Einde inhoudsopgave
De collateral richtlijn (R&P nr. FR12) 2015/2.2.3.3
2.2.3.3 Effecten in de zin van de Collateral Richtlijn
Dr. J. Diamant, datum 27-10-2014
- Datum
27-10-2014
- Auteur
Dr. J. Diamant
- JCDI
JCDI:ADS369166:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Financieel recht / Europees financieel recht
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook Dalhuisen 2010-II, p. 610.
Idem.
Zie Devos 2006, p. 38.
Zie ook Dalhuisen 2010-II, p. 611.
Zie over deze derivaten nader §2.3.4.1.
De Belgische wetgever heeft gekozen voor een ruimer toepassingsbereik door niet het vereiste van verhandelbaarheid aan effecten te stellen. In de Belgische implementatiewetgeving, de Wet Financiële Zekerheden (hierna: ‘WFZ’), worden effecten gedefinieerd als alle financiële instrumenten in de zin van art. 2 sub 1 van de Wet Financieel Toezicht, ongeacht of deze verhandelbaar zijn op de kapitaalmarkt (art. 3, 1° WFZ). Zie hierover Hellemans & Bogaerts 2012, nr. 28 en Sagaert 2006, nr. 46.
Zie Wood 2007a, nr. 36.011. Volgens Raijmakers en Van Beek 2003, p. 184 vallen swaps per definitie niet onder de definitie van effecten omdat deze volgens de auteurs weliswaar vaak op de kapitaalmarkt worden tegengesloten (dat wil zeggen dat een aan de oorspronkelijke transactie tegengestelde transactie wordt aangegaan) hetgeen economisch een resultaat heeft dat enigszins lijkt op verhandelbaarheid, maar swaps zelf zijn in de regel niet verhandelbaar.
Art. 1 lid 2 ICBE-richtlijn.
Art. 2 lid 1 sub o ICBE-richtlijn.
Overweging 36 ICBE-richtlijn.
Devos 2006, p. 38. Vgl. art. 9 lid 2 Finaliteitsrichtlijn: ‘(…) zakelijke zekerheden in de vorm van effecten (of van rechten ten aanzien van effecten) (…).’ [cursivering JD]. Zie over de Finaliteitsrichtlijn nader §3.2. De terminologie ‘(rechten met betrekking tot) effecten’ ((interests in) securities) is ontwikkeld door Joanna Benjamin, zie Benjamin 2001, nr. 1.05 en 2.21 e.v.
Zie over de Belgische implementatiewetgeving nader §4.2.1.
§1 lid 17 Kreditwesengesetz. Zie over de implementatie van de Collateral Richtlijn in het Duitse recht nader §4.2.2 en voor een overzicht van alle lidstaten die gebruik hebben gemaakt van deze opt-outmogelijkheid: EFMLG, ‘Survey on the implementation of Directive 2002/47/EC on financial collateral arrangements’, maart 2006, p. 13.
Effecten – in de Collateral Richtlijn aangeduid als ‘financiële instrumenten’ –1 worden in art. 2 lid 1 sub e Collateral Richtlijn omschreven als:
“aandelen en andere met aandelen gelijk te stellen effecten, obligaties en andere schuldinstrumenten indien deze op de kapitaalmarkt verhandelbaar zijn, en alle andere gewoonlijk verhandelde effecten waarmee die aandelen, obligaties of andere effecten via inschrijving, koop of omruiling kunnen worden verkregen of die aanleiding kunnen geven tot afwikkeling in contanten met uitsluiting van waardepapieren die een betalingsopdracht belichamen, inclusief rechten van deelneming in instellingen voor collectieve belegging, geldmarktinstrumenten en vorderingen op of rechten ten aanzien van een van voornoemde instrumenten.”
In deze definitie worden, kort samengevat, de volgende vijf typen effecten onderscheiden: (i) aandelen, (ii) obligaties, (iii) ‘effecten waarmee die aandelen, obligaties of andere effecten via inschrijving, koop of omruiling kunnen worden verkregen of die aanleiding kunnen geven tot afwikkeling in contanten’, (iv) geldmarktinstrumenten en (v) rechten van deelneming in instellingen voor collectieve belegging. Tot slot bepaalt art. 2 lid 1 sub e Collateral Richtlijn dat ook ‘vorderingen op of rechten ten aanzien van een van voornoemde instrumenten’ onder de definitie van effecten vallen. Hieronder licht ik de vijf verschillende categorieën effecten en het slot van de bepaling nader toe.
Aandelen zijn waardepapieren uitgegeven door vennootschappen die een aantal rechten met betrekking tot die vennootschap geven, zoals stemrecht op de algemene vergadering van aandeelhouders en recht op dividend.2 Obligaties zijn schuldpapieren die vorderingen uit geldlening op de uitgever van het schuldpapier vertegenwoordigen en geven recht op terugbetaling van het uitgeleende bedrag met rente.3 Obligaties kunnen worden uitgegeven door een onderneming of een staat. In het laatste geval wordt gesproken van staatsobligaties.
