Einde inhoudsopgave
De strafbaarstelling van arbeidsuitbuiting in Nederland (SteR nr. 39) 2018/2.2.2
2.2.2 Positieve vrijheid
mr. drs. S.M.A. Lestrade, datum 01-01-2018
- Datum
01-01-2018
- Auteur
mr. drs. S.M.A. Lestrade
- JCDI
JCDI:ADS384971:1
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht / Economisch strafrecht
Voetnoten
Voetnoten
Berlin 1969, p. 122.
Terpstra 2011, p. 63 en 64.
Blokland 1995, p. 60 met verwijzing naar Berlin 1969, p. xlvii.
Zie o.a. Blokland 1995, p. 122, Carter, Kramer & Steiner 2007, p. 323 en Carter 2016, Introduction. Maar zie meer genuanceerd Dworkin 1988, p. 18 en 20, Carter, Kramer & Steiner 2007, p. 333, zie ook Feinberg 1973, p. 16. Dworkin betoogt dat autonomie en (positieve) vrijheid verwant zijn, maar dat het niet dezelfde begrippen zijn. Het interveniëren in de persoonlijke vrijheid van iemand intervenieert ook in de manier waarop iemand gemotiveerd wil worden en is van invloed op het soort persoon dat hij wil worden, het is dus ook van invloed op iemands autonomie. Maar een persoon die graag op verschillende manieren beperkt wil worden, of dat nu is door de discipline van het klooster, de tucht van het leger, of zelfs door dwang, is niet minder autonoom. Dworkin redeneert verder dat het feit dat een persoon kan kiezen (en de keuzes zijn niet beïnvloed door bedreigingen van anderen) niet hoeft te betekenen dat hij ook autonoom is. Vrijheid, macht en controle over belangrijke aspecten van het leven zijn niet hetzelfde als autonomie, maar zijn noodzakelijke condities voor individuen om hun eigen doelen en interesses te ontwikkelen en hun waarden effectief te maken in hun leven. Autonomie kan geformuleerd worden als een tweederangs capaciteit van personen om kritisch hun eersterangs voorkeuren, verlangens en wensen te overwegen en de capaciteit om te accepteren of te proberen om deze te wijzigen in het licht van voorkeuren en waardes van hogere orde. Bij het uitoefenen van een dergelijke capaciteit zullen personen hun bestaan bepalen, betekenis en cohesie geven aan hun leven en verantwoordelijkheid nemen voor het soort persoon dat zij zijn. Ook Feinberg brengt een nuancering aan op de gelijkstelling van autonomie aan positieve vrijheid. Hij meent dat het vereenzelvigen van autonomie met vrijheid alleen mogelijk is doordat de nadruk op een bepaald verlangen of optie, namelijk het zelf beslissen wat je wilt doen, wordt gelegd. Op eenzelfde manier kan echter de nadruk worden gelegd op andere verlangens. De afwezigheid van wat dan ook kan geïdentificeerd worden als ‘positieve’ vrijheid. Het uitverkiezen van autonomie en het relateren aan vrijheid erkent echter wel het grote belang ten opzichte van andere wensen en verlangens.
Blokland 1995, p. 63-66.
Blokland 1995, p. 66. Benn legt bij de definiëring van autonomie sterk de nadruk op zelfverwerkelijking. Hij kwalificeert de dimensie zelfbepaling als autarkie. Volgens Benn hoeft iemand die autarkisch is, niet autonoom te zijn. Autarkie is een normale conditie van mensen, waar de meerderheid van de mens over bezit en degene die er niet over bezit in zekere mate tekortschiet als een mens. Autonomie gaat echter verder dan autarkie. Het gaat om een uitmuntende positie waar een autarkisch persoon naar streeft, maar die personen in verschillende mate zullen bereiken, sommigen bijna niet. Autonomie is een ideaal, geen normale toestand. Een autonoom leeft volgens het recht dat hij zelf heeft voorgeschreven. Zie Benn 1988, p. 154 en 155, zie ook Blokland 1995, p. 113 en Carter, Kramer & Steiner 2007, p. 327.
Benn 1988, p. 170 en 171.
Positieve vrijheid houdt volgens Berlin in dat iemand juist door bemoeienis van iets of iemand in staat wordt gesteld iets te doen of te zijn dat hij voorheen niet (zo) had kunnen doen of zijn.1 Positieve vrijheid beschouwt Berlin als een legitieme achtenswaardige waarde. Het gevaar is echter dat positieve vrijheid verwordt tot een totalitaire theorie waarbij vaststaat wat een mens- waardig leven is (een idee van de ware vrijheid) en de overheid zich uitdrukkelijk bemoeit met het maatschappelijk leven.2 De invulling conform een positief vrijheidsideaal kan paternalisme in de hand werken. Volgens Berlin zijn de gevaren van negatieve vrijheid waarbij een wereld ontstaat waarin het recht van de sterkste heerst de laatste eeuw afdoende gedemonstreerd. Dit geldt echter niet voor de risico’s van positieve vrijheid. Dit gegeven was voor Berlin uiteindelijk de reden om in ‘Two concepts of liberty’ met name in te gaan op de ontsporingen van het positieve vrijheidsconcept.3
Positieve vrijheid wordt vaak gelijkgesteld aan autonomie.4 Letterlijk betekent autonomie zelfbestuur (van het Grieks: autos = zelf, nomos = wet), de vrijheid om de eigen wetten te volgen, onafhankelijkheid. Het is het tegenovergestelde van heteronomie waarbij iemand wordt bepaald door of afhankelijk is van andere regels of voorschriften. Positieve vrijheid of autonomie bestaat volgens Blokland uit twee verschillende dimensies: zelfbepaling en zelfverwerkelijking. Zelfbepaling houdt in dat iemand vrij is, wanneer zijn handelen berust op eigen beslissingen en keuzen die niet het resultaat zijn van externe en innerlijke krachten die los staan van zijn wil. Zelfontplooiing of zelfverwerkelijking houdt in dat iemand vrij is indien hij erin slaagt de eigen capaciteiten, talenten of vermogens te ontwikkelen, of ‘het beste van zichzelf te maken’.5 Deze dimensies hangen nauw samen: er kan pas sprake zijn van zelfontplooiing, indien iemand het leven enigszins in eigen hand heeft en iemand kan pas autonoom handelen wanneer hij zich enigermate heeft ontwikkeld.6 Voor positieve vrijheid is niet alleen vereist dat de handelende persoon de capaciteit heeft tot rationeel beslissen, maar in het algemeen moet hij die capaciteit ook gebruiken. Hij moet werkelijk gemotiveerd zijn door innerlijke overtuiging van een bepaald soort. Vrijheid bestaat uit het handelen in overeenstemming met de rede, in plaats van de slaaf zijn van eigen passies. Rede vereist praktische rationaliteit en dat vereist acties die in overeenstemming zijn met iemands overtuigingen.7
Dit onderzoek beschouwt de begrippen positieve vrijheid en autonomie als synoniemen en neemt de indeling van Blokland over: autonomie of positieve vrijheid bevat de dimensies zelfbepaling en zelfontplooiing.