De arbeidsovereenkomst: een bewerkelijk begrip
Einde inhoudsopgave
De arbeidsovereenkomst: een bewerkelijk begrip (MSR nr. 79) 2021/6.4.0:6.4.0 Inleiding
De arbeidsovereenkomst: een bewerkelijk begrip (MSR nr. 79) 2021/6.4.0
6.4.0 Inleiding
Documentgegevens:
S. Said, datum 13-12-2021
- Datum
13-12-2021
- Auteur
S. Said
- JCDI
JCDI:ADS583362:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Arbeidsovereenkomstenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Een combinatie van i en ii is mogelijk.
Een combinatie van i en ii is mogelijk.
Een combinatie van meerdere categorieën is mogelijk.
Met dit rechtspraakonderzoek wordt niet beoogd de onderlinge verhouding tussen de onderzochte subcategorieën bloot te leggen. Voorts wordt opgemerkt dat de categorisering van de geraadpleegde uitspraken gebaseerd is op een eigen waardering van de onderzochte motiveringen, zodat enige mate van subjectiviteit onvermijdelijk is.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Dit rechtspraakonderzoek beoogt inzicht te verschaffen in de wijze waarop de kwalificatievraag tussen Groen/Schoevers en X/Gemeente Amsterdam in de lagere rechtspraak is beantwoord, en meer in het bijzonder in de betekenis van de beginselen partijautonomie en ongelijkheidscompensatie in dat verband. Onderzocht is hoe vaak deze beginselen in de verzamelde uitspraken (zichtbaar) tot uitdrukking kwamen, en (zo ja) op welke wijze. Het voorgaande heeft in de volgende werkwijze c.q. onderzoeksvragen geresulteerd:
Partijautonomie
I.
Bevat de uitspraak een vermelding van het beginsel ‘partijautonomie’?
a.
Ja, de uitspraak bevat een vermelding van het beginsel ‘partijautonomie’1
i.
De uitspraak bevat een algemene vermelding van het beginsel ‘partijautonomie’
ii.
De uitspraak bevat een specifieke uitwerking van het beginsel ‘partijautonomie’
b.
Nee, de uitspraak bevat geen vermelding van het beginsel ‘partijautonomie’
II.
Indien de uitspraak een specifieke uitwerking van het beginsel ‘partijautonomie’ bevat: op welke wijze is dit beginsel in de uitspraak geduid?
a.
Bewust (onder)handelen
Ongelijkheidscompensatie
I.
Bevat de uitspraak een vermelding van het beginsel ‘ongelijkheidscompensatie’?
a.
Ja, de uitspraak bevat een vermelding van het beginsel ‘ongelijkheidscompensatie’2
i.
De uitspraak bevat een algemene vermelding van het beginsel ‘ongelijkheidscompensatie’
ii.
De uitspraak bevat een specifieke vermelding van het beginsel ‘ongelijkheidscompensatie’
b.
Nee, de uitspraak bevat geen vermelding van het beginsel ‘ongelijkheidscompensatie’
II.
Indien de uitspraak een specifieke uitwerking van het beginsel ‘ongelijkheidscompensatie’ bevat: op welke wijze is dit beginsel in de uitspraak geduid?3
a.
Economische (on)afhankelijkheid van de werkende
b.
Economische macht van de werkverschaffer
c.
Kenmerken van de arbeid(er)
d.
Tekenen van ondernemerschap (of het gebrek daaraan)
e.
(On)gelijkwaardige onderhandelingspositie
De hier geformuleerde categorieën worden in paragraaf 6.4.1 (partijautonomie) en paragraaf 6.4.2 (ongelijkheidscompensatie) nader toegelicht en verantwoord.4 Voorts is naar aanleiding van het arrest X/Gemeente Amsterdam in paragraaf 6.4.3een aanvullend onderdeel aan de analyse toegevoegd, waarin is onderzocht op welke wijze de op de kwalificatie gerichte partijbedoeling in de feitenrechtspraak werd gewaardeerd.