Einde inhoudsopgave
Gewogen rechtsmacht in het IPR (R&P nr. 148) 2006/3.4.1
3.4.1 Uitdrukkelijke forumkeuze; art. 8 Rv
mr. F. Ibili, datum 28-11-2006
- Datum
28-11-2006
- Auteur
mr. F. Ibili
- JCDI
JCDI:ADS432990:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie bijv. Rb. Arnhem 5 februari 2003, NIPR 2003, 285; Rb. 's-Gravenhage, Sec. Kanton 24 februari 2005, NIPR 2006, 26; Hof Amsterdam 22 december 2005, NIPR 2006, 42.
Hof Arnhem 13 juli 2004, NIPR 2004, 362.
Joppe (2003), nr. 127 en 130. Zie voor een voorbeeld onder 'oud' procesrecht Rb. 's-Gravenhage 13 december 1993, NIPR 1994, 223.
Zie echter par. 3.6.4.2.
Wellicht dat hierin verandering komt. De Europese Commissie heeft namelijk op 17 juli 2006 een voorstel tot wijziging van de Verordening Brussel IIbis ingediend waarin onder andere de mogelijkheid van een beperkte forumkeuze in echtscheidingszaken wordt geïntroduceerd (COM(2006) 399 def.). Al eerder heeft Th.M. de Boer (`Uitdrukkelijke en stilzwijgende forumkeuze in het commune Nederlandse ipr: een vergelijking met de bevoegdheidsverdragen van San Sebastian en Lugano', NIPR-Speciale aflevering 1996, p. 72-74) laten blijken hiervan voorstander te zijn.
D. Kokkini-Iatridou & K. Boele-Woelki, NIPR 1993, p. 354; Th.M. de Boer, NIPR-Speciale aflevering 1996, p. 74-76; I.I. van Haersolte-van Hof, LATER 1996, p. 242-243.
Oorspronkelijk werd hier ook een uitzondering gemaakt indien de forumkeuze is aangegaan ten behoeve van een van partijen en deze zich tot de Nederlandse rechter wendt. Deze uitzondering is per 15 oktober 2005 komen te vervallen (Wet van 8 september 2005, Stb. 2005, 455. KB van 29 september 2005, Stb. 2005, 484).
Kamerstukken II 1999/00, 26 855, nr. 3, p. 39 (MvT). Kritiek bij J.W. Rutgers, 'Internationale forumkeuze en agentuur: het commune bevoegdheidsrecht in Europees perspectief', NIER 2003, p. 351-355.
Vgl. Burgerlijke Rechtsvordering, Vlas, art. 8 Rv, aant. 6. Over het schriftelijkheidsvereiste uitgebreid: S. van der Hof, Internationale on-line overeenkomsten: internationaal privaatrechtelijke aspecten van online business-to-business en business-to-consumer overeenkomsten in Europa en de Verenigde Staten, (diss. Tilburg), Den Haag: Sdu Uitgevers 2002, p. 36-40.
Zie over de mogelijkheid van een forumkeuze in statuten van een vennootschap Vlas (2002), nr. 238.
Zie voor separabiliteit van de forumkeuze onder het EEX-Verdrag: HvJ EG 3 juli 1997, C-296/95, Jur. 1997, p. 1-3788, NJ 1999, 681 (PV), Benincasa/Dentalkit.
Kamerstukken111999/00, 26 855, nr. 3, p. 39 (MvT). Het Verdrag inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst, Rome 19 juni 1980, Trb. 1980, 156, is hierop niet van toepassing, omdat de forumkeuzeclausule van het toepassingsgebied is uitgesloten (art. 1 lid 2 sub d).
In deze zin Hof Amsterdam 22 december 2005, NIER 2006, 42.
D. Kokkini-Iatridou & K. Boele-Woelki, NIPR 1993, p. 354-356; P. Vlas & F. Ibili, WPNR (2003) 6527, p. 312-313. Zie bijv. voor de Oostenrijkse oplossing: C. Parenti, 'Internationale Gerichtsstandsvereinbarungen: lex fori oder lex causae Ankniipfung?', ZJRV 2003, p. 221-224.
