Einde inhoudsopgave
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/8.0
8.0 Introductie
Th.E.M. Wijte, datum 08-01-2024
- Datum
08-01-2024
- Auteur
Th.E.M. Wijte
- JCDI
JCDI:ADS976971:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Staatsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Hoofdstuk XI, par. 14 LO-wet van 1857.
Normalschule, modelschool 1763. A. Holtkamp, Van begijnen en schoolmeesters tot leraren basisonderwijs, Nijmegen: KDC 1988, p. 64, M. van Essen, Kwekeling tussen akte en ideaal. De opleiding tot onderwijzer(es) vanaf 1800,Amsterdam: SUN 2006, p. 34, 39, R. Turksma, De geschiedenis van de opleiding tot onderwijzer in Nederland c.a., Groningen: Wolters 1961 en voor een onderwijzershandboek: B. Overberg, Handleiding voor schoolleeraars ten plattenlande, Mij tot Nut van ‘t Algemeen 1808.
W.W. Mijnhardt & A.J. Wichers, Om het Algemeen Volksgeluk, Edam: 1984, p. 72 e.v.
Over de (defensieve) rol van lerarenverenigingen bij reorganisaties in het onderwijs, zie: Leune 1976.
Volksonderwijs: lagere school
(Hoofd)onderwijzers dienen over gedegen kennis en vaardigheden van taal, rekenen, lezen en schrijven te beschikken als de spil in het volksonderwijs, belast met het aanleren van nuttige kundigheden, dienstbaar gemaakt aan de ontwikkeling van de verstandelijke vermogens der leerlingen en hun opleiding tot ‘alle Christelijke en maatschappelijke deugden‘.1Tot 1796 zijn de schoolmeester en -juf op de volks-/leerscholen voltijds kwekeling met particuliere normaallessen2 tot Nutskweekscholen verrijzen in Amsterdam en Haarlem en daarna, deels met rijkssubsidie, in Groningen.3 De onderwijzersopleiding en de eisen voor het geschiedenisonderwijs, waaronder de hoofdtrekken van de inrichting van het Staatsbestuur, en de vakdidactiek zijn in par. 8.1 beschreven.
Voortgezet onderwijs: Latijnse school/gymnasium, hbs, mms en mulo
De academische lerarenopleidingen en MO-opleidingen beschrijf ik in par. 8.2 en de betreffende vakken in par. 8.3, gevolgd door de vooropleidingseisen voor leraren vhmo en de pedagogisch-didactische voorbereiding in par. 8.4. De bevoegdheden en rijksbekostiging volgen in par. 8.5, terwijl in par. 8.6 de doctoraalbevoegdheden in bespreking komen. De toelating tot het MO-examen (1935) beschrijf ik in par. 8.7, evenals een overzicht van de (minimum)lectuurlijst en de lijst met Opstelopgaven voor MO-Staatsinrichting. Voorts bespreek ik de examens MO-Staatsinrichting. In par. 8.8 ga ik in op de NLO- en HBO-lerarenopleidingen geschiedenis en staatsinrichting en (bedrijfs)economie en recht. Par. 8.9 bevat samenvattende conclusies. In par. 8.10 tot en met 8.17 is de focus gericht op lerarenverenigingen, oprichtingen, fusies en de belangenbehartiging.4 Par. 8.18 bevat samenvattende conclusies.
Hierna beschrijf ik in hoofdlijnen de onderwijsopleidingen die strekken tot bevoegdheid voor het lager onderwijs en voor het voortgezet onderwijs in de vakken staatsinrichting, recht en maatschappijleer.