De acting in concert-regeling inzake het verplicht bod op effecten
Einde inhoudsopgave
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/12.4.4.4:12.4.4.4 Toerekening aan deelnemers
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/12.4.4.4
12.4.4.4 Toerekening aan deelnemers
Documentgegevens:
mr. J.H.L. Beckers, datum 01-01-2016
- Datum
01-01-2016
- Auteur
mr. J.H.L. Beckers
- JCDI
JCDI:ADS368832:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Waar de Hoge Raad van uit gaat, zie HR 10 januari 1968, NJ 1968/134 m.nt. G. Scholten (Union II). Zie nader Van der Velden 2006, p. 157.
Of deelnemers in een beleggingsfonds in die zin aansprakelijk zijn, wordt bepaald door de beheerder. Handelt hij in naam van het fonds, dan zijn de deelnemers aansprakelijk. Handelt hij in naam van de bewaarder, dan is enkel de bewaarder aansprakelijk, zie nader Van der Velden 2009-1, p. 27- 28.
Van der Velden 2009-1, p. 22.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
I. Beleggingsfonds (icbe en niet-icbe)
De stemrechten in de doelvennootschap die tot de activa van het fonds behoren worden in beginsel niet toegerekend aan de deelnemers in het beleggingsfonds. Mogelijk kwalificeert de verhouding tussen beleggingsfonds en deelnemers als personenvennootschap1 en mogelijk is in dat geval het vermoeden van onderling overleg van toepassing indien de deelnemers volledig aansprakelijk zijn jegens schuldeisers als bedoeld in art. 2:24a lid 3 BW (zie eerder § § 11.3.4.3 sub III).2 Echter, nu niet het fonds, maar de bewaarder rechthebbende is op de stemrechten is vanuit toerekeningsperspectief een eventueel vermoeden van onderling zoals bedoeld niet van belang: er valt immers niets toe te rekenen. Dat zou anders zijn indien er sprake zou zijn van een personenvennootschap tussen beheerder, bewaarder en deelnemers, maar als gezegd komt dit in de praktijk niet voor (§ 12.4.4.3 sub II).
Uiteraard wil dit alles niet zeggen dat er geen sprake kan zijn van onderling overleg waarbij de deelnemers in het fonds betrokken zijn. Het voorgaande ziet enkel op toerekening als gevolg van een van de onderling overleg-vermoedens van art. 1:1 Wft. Uiteraard kan er sprake zijn van onderling overleg zoals bedoeld in de definitie, mits is voldaan aan de daaraan gestelde voorwaarden (zie daarover de hoofdstukken 7-9).
II. Beleggingsmaatschappij (icbe en niet-icbe)
Hetgeen hiervoor is opgemerkt over toerekening aan deelnemers in een beleggingsfonds geldt in grote lijnen ook voor beleggingsmaatschappijen.
De aansprakelijkheidspositie van deelnemers in een beleggingsmaatschappij is evenwel van geheel andere aard. In de regel zijn de deelnemers in een beleggingsmaatschappij aandeelhouders3 , en als zodanig beperkt aansprakelijk. Dit staat in de weg aan automatische toerekening van de beleggingsmaatschappij aan haar beheerder langs de weg van art. 2:24a lid 3 BW (vgl. hiervoor).