Bij ‘effecten waarmee die aandelen, obligaties of andere effecten via inschrijving, koop of omruiling kunnen worden verkregen of die aanleiding kunnen geven tot afwikkeling in contanten’ kan gedacht worden aan warrants en bepaalde derivaten, zoals opties en futures.4 Een warrant is een recht om binnen een bepaalde periode tegen een bepaalde koers een aandeel in een onderneming te verwerven.5 Een future verplicht de ene partij een bepaalde hoeveelheid van een onderliggende waarde, zoals aandelen of grondstoffen, tegen een vastgestelde prijs op een bepaalde datum in de toekomst te leveren en een optie is het recht om een specifieke hoeveelheid van de onderliggende waarde, bijvoorbeeld aandelen, te kopen of te verkopen tegen betaling van een vastgestelde prijs gedurende een bepaalde periode of op een specifieke datum.6 Niet alle derivaten zijn effecten in de zin van de Collateral Richtlijn. Dat is alleen het geval wanneer deze verhandelbaar zijn.7 OTC-derivaten zijn om deze reden in de regel geen effecten in de zin van de Collateral Richtlijn.8
De vierde categorie effecten die wordt genoemd in art. 2 lid 1 sub e Collateral Richtlijn zijn rechten van deelneming in instellingen voor collectieve belegging (hierna: ‘ICBE’s’). ICBE’s zijn:
“instellingen waarvan het uitsluitende doel is de collectieve belegging in effecten en/of andere (…) liquide financiële activa van uit het publiek aangetrokken kapitaal, met toepassing van het beginsel van risicospreiding en waarvan de rechten van deelneming op verzoek van de houders ten laste van de activa van deze instellingen direct of indirect worden ingekocht of terugbetaald”.9
De rechten van deelneming die door een ICBE worden aangeboden aan beleggers, ook wel aangeduid als participaties, vallen ook onder de definitie van effecten in de zin van de Collateral Richtlijn. Hetzelfde geldt ten slotte voor geldmarktinstrumenten. Onder geldmarktinstrumenten wordt verstaan instrumenten die gewoonlijk op de geldmarkt verhandeld worden, liquide zijn en waarvan de waarde te allen tijde nauwkeurig kan worden vastgesteld.10 Voorbeelden hiervan zijn schatkistcertificaten, kortlopend papier van lokale overheden, depositocertificaten, commercial paper, verhandelbaar papier over middellange termijn (medium term notes) en bankaccepten.11
Het slot van art. 2 lid 1 sub e Collateral Richtlijn bepaalt dat ‘vorderingen op of rechten ten aanzien van een van voornoemde instrumenten’ ook onder de definitie van effecten vallen. Het toevoegen van deze zinsnede houdt verband met de in de vorige paragraaf geschetste ontwikkeling van papieren effecten naar girale effecten. Met de bovengenoemde zinsnede wordt beoogd onder het bereik van de definitie van effecten te brengen:
“the securities entitlement organised in some jurisdictions (like in Belgium, Luxembourg and the USA) giving to the holder of a securities account, not a direct and traceable property rights on the underlying securities held abroad via sub-custodians, but co-ownership rights on a pool of fungible securities (the co-ownership right does not apply directly on each of the underlying securities held on a fungible pooled basis but on the book-entry interests in securities as recorded in the books of the intermediary). In such systems, what is transferred or pledged is not the underlying securities but the co-ownership rights of the collateral provider on the pool of book-entry fungible securities vis-à-vis the intermediary holding the securities account. This is the sense of the term ‘right in or in respect of any of the foregoing’.”12
Illustratief in dat opzicht is de Belgische implementatiewetgeving, de Wet Financiële Zekerheden (hierna: ‘WFZ’).13 Art. 3, 1° WFZ bepaalt dat het begrip ‘financiële instrumenten’ onder meer omvat:
“(…) een recht op of ten aanzien van een dergelijk financieel instrument, met inbegrip van een recht van mede-eigendom, van onlichamelijke aard, dat wordt gevestigd op de universaliteit van financiële instrumenten van dezelfde aard (…).”
Tot slot dient erop te worden gewezen dat voor effecten een opt-outmogelijkheid in de Collateral Richtlijn is opgenomen. Art. 1 lid 4 onder b geeft de mogelijkheid om bepaalde aandelen van het toepassingsbereik van de implementatiewetgeving uit te sluiten. Het gaat om door de zekerheidsgever aangehouden eigen aandelen, aandelen in verbonden ondernemingen en aandelen in ondernemingen wier uitsluitend doel is productiemiddelen te bezitten die van wezenlijk belang zijn voor de onderneming van de zekerheidsgever of wier uitsluitend doel is om onroerend goed te bezitten. Van de in dit onderzoek betrokken jurisdicties heeft alleen Duitsland gedeeltelijk gebruik gemaakt van deze opt-outmogelijkheid, namelijk voor zover het door de zekerheidsgever aangehouden eigen aandelen en aandelen in verbonden ondernemingen betreft.14