Einde inhoudsopgave
Onmiddellijke voorzieningen en hun externe werking (IVOR nr. 118) 2020/4.3.1
4.3.1 Het schorsen van bestuurders
mr. A.C. Faber, datum 16-03-2020
- Datum
16-03-2020
- Auteur
mr. A.C. Faber
- JCDI
JCDI:ADS197025:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
OK 1 juli 2010, ECLI:NL:GHAMS:2010:BN6843, ARO 2010/106 (Euroll Services B.V.).
Voorts werden aandelen ten titel van beheer overgedragen. Zie daarover 4.6.
OK 16 december 2010, ECLI:NL:GHAMS:2010:BO8044, ARO 2011/4 (Fam. Van der Linden Holding B.V.).
Dit was ook - naast andere punten - reden om aan de juistheid van het gevoerde beleid te twijfelen.
OK 11 mei 2010, ARO 2010/86 (Geomar B.V.).
In 9.7.3 zal worden opgemerkt dat dit soort overwegingen overbodig is.
Bijv. OK 26 januari 2009, ECLI:NL:GHAMS:2009:BH3743, ARO 2009/19. Zie ook 9.7.3. en 9.9.
Zie voor variaties 9.9.6 en 9.12.
OK 16 november 2010, ECLI:NL:GHAMS:2010:BO4937, ARO 2010/170 (2Link Holding).
OK 11 mei 2010, ARO 2010/86 (Geomar B.V.). In gelijke zin OK 26 januari 2009, ECLI:NL:GHAMS:2009:BH3743, ARO 2009/19.
9.4 en 9.6.
In 9.8-9.14 wordt ingegaan op de variaties en de effectiviteit van deze maatregelen en op de maatstaven voor het treffen ervan.
[137] Een (dreigende) impasse binnen het bestuur van de rechtspersoon kan aanleiding zijn om een bestuurder te schorsen. Bij Euroll Services B.V. was tussen twee aandeelhouders, die elk 50% van de aandelen hielden, een ernstig conflict gerezen, met een impasse in de algemene vergadering van aandeelhouders tot gevolg.1 De ene aandeelhouder was bestuurder. De andere aandeelhouder, Fersam, was niet als bestuurder ingeschreven. Zij stelde zich op het standpunt dat zij geen bestuurder was maar bestuurstaken uitvoerde uit hoofde van een managementovereenkomst. In die managementovereenkomst stond evenwel vermeld dat de aandeelhouders hadden besloten Fersam te benoemen tot bestuurder. De Ondernemingskamer overwoog dat het onwenselijk zou zijn indien Fersam zich alsnog als bestuurder zou gaan opstellen. Dat zou ongetwijfeld tot een impasse in het bestuur leiden. Fersam werd “voor zover nodig” geschorst als bestuurder.2
In de zaak Fam. Van der Linden Holding B.V. werd een bestuurster geschorst, die als zodanig stond ingeschreven in het Handelsregister, maar van wie niet was gebleken dat zij door de algemene vergadering van aandeelhouders was benoemd.3 Die situatie vroeg om een onmiddellijke voorziening omdat er helderheid over de samenstelling van het bestuur moest komen.4 Er bleef met de schorsing geen bestuurder over. De Ondernemingskamer benoemde er niet een. Ze liet het over aan de door haar benoemde beheerder van aandelen om een algemene vergadering van aandeelhouders bijeen te roepen waarin in het bestuur van de vennootschap zou kunnen worden voorzien.
Bij Geomar B.V. schorste de Ondernemingskamer beide bestuurders, die elk indirect 50% van de aandelen in de vennootschap hielden.5 Ze waren zozeer tegenover elkaar komen te staan dat ze als bestuurders geen gezamenlijk beleid meer konden voeren. Daarnaast veroorzaakten de tussen hen gerezen conflicten een patstelling in de algemene vergadering van aandeelhouders, waardoor de bestuurlijke impasse niet kon worden doorbroken. De Ondernemingskamer achtte het bovendien aannemelijk dat een van de bestuurders voldongen feiten zou creëren ten nadele van de onderneming van Geomar B.V. Er werd een derde tot bestuurder benoemd. Als bijzonderheid werd overwogen dat die bestuurder zich “bij de uitoefening van zijn bestuurstaak naar eigen inzicht (kan) doen bijstaan door de ene bestuurder of de andere bestuurder op door hem te bepalen, nader te stellen voorwaarden”.6 Deze laatste overweging is geen unicum; de Ondernemingskamer neemt de mogelijkheid, dat de door haar benoemde bestuurder geschorste bestuurders bij de dagelijkse gang van zaken van de onderneming betrekt, vaker expliciet op in haar overwegingen.7
[138] Soms wordt aan de geschorste bestuurder de hem toegekende managementvergoeding ontzegd. Dan wordt bijvoorbeeld bepaald dat de rechtspersoon voor de duur van de schorsing geen management fee aan de geschorste bestuurder verschuldigd is.8 In de zaak 2Link Holding B.V. gebeurde dat met de overweging dat de (persoon die de bestuurstaken feitelijk uitvoerde namens de) bestuurder al ruim anderhalf jaar geen managementwerkzaamheden had verricht.9 In het geval van Geomar B.V. werd aan de door de Ondernemingskamer benoemde bestuurder – in de overwegingen – overgelaten te beslissen “op welk bedrag ten titel van salarisbetaling de ene bestuurder en/of de andere bestuurder aanspraak kan maken” en het dictum hield in dat de geschorste bestuurders slechts aanspraak op betaling van salaris hadden voor zover de benoemde bestuurder dat zou vaststellen.10
Zulke voorzieningen aangaande de managementvergoeding zijn ingrepen in contractuele rechtsverhoudingen van de rechtspersoon. Over de praktijk van de Ondernemingskamer om in te grijpen in een bezoldigingsverplichting van de rechtspersoon tegenover zijn bestuurder is discussie. Dat debat komt aan de orde in hoofdstuk 9.11 Daar wordt ook deze praktijk uitvoerig besproken.12