Buiten de toepassing van verdragen en EG-verordeningen, biedt art. 8 Rv partijen in internationale gevallen de mogelijkheid de rechtsmacht van de Nederlandse rechter uitdrukkelijk te prorogeren (lid 1) of te derogeren (lid 2) (vgl. art. 23 EEX-Vo). Partijen kunnen te allen tijde een forumkeuze overeenkomen, waarbij zij een specifieke rechter dan wel de gerechten van een bepaalde staat kunnen aanwijzen ter kennisneming van geschillen (vgl. art. 23 EEX-Vo). Een prorogerende forumkeuze maakt de Nederlandse rechter alleen bevoegd indien daarmee een redelijk belang is gemoeid. Met een derogerende forumkeuze wordt rechtsmacht aan de Nederlandse rechter ontnomen, tenzij partijen de buitenlandse rechter geen exclusieve bevoegdheid hebben opgedragen.1 Volstaat een forumkeuze met de aanwijzing van de gerechten van een bepaalde staat, dan wordt de relatief bevoegde rechter vastgesteld volgens het interne procesrecht van de desbetreffende staat. De geldigheid van een forumkeuze kan niet worden betwist op de grond dat 'daaruit niet [kan] worden opgemaakt welke instantie in de Verenigde Staten bevoegd is, terwijl de clausule ook geen objectieve elementen bevat op basis waarvan [eiseres] kan vaststellen bij welke rechter zij haar vordering aanhangig moet maken op basis waarvan de geadieerde rechter kan bepalen of hij bevoegd is.'2
Art. 8 Rv stelt een aantal voorwaarden aan de geldigheid van een prorogerende of derogerende forumkeuze. De forumkeuze moet zien op een bepaalde rechtsbetrekking tussen partijen en mag geen algemene strekking hebben. Bovendien is de mogelijkheid van forumkeuze beperkt tot zaken die ter vrije bepaling van partijen staan (burgerlijke en handelszaken, maar ook levensonderhoud, huwelijksvermogensrecht3 en erfrecht). Strikt genomen staan statusvragen niet ter vrije bepaling van partijen, zodat een forumkeuze in zaken betreffende ouderlijke verantwoordelijkheid niet is toegestaan. Zie bijvoorbeeld Rb. Rotterdam 13 december 2002, NIPR 2003, 17, waarin de vrouw zich in het kader van een door de man ingestelde procedure tot wijziging van een Amerikaanse beslissing inzake omgangsrecht beroept op een vermeende forumkeuze voor een Amerikaanse Circuit Court. De rechtbank beslist dat 'een forumkeuze in geschillen over zaken, die niet ter vrije bepaling van partijen staan niet rechtsgeldig [is]. Ten aanzien van beslissingen over minderjarigen is dit in het algemeen het geval.'4 Vooralsnog lijkt een forumkeuze in echtscheidingszaken evenmin mogelijk.5
Art. 8 lid 1 Rv stelt niet als voorwaarde dat een forumkeuze voor de Nederlandse rechter niet strijdig mag zijn met de exclusieve bevoegdheid van een buitenlandse rechter. Strikt genomen is een dergelijke forumkeuze dan ook geldig, indien deze betrekking heeft op bijvoorbeeld een geschil over een zakelijk recht op een onroerend goed dat is gelegen in Bulgarije. Nu het forum rei sitae vermoedelijk exclusieve rechtsmacht zal opeisen, kan worden verdedigd dat een forumkeuze voor de Nederlandse rechter ongeldig is indien deze betrekking heeft op een geschil ten aanzien waarvan de rechter in een andere staat exclusieve rechtsmacht heeft (vgl. art. 23 lid 5 EEXVo).6 Wel beperkt art. 8 lid 3 Rv in een aantal gevallen de derogatie van rechtsmacht. Ongeacht de forumkeuze behoudt de Nederlandse rechter rechtsmacht indien de zaak een individuele arbeidsovereenkomst of consumentenovereenkomst betreft.7 In het laatste geval blijft de Nederlandse rechter bevoegd, omdat van de werknemer of consument als zwakkere procespartij niet mag worden verwacht dat hij zich tot een buitenlandse rechter wendt. Dit ligt anders indien de forumkeuze is overeengekomen na het ontstaan van het geschil of indien de werknemer of de consument zich met een beroep op de forumkeuze wendt tot de buitenlandse rechter (art. 8 lid 4 Rv). In dat geval verliest de consument of de werknemer het recht om zich alsnog tot de Nederlandse rechter te wenden (vgl. art. 17 lid 1 en 21 lid 1 EEX-Vo). De wetgever heeft de bescherming van art. 8 lid 3 Rv niet nodig geacht ten aanzien van agentuur-overeenkomsten.8
Een forumkeuze wordt ingevolge art. 8 lid 5 Rv bewezen door een geschrift. Dit bewijsvoorschrift moet ruim worden opgevat. Ook telex, telefax en e-mail kunnen als 'geschrift' worden aangemerkt. Wat e-mail betreft zullen dan wel nadere eisen inzake betrouwbaarheid en duurzaamheid in acht moeten worden genomen (vlg. art. 23 lid 2 EEX-Vo).9 Aangenomen moet worden dat een verwijzing naar algemene voorwaarden, bijvoorbeeld in een orderbevestiging, waarin de forumkeuze is vervat, ook mogelijk is, mits het desbetreffende geschrift door of namens de wederpartij uitdrukkelijk of stilzwijgend is aanvaard.10 Art. 8 lid 5 Rv bevat geen constitutief vereiste, maar geeft slechts een bewijsvoorschrift, zodat een forumkeuze theoretisch ook mondeling kan worden overeengekomen. Art. 8 lid 6 Rv separeert de forumkeuze van een eventueel meeromvattende hoofdovereenkomst waarvan de forumkeuze deel uit maakt. Indien de hoofdovereenkomst nietig of vernietigbaar blijkt, is daarmee niet de ongeldigheid van de forumkeuze gegeven. De forumkeuze deelt niet hetzelfde lot als de hoofdovereenkomst.11 Dat is slechts anders indien partijen expliciet zijn overeengekomen dat de nietigheid van de hoofdovereenkomst tevens tot de nietigheid van het forumkeuzebeding leidt.
De kwestie of een forumkeuze tot stand is gekomen en, zo ja, hoe deze moet worden uitgelegd (is een forumkeuze exclusief?) is door de wetgever niet geregeld. Deze kwestie moet worden bezien in het licht van het materiële recht dat op de forumkeuze-overeenkomst van toepassing is.12 Welke conflictregel beheerst de vraag of de forumkeuze tot stand is gekomen en welk recht zou de geldigheid van de forumkeuze moeten beheersen? Indien de forumkeuze onderdeel uitmaakt van de hoofdovereenkomst, zou deze vraag beheerst kunnen worden door hetzelfde recht als dat van de hoofdovereenkomst.13 Daar art. 8 lid 6 Rv de forumkeuze separeert van de hoofdovereenkomst en als een op zichzelf staande overeenkomst beschouwt,
ligt deze oplossing niet voor de hand. Uit praktische overwegingen kan worden verdedigd dat, bij gebreke van rechtskeuze op het forumkeuzebeding zelf, de lex fort geldt. Dit geeft partijen het meeste houvast.14