De positie van de vennootschap onder firma
Einde inhoudsopgave
De positie van de vennootschap onder firma (IVOR nr. 97) 2016/2.3.1.3:2.3.1.3 Namens zichzelf of namens de VOF?
De positie van de vennootschap onder firma (IVOR nr. 97) 2016/2.3.1.3
2.3.1.3 Namens zichzelf of namens de VOF?
Documentgegevens:
mr. P.P.D. Mathey-Bal, datum 28-09-2015
- Datum
28-09-2015
- Auteur
mr. P.P.D. Mathey-Bal
- JCDI
JCDI:ADS390617:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Personenvennootschappen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HR 11 maart 1977, ECLI:NL:HR:1977:AC1877, NJ 1977/521, m.nt. G.J. Scholten (Kribbenbijter).
HR 3 december 1971, ECLI:NL:HR:1971:AB3674, NJ 1972/117, m.nt. G.J. Scholten (Hotel Jan Luyken).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Er kan na het verrichten van een rechtshandeling onduidelijkheid bestaan over de vraag of de handelende vennoot deze rechtshandeling in eigen naam of namens de VOF heeft verricht en, als gevolg daarvan, over de vraag wie de wederpartij kan aanspreken tot nakoming. Al weet de wederpartij dat de vennoot handelde ten behoeve van de VOF, dan staat daarmee nog niet vast of de vennoot handelde in eigen naam maar voor rekening van de VOF óf in naam van de VOF. Volgens de Hoge Raad hangt het steeds af van hetgeen partijen daaromtrent jegens elkaar hebben verklaard en hetgeen zij over en weer uit elkaars verklaringen en gedragingen hebben afgeleid en mochten afleiden.1 Ter illustratie dient het arrest ‘Hotel Jan Luyken’.2 In de zaak die tot het arrest leidde, hadden eerst de vennoten (A en B) van een VOF aan een aannemer de opdracht gegeven om een aantal panden, die tot de vennootschappelijke gemeenschap behoorden, te renoveren en had later vennoot A aan dezelfde aannemer een renovatieopdracht voor een pand in dezelfde straat gegeven. De VOF heeft de aannemer voor de eerste opdracht betaald, maar betaling voor de tweede opdracht bleef uit. De aannemer sprak nu beide vennoten aan tot betaling, maar vennoot B verweerde zich met de stelling dat de opdrachtgever nu niet de VOF, maar vennoot A in privé was. De Hoge Raad oordeelde echter dat de aannemer bij de tweede opdracht mocht aannemen dat de opdrachtgever namens de VOF handelde, omdat 1) degene die feitelijk de opdracht had gegeven bij de aannemer bekend stond als vennoot van de VOF en 2) er geen omstandigheden waren gebleken waaruit de aannemer had afgeleid of had moeten afleiden dat de transactie door de opdrachtgever in privé was aangegaan.