Einde inhoudsopgave
Het bestuursverbod bij de commanditaire vennootschap (IVOR nr. 93) 2013/2.3.3.3
2.3.3.3 De gevolgen van overtreding van het bestuursverbod
Mr. A.J.S.M. Tervoort, datum 11-07-2013
- Datum
11-07-2013
- Auteur
Mr. A.J.S.M. Tervoort
- JCDI
JCDI:ADS446212:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Personenvennootschappen
Voetnoten
Voetnoten
Zie 2.2.2.2.3 letter a).
Mohr (2008), p. 75.
Kamerstukken II, 2002/03, 28 746, nr. 3 (MvT), p. 77. In deze zin al Westbroek (1988), p. 409, Mendel & Mohr (2000), p. 297.
Op grond daarvan behoeft hij ook niet in het handelsregister te worden ingeschreven.
Asser/Maeijer & Van Olffen 7-VII* (2010), nr. 378.
Asser/Maeijer & Van Olffen 7-VII* (2010), nr. 378, Van Mourik (2010), p. 93.
Zie 2.2.2.2.3.
Asser/Maeijer 5-V (1995), nr. 383.
Zie hierboven 2.2.2.2.3 onder c). Afwijzend over deze methode, ook onder het regime van het wetsvoorstel Personenvennootschappen: Asser/Maeijer & Van Olffen 7-VII* (2010), nr. 378.
Ingeval van overtreding van het bestuursverbod wordt volgens art. 7:837 lid 2 BW de commanditaire vennoot tegenover derden hoofdelijk verbonden voor de verbintenissen van de vennootschap die ten tijde van zijn handelen of daarna zijn ontstaan. Dit gevolg is in twee opzichten minder ingrijpend dan de regeling van art. 21 WvK onder het huidige recht. In de eerste plaats leidt overtreding van het bestuursverbod niet tot aansprakelijkheid voor vennootschapsschulden die zijn ontstaan vóór deze overtreding. Zoals hierboven is behandeld is dat onder het bestaande recht wel het geval en is daar van de kant van de doctrine voortdurend kritiek op geweest.1 De regeling van het wetsvoorstel Personenvennootschappen komt met deze verlichting tegemoet aan die kritiek; zij wordt in de literatuur dan ook toegejuicht.2 In de tweede plaats treedt de hoofdelijke verbondenheid niet in, wanneer het optreden van de commanditaire vennoot deze verbondenheid niet of niet ten volle rechtvaardigt. Deze bepaling geeft de rechter de vrijheid de sanctie buiten toepassing te laten of te verzachten wanneer de omstandigheden van het geval daartoe nopen.3 In het bijzonder wordt daarbij gedacht aan situaties waarbij het handelen van de commanditair weinig impact heeft of juist positief te waarderen is, bijvoorbeeld ingeval van een spoedeisende kwestie die opkomt op een moment waarop de gecommanditeerde vennoot afwezig en niet bereikbaar is. Ook dit is een toe te juichen verlichting, al blijft de wijze waarop de rechter het begrip ‘de omstandigheden van het geval’ in zal vullen lastig voorspelbaar.
Bij overtreding van het bestuursverbod wordt de betrokken vennoot weliswaar hoofdelijk verbonden voor de vennootschapsschulden, maar daarmee wordt hij, evenmin als onder huidig recht, nog geen gecommanditeerde vennoot:4 hij blijft commanditaire vennoot.5 Hij kan, evenals onder huidig recht, regres nemen op de gecommanditeerde vennoten voor hetgeen hij heeft betaald aan een derde die hem wegens overtreding van het bestuursverbod aanspreekt.6 Opmerkelijk is dat het wetsvoorstel Personenvennootschappen geen voorziening geeft voor de vraag hoe een commanditaire vennoot die het bestuursverbod heeft overtreden, kan voorkomen dat hij verbonden raakt voor nieuwe, na zijn overtreding ontstane vennootschapsschulden. Zoals hierboven besproken7 worden als mogelijkheden hiertoe onder het bestaande recht wel genoemd de algehele ontbinding van de commanditaire vennootschap en het uittreden van de betrokken vennoot uit de vennootschap,8 maar beide mogelijkheden lijken onevenredig zwaar en daarmee te ingrijpend om als een bruikbare oplossing te kunnen worden aangemerkt. Ook is wel verdedigd dat de betrokken commanditaire vennoot zich als een dergelijke situatie zich voordoet eerst als besturend vennoot in het handelsregister moet inschrijven, onder gelijktijdige wijziging van wat inzake de commanditairen in het handelsregister moet worden ingeschreven,9 en zich aanstonds daarna als zodanig weer moet uitschrijven en terugkeert in zijn oorspronkelijke positie van commanditair vennoot.10 Dit alles lijkt, zo deze opzet al werkt, nodeloos omslachtig en kostbaar.
In de literatuur zijn voor een aantal van de gesignaleerde problemen en onvolkomenheden alternatieven aangedragen. Deze zullen in hoofdstuk 5 aan de orde komen.