelaar e.a. op de positie van het vak geschiedenis en staatsinrichting (Bijlage XIV). Dit combinatievak is bedoeld voor de integratie van staatsinrichting en geschiedenis, zodat leerlingen de ontwikkeling in ons staatsbestel gaan zien tegen de historische achtergrond en met de vereiste aandacht voor de hedendaagse functie van de staatsinstellingen. ‘Maatschappijleer moet aandacht schenken aan de juridische vorming die niet willekeurig mag samenvallen met de interesses van de jurist-docent’.7 Niet voor de eerste keer stellen jurist-docenten de vaknaam staatsinrichting ter discussie, omdat de vlag de lading niet langer dekt. Het betoog vertoont sterke parallellen met het VSW-standpunt over de positie van en de bevoegdheden voor het vak recht. In een reactie op Koppelaar e.a. is ook civilist Grosheide overtuigd van de afhankelijkheid van het rechtsonderwijs van onderwerpen als (a) Bovagclausules, (b) echtscheidingsprocedures en (c) grondslagen van de democratie. Het onderwijs in recht kan de mondigheid van leerlingen als toekomstige burgers vergroten: ‘Het kan alle rechtsgebieden omvatten, en het ontbeert de praktijk des levens’, aldus Grosheide.8
Megens: civics zou een goed burgerschapsvak zijn geweest
Opvallend is in een interview van Schöndorff met H.J.M. Megens (1925-2015), bij gelegenheid van zijn afscheid als vakinspecteur, hoezeer de oud-rector en docent recht9 zich heeft ingezet voor het behoud van de staatsburgerlijke vorming.10 Hij betreurt het nagenoeg verdwijnen van het onderwijs in het recht, evenals ‘het plakken’ van staatsinrichting aan geschiedenis. ‘Het is een misser van de eerste orde´, stelt hij, ‘dat er bij de invoering van de Mammoetwet niet een vak als ‘civics’ (The study of the rights and obligations of citizens in society. W) is gekomen, waarvoor de Onderwijsraad weer aandacht heeft gevraagd’.11 Hij zou ‘meer gecharmeerd’ zijn van een vak civics met recht en staatsinrichting en acht het merkwaardig ‘deze scholing in de publiciteit zo'n grote rol te zien spelen, maar nooit vertaald te worden naar het onderwijs’.12 Megens slaat de spijker op de kop: politici pleiten voor staatsburgerlijke vorming, maar zitten verder stil. Ondanks de voorstellen over de (curriculum)positie van recht is alles tot 1996 bij het oude gebleven. In hoofdstuk 12 wordt voorgesteld om een keuze-examenvak rechtswetenschap op vwo/havo in te voeren. Hierna bespreek ik de wording van het primair burgerschapsvormend vak maatschappijleer.