Het juridische begrip van godsdienst
Einde inhoudsopgave
Het juridische begrip van godsdienst (SteR nr. 43) 2018/6.6.3:6.6.3 Ommezwaai
Het juridische begrip van godsdienst (SteR nr. 43) 2018/6.6.3
6.6.3 Ommezwaai
Documentgegevens:
mr. drs. A. Vleugel, datum 01-09-2018
- Datum
01-09-2018
- Auteur
mr. drs. A. Vleugel
- JCDI
JCDI:ADS456410:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Ook in haar nieuwe initiatiefwetsvoorstel is haar betoog voor een verbod op ritueel slachten vooral ingestoken vanuit het argument dat de godsdienstvrijheid vanwege het dierenwelzijn beperkt moet worden. Zie Kamerstukken II 2017/18, 34 908, nr. 3, par. 2.5.2. Ten tijde van het afronden van dit proefschrift was dit voorstel nog niet plenair door de Tweede Kamer behandeld. Ook was er nog geen advies over gegeven door de Raad van State.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de allerlaatste fase van het parlementaire debat, gedurende de laatste vergaderingen van de Eerste Kamer, kunnen we constateren dat Thieme haar aanvankelijke opvattingen loslaat. Ze erkent dan dat het verbod op het onbedwelmd ritueel slachten wel degelijk een inbreuk vormt op de godsdienstvrijheid. Met andere woorden, ze erkent dat het verdovingsaspect voor gelovigen wel degelijk een expressie kan zijn van godsdienst. Thieme laat hiermee het kwalificatie-argument, namelijk dat rituele slacht ook verdoofd ritueel slachten kan betekenen, varen. Waarom Thieme deze ommezwaai maakt is niet duidelijk. Vervolgens zet ze volledig in op het argument dat de afweging van het belang van de bescherming van het doelcriterium van artikel 9 lid 2 EVRM de goede zeden (hieronder schaart zij dierenwelzijn) zwaarder moet wegen dan de godsdienstvrijheid van joden en moslims.1 Dit argument is in het bestek van dit onderzoek echter minder relevant aangezien het geen betrekking heeft op het begrip godsdienst. Overigens kon ze ook met dit argument de Eerste Kamer niet overtuigen.