Einde inhoudsopgave
Het systeem van sanctionering van fiscale fraude (FM nr. 166) 2021/5.2.4
5.2.4 Meerdaadse samenloop
Dr. C. Hofman, datum 01-04-2021
- Datum
01-04-2021
- Auteur
Dr. C. Hofman
- JCDI
JCDI:ADS270063:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Art. 58 WvSr luidt: Bij samenloop van feiten die als op zichzelf staande handelingen moeten worden beschouwd en meer dan één misdrijf opleveren waarop ongelijksoortige hoofdstraffen zijn gesteld, kan elk van die straffen worden opgelegd, doch deze mogen - voor zover het gevangenisstraf en hechtenis betreft - te zamen in duur de langstdurende niet meer dan een derde overtreffen.”
Smidt 1891, p. 477.
Kelk 2012, p. 89.
Een voorbeeld is het geval waarin bij controle van een bedrijf een machine wordt aangetroffen, die zowel onveilig is voor werknemers (overtreding van de arbeidsomstandighedenwetgeving) als geluidhinder veroorzaakt voor omwonenden (overtreding van de milieuwetgeving). Een ander voorbeeld biedt HR 17 mei 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP0183, NJ 2011/243 waarin een valse bommelding was gedaan (art. 142a WWvSr) door misbruik te maken van het alarmnummer (art. 142 lid 2 WvSr).
Tekst en commentaar Kluwer Navigator, art. 57 WvSr, Pelser.
Voor de aanname van meerdaadse samenloop zou dan pleiten het aspect van het wilsbesluit als voorwaarde voor voortgezette handeling. In deze situatie zou voor de hand kunnen liggen dat het aanvankelijke wilsbesluit de woninginbraak betreft. Het kan zijn dat verdachte pas toen hij de autosleutels ontdekte, tot het nadere besluit kwam van die vondst gebruik te maken en ook de auto te stelen.
Mevis schrijft: “In het min of meer ligt de relativering besloten van het voorheen wat striktere uitgangspunt van eenheid van tijd en handeling.” (Noot Mevis bij HR 20 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1111, NJ 2019/111, onderdeel 10).
De Hullu 2018, p. 543 schrijft dat achtereenvolgens begane verschillende of gelijksoortige handelingen die niet als voortgezette handeling vallen onder de regeling van de meerdaadse samenloop vallen.
Kelk 2012, p. 89.
De Hullu 2018, p. 544.
Noot Mevis bij HR 20 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1111, NJ 2019/111, onderdeel 7.
HR 20 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1111, NJ 2019/111, r.o. 2.4.
Meerdaadse samenloop wordt slechts kort aan de orde gesteld, omdat de kern is dat sprake is van gelijktijdige vervolging en bestraffing van verschillende feiten, terwijl dit onderzoek gericht is op dubbele bestraffing van hetzelfde feit. Art. 57 lid 1 WvSr luidt als volgt:
"Bij samenloop van feiten die als op zichzelf staande handelingen moeten worden beschouwd en meer dan één misdrijf opleveren waarop gelijksoortige hoofdstraffen zijn gesteld, wordt één straf opgelegd.”1
Bij meerdaadse samenloop moet in de regel dus één hoofdstraf worden uitgesproken door de rechter. In geval van ongelijksoortige hoofdstraffen mag elk van die straffen worden opgelegd.2
In geval van meerdaadse samenloop vallen feiten bij gelijktijdige vervolging en bestraffing dus onder meer dan één strafbepaling.3 Anders verwoord: meerdaadse samenloop is er, als meer gelijksoortige of ongelijksoortige delicten, die door één dader achtereenvolgens door op zichzelf staande handelingen zijn begaan, tegelijk ten laste worden gelegd in een cumulatieve tenlastelegging.4 Dit is het geval indien een fysieke handeling kan worden uiteengelegd in verschillende gedragingen, die ook afzonderlijk hadden kunnen worden gepleegd en die verschillende belangen schenden.5
Meerdaadse samenloop kan zich in theorie voordoen in vier vormen:6
simultaan meermalen hetzelfde delict (schieten en de kogel raakt twee mensen);
simultaan verschillende delicten (rijden zonder licht en rijden met alcohol op);
consecutief meermalen hetzelfde delict (meermaals inbreken in een woning); en
consecutief verschillende delicten (inbraak in een woning en daaropvolgend diefstal van een auto met behulp van een bij die inbraak weggenomen sleutel).7
Voor wat betreft de eendaadse samenloop komt het aan op de verbinding tussen de gedragingen doordat ze zich min of meer op dezelfde tijd en plaats hebben afgespeeld.8 Voor de voortgezette handeling is die eenheid er niet, omdat daarbij in tijd opvolgende (soortgelijke, uit één wilsbesluit voortvloeiende) gedragingen aan de orde zijn. Om deze reden is deze variant in concrete situaties lastiger te onderscheiden van meerdaadse samenloop. De twee laatstgenoemde gedaanten van meerdaadse samenloop kunnen soms dan ook als voortgezette handeling worden opgevat.9
Kelk schrijft dat waar eendaadse samenloop toeziet op samenloop van constructie, meerdaadse samenloop toeziet op samenloop van meer gepleegde feiten.10 Wanneer één gedraging meer objecten of gevolgen heeft, doordat er bijvoorbeeld meer dan één slachtoffer is, is in het kader van een materieel, door het gevolg bepaald delict sprake van meer normschendingen en moet meerdaadse samenloop worden aangenomen. Niet de eenmalige handeling, maar de gevolgen worden toegerekend.11
De arresten van 20 juni 2017 van de Hoge Raad, beogen volgens Mevis te voorkomen dat (te) gemakkelijk meerdaadse samenloop wordt aangenomen, zoals wel eens gebeurde.12 De nieuwe lijn is dat als vragen van samenloop rijzen, anders dan tot nu toe het geval was, enig verschil in strekking van de strafbepalingen waaronder de bewezenverklaarde gedragingen zijn gekwalificeerd, niet onmiddellijk en onvermijdelijk tot de gevolgtrekking leiden dat sprake is van meerdaadse samenloop.13