Generale zekerheidsrechten in rechtshistorisch perspectief
Einde inhoudsopgave
Generale zekerheidsrechten in rechtshistorisch perspectief (O&R nr. 86) 2015/8.3.2.4:8.3.2.4 Het Autobus-arrest
Generale zekerheidsrechten in rechtshistorisch perspectief (O&R nr. 86) 2015/8.3.2.4
8.3.2.4 Het Autobus-arrest
Documentgegevens:
mr. V.J.M. van Hoof, datum 01-06-2015
- Datum
01-06-2015
- Auteur
mr. V.J.M. van Hoof
- JCDI
JCDI:ADS417137:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Rechtsgeschiedenis
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HR 21 juni 1929, NJ 1929/1096.
Jarolímek 1956, p. 18.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een half jaar na het Bierbrouwerij-arrest, in juni 1929, moest de Hoge Raad oordelen over een zaak waarin partijen niet gebruik hadden gemaakt van een koop met beding van wederinkoop zoals in het Bierbrouwerijarrest, maar de schuldenaar zonder omhaal een autobus ‘tot zekerheid’ had overgedragen. De Hoge Raad heeft ook voor die wijze van zekerheidstelling geoordeeld dat het partijen vrijstond een zekerheidsoverdracht te verrichten, ‘wanneer zij een pandovereenkomst voor hun verhoudingen niet passend oordelen.’1
Beide vormen van zekerheidsoverdracht, namelijk de ene waarbij de titel een koop met beding van wederinkoop was en de andere waarbij de titel de eigendomsoverdracht tot zekerheid was, bleven voortbestaan. Jarolímek stelde vast dat onder anderen Heineken en Oranjeboom in 1956 nog steeds de eerste vorm toepasten, terwijl onder anderen Amstel en de inmiddels opgeheven Bredase Brouwerij De Drie Hoefijzers de tweede vorm toepasten.2