Milieuaansprakelijkheid van leidinggevenden
Einde inhoudsopgave
Milieuaansprakelijkheid van leidinggevenden 2021/II.3.4.2:II.3.4.2 Terminologie: ‘functioneel plegerschap’ of ‘functioneel daderschap’
Milieuaansprakelijkheid van leidinggevenden 2021/II.3.4.2
II.3.4.2 Terminologie: ‘functioneel plegerschap’ of ‘functioneel daderschap’
Documentgegevens:
mr. T.R. Bleeker LLM, datum 01-11-2021
- Datum
01-11-2021
- Auteur
mr. T.R. Bleeker LLM
- JCDI
JCDI:ADS460400:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Ik reken ook de feitelijk leidinggever tot de daders. Zie voor taxonomische toelichting hierboven par. II.2.5 en met betrekking tot feitelijk leidinggeven nader par. II.5.4.2.
De Hullu 2018, p. 162, die verwijst naar HR 30 mei 2006, ECLI:NL:HR:2006:AV2344, NJ 2006/315.
Zie verder par. II.5.
Opmerkelijk genoeg wordt fysieke pleger in de literatuur doorgaans wel ‘pleger’ genoemd, en niet fysieke dader.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De term ‘functioneel plegerschap’ zal de strafrechtjurist mogelijk vreemd in de oren klinken. Dat komt omdat in de praktijk en literatuur men doorgaans in plaats van de term ‘functionele pleger’, de term ‘functionele dader’ gebruikt. Deze gelijkschakeling is echter dogmatisch niet helemaal zuiver, want de begrippen zijn geen synoniemen: functioneel daderschap is meeromvattend dan functioneel plegerschap.
Tot de groep daders worden namelijk in ieder geval1 alle aansprakelijkheidsfiguren van artikel 47 Sr gerekend. Andere daderschapsvormen dan plegen, zoals medeplegen en uitlokken, kennen ook een functionele variant.2 De ‘functionele medepleger’ is daarom ook een type ‘functionele dader’. Oftewel: een functionele pleger is weliswaar een functionele dader, maar een functionele dader is niet altijd een functionele pleger (net zoals een koe een dier is, maar een dier niet altijd een koe).
Per type functionele dader gelden verschillende criteria. Bij een functionele variant van een andere daderschapsvorm dan plegen, moet niet alleen zijn voldaan aan de vereisten van de specifieke daderschapsvorm, maar moet de betreffende handeling ook (op grond van de IJzerdraad-criteria of met een vergeestelijkte interpretatie van het delict, waarover hierna meer) kunnen worden toegerekend aan de functionele dader.3 Bijvoorbeeld, als functionele medepleger X door tussenkomst van A een strafbaar feit medepleegt met B, dan moeten de daden van A aan X kunnen worden toegerekend, én moet worden vastgesteld dat A en B ‘nauw en bewust’ hebben samengewerkt.4
Kortom, naast functioneel plegen zijn er nog andere functionele daderschapsvormen, en elke functionele daderschapsvorm heeft zijn eigen karakter en vereisten. Daarom is het strikt genomen onjuist om het begrip ‘functioneel daderschap’ te vereenzelvigen met ‘functioneel plegerschap’.
Om verwarring te voorkomen en om het leerstuk zo correct en helder mogelijk weer te geven, kies ik in dit proefschrift in plaats van functioneel daderschap voor de specifiekere term ‘functioneel plegerschap’.5 Ik zal het expliciet melden als ik een andere functionele daderschapsvorm bedoel dan functioneel plegen. Natuurlijk gebruik ik de aanduiding ‘functioneel daderschap’ wel als verzamelnaam. Dit gebeurt bijvoorbeeld in de paragraaf II.4, waarin de rechtspersoon centraal staat en verschillende daderschapsvormen, waardoor het passender is om de verzamelnaam te gebruiken in plaats van bepaalde functionele daderschapsvormen.