De woon- en vestigingsplaats in de BTW
Einde inhoudsopgave
De woon- en vestigingsplaats in de BTW (FM nr. 137) 2011/6.4.4.3:6.4.4.3 Begin en einde van de vaste inrichting
Archief
De woon- en vestigingsplaats in de BTW (FM nr. 137) 2011/6.4.4.3
6.4.4.3 Begin en einde van de vaste inrichting
Documentgegevens:
Mr. dr. M.M.W.D. Merkx, datum 10-05-2011
- Datum
10-05-2011
- Auteur
Mr. dr. M.M.W.D. Merkx
- JCDI
JCDI:ADS396455:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting (V)
Omzetbelasting / Algemeen
Internationaal belastingrecht / Heffingsbevoegdheid
Internationaal belastingrecht / Voorkoming van dubbele belasting
Omzetbelasting / Plaats van levering en dienst
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Paragraaf 11 van het OESO-Commentaar op art. 5 OESO-Modelverdrag.
P.G.H. Albert, a.w., blz. 33.
HR 27 maart 1991, nr. 26 409, BNB 1991/204.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het begin van de vaste inrichting is het moment waarop een onderneming haar activiteiten door middel van de vaste bedrijfsinrichting gaat uitoefenen. In de periode waarin de vaste inrichting wordt opgezet door de onderneming bestaat nog geen vaste inrichting. Dit geldt slechts onder de voorwaarde dat de voorbereidende activiteiten substantieel afwijken van de activiteit waarvoor de vaste inrichting dient. De vaste inrichting houdt op te bestaan wanneer de onderneming zich ontdoet van de bedrijfsinrichting of door het staken van alle werkzaamheden die via deze bedrijfsinrichting worden verricht. Daarbij geldt dat alle handelingen die verband houden met de voormalige activiteiten moeten zijn beëindigd, waaronder het afronden en beëindigen van alle lopende transacties. Als de bedrijfsinrichting wordt verhuurd, eindigt normaal gesproken de vaste inrichting van de verhurende partij.1,2 Baten die voortspruiten uit de uitvoering van werkzaamheden van de vaste inrichting kunnen ook na beëindiging van die vaste inrichting nog worden gezien als winst van de vaste inrichting.3