Recht, plicht, remedie
Einde inhoudsopgave
Recht, plicht, remedie (R&P nr. CA25) 2022/3.2.3:3.2.3 Proportionaliteit en de strekking van de norm
Recht, plicht, remedie (R&P nr. CA25) 2022/3.2.3
3.2.3 Proportionaliteit en de strekking van de norm
Documentgegevens:
W.Th. Nuninga, datum 23-06-2022
- Datum
23-06-2022
- Auteur
W.Th. Nuninga
- JCDI
JCDI:ADS657562:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie bijv. Dijkman 2019, die betoogt dat het EU-recht daar in octrooizaken toe noopt. Het zou mijn voorkeur verdienen om naar Duits voorbeeld de proportionaliteitstoets vooral in te richten conform de nationale leerstukken (zie ten aanzien daarvan: Scharen 2019, p. 113), maar deze specifieke kwestie laat ik hier verder rusten.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Via deze routes is het ondanks het feit dat in beginsel een recht op toewijzing bestaat toch mogelijk op basis van een belangenafweging af te zien van toewijzing. Verschillende auteurs lijken echter van mening te zijn dat er meer ruimte moet zijn voor een zelfstandige proportionaliteitstoets.1 Het is de vraag of dat passend is en of dat op zichzelf voldoende richting geeft. Hieronder zal ik betogen dat een zelfstandige proportionaliteitstoets in aanvulling op de hiervoor besproken afwijzingsgronden niet nodig is en bovendien eerder verwarrend dan verhelderend zou kunnen werken (§ 3.2.3.1). Ook bij de huidige stand van zaken zou er echter behoefte kunnen bestaan aan nadere sturing van de belangenafweging. Daarbij zou de strekking van de norm een zekere indirecte invloed kunnen uitoefenen over de selectie van de te wegen belangen (§ 3.2.3.2).
3.2.3.1 Proportionaliteit in het delictuele remedierecht3.2.3.2 De rol van de norm bij een belangenafweging