Eigendomsvoorbehoud
Einde inhoudsopgave
Eigendomsvoorbehoud (Rechtswetenschappelijke publicaties) 2018/5.1:5.1 Inleiding
Eigendomsvoorbehoud (Rechtswetenschappelijke publicaties) 2018/5.1
5.1 Inleiding
Documentgegevens:
E.F. Verheul, datum 01-12-2017
- Datum
01-12-2017
- Auteur
E.F. Verheul
- JCDI
JCDI:ADS399683:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Dit hoofdstuk behandelt de uitoefening van het eigendomsvoorbehoud. Centraal staat daarbij het in hoofdstuk 2 ontvouwen standpunt dat het bedingen van het eigendomsvoorbehoud ertoe strekt de positie van de verkoper bij ontbinding van de koopovereenkomst te waarborgen, zodat het eigendomsvoorbehoud geen met het pandrecht vergelijkbare zekerheidsfiguur is. Daarmee biedt het eigendomsvoorbehoud bovendien geen zekerheid voor de nakoming van de koopprijsvordering, omdat de uitoefening van het eigendomsvoorbehoud noodzakelijkerwijze samenvalt met ontbinding van de koopovereenkomst, althans wanneer een zodanige uitoefening een definitief karakter heeft.
De rode draad van dit hoofdstuk wordt daarmee gevormd door de verhouding van het eigendomsvoorbehoud tot de koopovereenkomst, waarin het beding is ingebed. Betoogd wordt dat de uitoefening van het eigendomsvoorbehoud in beginsel pas mogelijk is na ontbinding van de koopovereenkomst (paragraaf 5.2). Aangezien de partijautonomie op dit punt beslissend is, kunnen partijen echter ook anders overeenkomen (paragraaf 5.3). Dat geeft aanleiding tot de vraag wanneer de uitoefening van het eigendomsvoorbehoud leidt tot ontbinding van de koopovereenkomst (paragraaf 5.4). Vervolgens wordt aandacht besteed aan de vraag of het overeenkomen van het eigendomsvoorbehoud leidt tot een wijziging van de verplichting tot eigendomsoverdracht, die bij een koopovereenkomst op de verkoper rust (paragraaf 5.5). Vervolgens wordt de wijdverbreide opvatting in de Duitse en Oostenrijkse literatuur onder de loep genomen, die inhoudt dat de definitieve uitoefening van het eigendomsvoorbehoud niet noodzakelijkerwijze tot ontbinding van de koopovereenkomst behoeft te leiden, omdat het ook mogelijk is het eigendomsvoorbehoud uit te oefenen door middel van executie (paragraaf 5.6). Daarna wordt aandacht besteed aan de eventuele verplichting van de verkoper om bij afwikkeling van de koopovereenkomst na ontbinding eventuele ‘overwaarde’ te vergoeden aan de koper (paragraaf 5.8). Tot slot wordt onderzocht wat de gevolgen van verjaring van de rechtsvordering ter zake van de tegenprestatie zijn voor het eigendomsvoorbehoud (paragraaf 5.9).