Einde inhoudsopgave
RvdW 2018/979
Medeplichtigheid afpersing. Klachten over afwijking van uitdrukkelijk onderbouwd standpunt, bewijs voor opzet gronddelict, bewezenverklaring medeplichtigheid en proceskosten benadeelde partij. Hoge Raad: art. 81 lid 1 RO.
HR 04-09-2018, ECLI:NL:HR:2018:1425
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
4 september 2018
- Magistraten
Mrs. J. de Hullu, E.S.G.N.A.I. van de Griend, M.T. Boerlage
- Zaaknummer
17/00200
- Conclusie
A-G mr. A.J. Machielse
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Materieel strafrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2018:1425, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 04‑09‑2018
ECLI:NL:PHR:2018:928, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 05‑06‑2018
Essentie
Medeplichtigheid afpersing. Klachten over afwijking van uitdrukkelijk onderbouwd standpunt, bewijs voor opzet gronddelict, bewezenverklaring medeplichtigheid en proceskosten benadeelde partij. Hoge Raad: art. 81 lid 1 RO.
Partij(en)
4 september 2018
Strafkamer
nr. S 17/00200
IV
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 23 december 2016, nummer 23/004986-14, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970.
Conclusie
Conclusie A-G mr. A.J. Machielse:
1. Het gerechtshof Amsterdam heeft verdachte op 23 ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.