Einde inhoudsopgave
Voorlichting door de Belastingdienst in rechtsstatelijke context (FM nr. 177) 2022/1.7.3
1.7.3 Voorlichting, communicatie, informatieverstrekking en dienstverlening
Mr. dr. T.A. Cramwinckel, datum 29-07-2022
- Datum
29-07-2022
- Auteur
Mr. dr. T.A. Cramwinckel
- JCDI
JCDI:ADS661611:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Organisatie Belastingdienst
Voetnoten
Voetnoten
Over definities van dergelijke begrippen in de (juridische) literatuur, zie Wopereis 1996, hoofdstuk 2 en Dijkstra 1991, par. 2.5.3 over (overheids)voorlichting; over informatieverstrekking zie Van de Sande 2019, par. 1.5.1.
Deze definitie komt overeen met een algemene opvatting van communicatie in bijv. Janssen 2002b, p. 12-13; Michels 2006, p. 14; Van Woerkum en Kuiper 1995, p. 16-17. Voor een uitgebreide bespreking van het begrip communicatie zie Stappers 1994, p. 13-36.
Vgl. Wopereis 1996, p. 20-22; Van de Sande 2019, p. 29-30. Volgens het woordenboek Van Dale (digitale versie, geraadpleegd 28 februari 2020) wordt onder informatie verstaan: 1) het vragen resp. zich verschaffen van kennis of inzicht, 2) inlichting, mededeling, bericht, 3) al wat van buitenaf als bericht, als overdracht van kennis of gegeven tot iemand komt.
Bax 1995, p. 84.
Zie paragraaf 2.3.3 en hoofdstuk 3. Zie ook Wopereis 1996, p. 34 over overheidsvoorlichting.
Het begrip voorlichting speelt in dit onderzoek een centrale rol. Ik zal de gehanteerde definitie van voorlichting verduidelijken door het af te zetten tegen verwante begrippen als communicatie, informatieverstrekking en dienstverlening.1 Onder communicatie versta ik de overdracht of uitwisseling van informatie, waarbij een ‘zender’ en een ‘ontvanger’ zijn betrokken.2 Communicatie omvat zowel een ‘product’ (talige uiting) als een ‘proces’ (interactie) (paragraaf 5.1). Informatieverstrekking is een vorm van communicatie waarbij het gaat om het verstrekken van kennis (oftewel, gegevens, inlichtingen).3 Voorlichting is een vorm van communicatie en een vorm van informatieverstrekking.
Met voorlichting bedoel ik in dit onderzoek een specifieke, doelgerichte, institutionele vorm van informatieverstrekking door de Belastingdienst aan de burger. Vormen van voorlichting komen verderop aan bod (paragraaf 3.4.2). De betekenis van voorlichting laat zich goed specificeren aan de hand van de taalhandeling voorlichten, zoals ontrafeld door de taalkundige Bax:
‘Analyseren we de activiteit van het (verbaal) voorlichten. Krachtens de courante definities is het oogmerk van voorlichting – anders dan bij reclame – het vermeerderen van kennis (bijvoorbeeld van consumenten): bij voorlichting gaat het om het verstrekken van juiste informatie. Als zodanig ressorteert voorlichten onder de representatieve taalhandelingen. Toch is het doel van voorlichting zo niet afdoende en volledig gekarakteriseerd. Als ik iemand op de hoogte stel van het feit dat Frankrijk op dit moment geen koninkrijk is, dat mijn broer fysiotherapeut is of dat een bijendans een subtiel communicatiemedium vormt, dan heb ik weliswaar correcte informatie overgebracht, maar het gaat tegen de intuïtie in om te stellen, dat ik mij op het terrein van de voorlichting begeven heb. Deels houdt dat verband met de omstandigheid, dat voorlichtingspraktijken gewoonlijk ingebed zijn in een of ander institutioneel kader (een overheidsinstelling, een bedrijfsorganisatie). Maar belangrijker is in dit verband, dat met voorlichting achterliggende doelen worden nagestreefd. De overheid geeft voorlichting over de schadelijke gevolgen van sigaretten roken, opdat de rokende burger, gegeven deze toewas van kennis, zijn gedrag verandert (i.c. geheel met roken stopt of zich verder bepaalt tot pijp of sigaar). Via het overdragen van feitelijke informatie (een representatieve doelstelling (tracht de zender het gedrag van de ontvanger te beïnvloeden (een directieve doelstelling). De initiële functie van voorlichten staat onmiskenbaar in dienst van die achterliggende functie.’4
Wat deze uitleg van de taalhandeling voorlichten duidelijk maakt, is dat voorlichting 1) is ingebed in een institutioneel kader, 2) dat het informatieverstrekking betreft die is gericht op kennisvermeerdering (initiële functie) én 3) die berust op een bepaalde intentie (intentioneel), namelijk beïnvloeding van kennis, houding en/of gedrag van de burger ten behoeve van het onderliggende doel (achterliggende functie). Zoals in de loop van dit boek duidelijk zal worden, zijn inderdaad al deze elementen aan de orde bij voorlichting van de Belastingdienst aan de burger.5
De keuze voor het begrip voorlichting is een bewuste, want er waren ook andere opties. Een voor de hand liggende is bijvoorbeeld (conform de fiscale rechtspraak) ‘algemene voorlichting’ of ‘inlichtingen’, maar daaraan kleeft het nadeel dat zij een sterke juridische lading hebben vanwege de rechtspraak en het twee aparte termen betreft. Genoemd nadeel speelt niet bij het neutralere begrip ‘informatie(verstrekking)’ of ‘algemene informatie’, maar dat zijn voor dit onderzoek geen adequaat kernbegrippen, want hierin verdwijnen de institutionele inbedding en het intentionele karakter ten onrechte uit beeld. Voor het begrip dienstverlening – waaronder voorlichting aan de burger wordt geschaard – is evenmin gekozen, aangezien dienstverlening ruimer is dan alleen voorlichting (paragraaf 3.1) en voorlichting van de Belastingdienst meer functies dient dan alleen dienstverlening (zie paragraaf 2.3).