Vormfouten
Einde inhoudsopgave
Vormfouten (SteR nr. 19) 2014/4.2.4.3:4.2.4.3 Samenhang van reacties op vormverzuimen
Vormfouten (SteR nr. 19) 2014/4.2.4.3
4.2.4.3 Samenhang van reacties op vormverzuimen
Documentgegevens:
Reindert Kuiper, datum 30-04-2014
- Datum
30-04-2014
- Auteur
Reindert Kuiper
- JCDI
JCDI:ADS617864:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Strafprocesrecht / Voorfase
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Reacties op vormfouten staan met elkaar in nauw verband. Dat geldt niet alleen voor de verschillende binnen het strafproces mogelijke reacties onderling, maar ook voor deze reacties in relatie tot buiten het strafproces bestaande mogelijkheden.
Wat betreft de onderlinge verhouding van de binnen het strafproces mogelijke reacties op vormfouten, geldt dat inperking van het toepassingsbereik van de ene reactie vaak leidt tot een toename van de betekenis van een andere reactie. Ook bij de rechtspraak over schending van de redelijke termijn deed dit zich voor. Zodra het bereik van niet-ontvankelijkverklaring van het OM werd ingeperkt, won strafvermindering als toegepast rechtsgevolg aan belang. Dit effect treedt ook op bij het reageren op andere vormfouten. Toen bewijsuitsluiting in de Nederlandse rechtspraak niet meer vanzelfsprekend de reactie vormde op onrechtmatige bewijsgaring, werd hierbij voor strafvermindering een rol gezien als alternatief en zo wordt het soms ook toegepast.1 Toen vervolgens het volstaan met de constatering van een vormfout als mogelijkheid opkwam, nam de toepassing van strafvermindering weer af.2
In de Amerikaanse rechtspraak kan in dit verband erop worden gewezen dat de mogelijkheid van ‘dismissal’ van de zaak wegens onrechtmatige opsporing nauwelijks nog praktisch relevantie heeft. Dat deze reactiemogelijkheid een zo marginale positie heeft gekregen is mede het gevolg van de aanvankelijke uitbreiding van het toepassingsbereik van de bewijsuitsluitingsregel.3
Op het verband tussen de binnen en buiten het strafproces bestaande reactiemogelijkheden is hiervoor in paragraaf 3.1.2 ingegaan. Hier kan worden volstaan met de observatie dat wanneer de ene reactiemogelijkheid aan betekenis wint, de betekenis van de andere kan afnemen. Aan het bestaan van die relatie kan een krachtig argument worden ontleend waarom het zinvol is de doeleinden van het reageren op vormverzuimen binnen het strafproces te expliciteren en hierin duidelijke keuzes te maken. Helder wordt dan welke belangen op andere wijze dan binnen het strafproces moeten worden gediend. Maar ook geldt dat wanneer voor het bereiken van bepaalde doeleinden goede alternatieven bestaan buiten het strafproces, de noodzaak kan afnemen of zelfs verdwijnen om die doeleinden na te streven met reacties binnen het strafproces.