Het akkoord
Einde inhoudsopgave
Het akkoord (O&R nr. 60) 2011/6.2:6.2 Voor wie is het akkoord verbindend?
Het akkoord (O&R nr. 60) 2011/6.2
6.2 Voor wie is het akkoord verbindend?
Documentgegevens:
Mr. A.D.W. Soedira, datum 25-02-2011
- Datum
25-02-2011
- Auteur
Mr. A.D.W. Soedira
- JCDI
JCDI:ADS446097:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Hieronder kunnen onder meer vallen: hypotheekhouders, pandhouders, de reten tor en de bevoorrechte schuldeisers van art. 3:282 BW. Art. 143 Fw is in 1986 gewijzigd (Wet van 7 mei 1986, Stb. 295).
HR 26 november 1982, NJ 1983, 442.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een gehomologeerd akkoord bindt in beginsel slechts de concurrente schuldeisers.1 In het vorige hoofdstuk is in verband met de vraag wie stemrecht heeft over een akkoord onder meer de problematiek van erkende, betwiste en voorwaardelijk toegelaten vorderingen besproken. In verband daarmee wordt in het hierna volgende nader uiteengezet welke schuldeisers krachtens art. 157 Fw aan een gehomologeerd akkoord worden gebonden.
Het is evident dat het gehomologeerde akkoord in ieder geval verbindend is voor een concurrente schuldeiser wiens vordering in het faillissement is erkend. Zoals gezegd, maakt het voor de verbindendheid van het akkoord niet uit of een schuldeiser met een erkende vordering voor of tegen het akkoord heeft gestemd.2
Voor een schuldeiser wiens concurrente vordering in het faillissement is betwist door de curator, maar wiens vordering in de renvooiprocedure door de rechter wordt erkend voordat het faillissement is beëindigd ingevolge art. 161 Fw, is een gehomologeerd akkoord eveneens verbindend. Deze schuldeiser wordt op de voet van art. 122a Fw aangemerkt als een schuldeiser wiens vordering is erkend in het faillissement en neemt derhalve dezelfde rechtspositie in als de hiervoor genoemde schuldeiser van een erkende vordering.
Indien een concurrente vordering in het faillissement wordt betwist door een medeschuldeiser en de renvooiprocedure doorkruist wordt door art. 161 Fw, dan kan de procedure uitsluitend worden voortgezet om een beslissing te krijgen over de proceskosten (art. 122a lid 5 Fw). Hoewel deze schuldeiser ook aan een gehomologeerd akkoord is gebonden, kan hij, indien zijn vordering eveneens door de schuldenaar wordt betwist, eerst aanspraak maken op het gehomologeerde akkoord, indien in een gewone procedure zijn vordering jegens de schuldenaar komt vast te staan (art. 159 Fw).
Een schuldeiser die niet in het faillissement is opgekomen en die zijn vordering dus niet heeft ingediend, raakt niettemin aan een gehomologeerd akkoord gebonden. Ook deze schuldeiser valt onder het bereik van art. 157 Fw. Indien zijn vordering echter door de schuldeiser wordt betwist, geldt hetgeen hiervoor is opgemerkt ten aanzien van een schuldeiser met een betwiste vordering.
Een schuldeiser met een in het faillissement erkende vordering en een erkend zekerheidsrecht of een recht van voorrang3 en die conform art. 143 Fw daarvan afstand heeft gedaan, is op de voet van art. 143 lid 2 Fw concurrent schuldeiser geworden en dientengevolge is een gehomologeerd akkoord ook voor deze schuldeiser verbindend.
Een gehomologeerd akkoord is tevens verbindend voor de schuldeiser die na uitwinning van het tot zekerheid verbonden goed, zijn vordering niet volledig voldaan ziet. Deze schuldeiser kan voor het tekort opkomen als concurrent schuldeiser. Daartoe dient hij zijn (restant)vordering ter verificatie in te dienen. Voor het resterende is hij ingevolge art. 59 Fw concurrent schuldeiser en uit dien hoofde is het akkoord ook voor hem verbindend.
Een schuldeiser die een recht van voorrang heeft, maar die kan aantonen dat een deel van zijn vordering vermoedelijk niet batig zal kunnen worden gerangschikt op de opbrengst van het verbonden goed, kan verlangen dat voor dat deel aan hem de rechten van concurrent schuldeiser worden toegekend (art. 132 Fw). Indien de opbrengst ontoereikend is gebleken, is ook deze schuldeiser voor het tekortschietende gedeelte aan het gehomologeerde akkoord gebonden. De schuldeiser behoudt, in tegenstelling tot de schuldeiser van art. 143 Fw, zijn recht van voorrang.
Een schuldeiser die conform art. 110 Fw zijn vordering heeft ingediend, maar die heeft verzuimd zijn recht van voorrang op te geven, wordt, indien geen tijdig herstel plaatsvindt, in het faillissement als concurrent schuldeiser geverifieerd. Hierbij dient te worden opgemerkt dat de enkele indiening van de vordering ter verificatie niet gezien behoeft te worden als een ondubbelzinnig te kennen geven van het doen van afstand van andere rechten.4 Wordt het verzuim niet hersteld, dan dient ook deze schuldeiser in beginsel het gehomologeerde akkoord tegen zich te laten werken.
Een schuldeiser wiens concurrente vordering in het faillissement voorwaardelijk is erkend, wordt ook krachtens art. 157 Fw aan het gehomologeerde akkoord gebonden, indien na afloop van de renvooiprocedure en voordat het faillissement ex art. 161 Fw wordt beëindigd, zijn vordering jegens de schuldenaar is komen vast te staan.
Een gehomologeerd akkoord is verbindend voor een schuldeiser wiens vordering in het faillissement is erkend, maar wiens recht van voorrang in het faillissement is betwist door de curator en/of een medeschuldeiser en die de renvooiprocedure heeft verloren. Ervan uitgaand dat de renvooiprocedure is beëindigd voordat het faillissement ex art. 161 Fw wordt beëindigd, heeft deze schuldeiser te gelden als concurrent schuldeiser en wordt hij krachtens art. 157 Fw aan het gehomologeerde akkoord gebonden.
Ten slotte, het voorgaande heeft ook te gelden voor een schuldeiser wiens vordering in het faillissement is erkend, maar wiens recht van voorrang slechts voorwaardelijk wordt erkend. Indien uit de renvooiprocedure blijkt dat het recht van voorrang niet is komen vast te staan, heeft ook deze schuldeiser slechts te gelden als concurrent schuldeiser en is uit dien hoofde aan het gehomologeerde akkoord gebonden.
Uit het voorgaande blijkt dat er schuldeisers zijn die aan een gehomologeerd akkoord gebonden raken zonder uitoefening van hun stemrecht (concurrente schuldeisers die niet in het faillissement zijn opgekomen of schuldeisers met een betwiste vordering die niet voorwaardelijk zijn toegelaten). Daarnaast kunnen er schuldeisers zijn voor wie het gehomologeerde akkoord niet verbindend is, maar die wel over het akkoord hebben meegestemd (schuldeiser met een betwiste, maar voorwaardelijk toegelaten vordering wiens vordering in de renvooiprocedure niet is komen vast te staan). Het een noch het ander is evenwel van invloed op het gehomologeerde akkoord.5