Burgerschap op orde
Einde inhoudsopgave
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/9.3.2.2:9.3.2.2 Artikel 26 lid 1 Universele Verklaring van de Rechten van de Mens
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/9.3.2.2
9.3.2.2 Artikel 26 lid 1 Universele Verklaring van de Rechten van de Mens
Documentgegevens:
Th.E.M. Wijte, datum 08-01-2024
- Datum
08-01-2024
- Auteur
Th.E.M. Wijte
- JCDI
JCDI:ADS976975:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Staatsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De bepalingen inzake het recht op onderwijs zijn in internationale verdragen en Verklaringen vastgelegd. Een voorbeeld van zo een verklaring is artikel 26 lid 1 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (UVRM). Dit artikel bevat het recht op kosteloos lager onderwijs. Dit houdt in dat basis, voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs beschikbaar moeten zijn. Hoger onderwijs zal openstaan voor ieder die daartoe de begaafdheid bezit. Het recht is gericht op de ontwikkeling van de persoonlijkheid en de versterking van de eerbied voor de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (artikel 26 lid 2 UVRM). Het onderwijs zal begrip, verdraagzaamheid en vriendschap onder alle naties, rassen en godsdiensten bevorderen en de VNvredeswerkzaamheden steunen. Aan de ouders komt het recht toe om de opvoeding en het onderwijs van hun kinderen te kiezen (artikel 23 lid 3 UVRM). Ieder heeft het recht om deel te nemen aan het culturele leven van de gemeenschap en om kunst vrijelijk te genieten (artikel 27 lid 1 UVRM).